Eerste aanleg - meervoudig van Rechtbank Utrecht, 19 december 2012

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:19 december 2012
Uitgevende instantie::Rechtbank Utrecht
SAMENVATTING

Openlijke geweldpleging, gevangenisstraf van 1 maanden waarvan 1 maand voorwaardelijk met proeftijd van 2 jaren.

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16/656170-12 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 19 december 2012

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1989] te [geboorteplaats]

wonende aan het [adres] [woonplaats]

raadsvrouw mr. F.A. ten Berge, advocaat te Utrecht

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 5 december 2012, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De rechtbank heeft de vordering wijziging tenlastelegging van de officier van justitie toegestaan. De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1 primair: [benadeelde 1] zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht;

Feit 1 subsidiair: heeft geprobeerd [benadeelde 3], [benadeelde 2] en/of [benadeelde 1] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen;

Feit 2: deel heeft uitgemaakt van een groep die geweld heeft gepleegd tegen personen en goederen.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in haar vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde onder feit 1 heeft begaan en verzoekt de rechtbank verdachte hiervan vrij te spreken. De officier van justitie acht wel wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het subsidiair tenlastegelegde onder feit 1 en het tenlastegelegde onder feit 2 heeft begaan en baseert zich daarbij op de verklaringen van aangevers en getuigen.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen en wijst daarbij op het volgende. Niet vast te stellen is dat verdachte deel heeft uitgemaakt van de groep jongens waar de getuigen en aangevers over spreken. Alle signalementen die worden gegeven zijn niet voldoende specifiek. Ze geven een beeld van gelijkende verdachten die soortgelijke zwembroeken droegen. Hieruit is niet af te leiden dat het daadwerkelijk verdachte betrof. Er waren veel mensen in het zwembad en het was een chaotische situatie. Daar komt bij dat getuige [getuige 1] duidelijk zegt dat verdachte juist niet geslagen heeft. Ook medeverdachten [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [verdachte] geven aan dat verdachte niets met de vechtpartij te maken had. Er heeft geen FOSLO-confrontatie plaatsgevonden waar verdachte is herkend als één van de geweldplegers. Uit het dossier is enkel op te maken dat verdachte ten tijde van het gepleegde feit aanwezig was in het zwembad. Derhalve verzoekt de verdediging primair om verdachte vrij te spreken van alle tenlastegelegde feiten. Subsidiair voert de verdediging aan dat er geen sprake is van zwaar lichamelijk letsel, nu het slachtoffer een neusfractuur heeft opgelopen en dit niet kan worden aangemerkt als zwaar lichamelijk letsel.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

Vrijspraak ten aanzien van het onder feit 1 primair en subsidiair tenlastegelegde

De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte zich op 19 augustus 2012 heeft schuldig gemaakt aan het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel of een poging daartoe aan personen in Utrecht. Uit het dossier is niet vast te stellen wie van de verdachten die deel uitmaakten van de groep geweldplegers het letsel bij [benadeelde 2] dan wel [benadeelde 1] heeft veroorzaakt, nog daargelaten dat het letsel van beide slachtoffers– naar het oordeel van de rechtbank- niet kan worden gekwalificeerd als zwaar lichamelijk letsel. Derhalve dient verdachte vrij te worden gesproken van het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel of de poging daartoe.

Bewijsmiddelen ten aanzien van feit 2

Op 19 augustus 2012 doet [benadeelde 3] aangifte bij de politie. Hij verklaart dat hij met zijn vrouw in zwembad Den Hommel in Utrecht was die dag en er een conflict ontstond tussen twee jongens en zijn vrouw, [getuige 2]. Dit conflict escaleerde, waarop [benadeelde 3] tussen zijn vrouw en de jongens in is gaan staan. Vervolgens is hij geduwd en werd hij meerdere keren geslagen. Hij zag dat er opeens allemaal stoelen door de lucht vlogen, waarbij hij werd geraakt op zijn hand en tegen zijn hoofd door de stoelen. [benadeelde 3] verklaart dat het een groep Marokkaanse...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT