Eerste aanleg - enkelvoudig van Rechtbank Assen, 27 december 2012

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:27 december 2012
Uitgevende instantie::Rechtbank Assen
SAMENVATTING

Bij het bestreden besluit heeft verweerder aan vergunninghouder een ontheffing, als bedoeld in artikel 3.23 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), en een lichte bouwvergunning op grond van de Woningwet verleend voor het oprichten van een vakwerkmast ten behoeve van mobiele telecommunicatie op het perceel Hooiweg 196 te Paterswolde, kadastraal bekend, gemeente Eelde, sectie B, nummer 3285. Beroep... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK ASSEN

Sector Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 11/748

Uitspraak van de meervoudige kamer van 27 december 2012 in de zaak tussen

Stichting Last van de Mast e.a., gevestigd te Tynaarlo, eiseres

(gemachtigde: mr. M.T. Hoen)

en

het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Tynaarlo, verweerder.

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: KPN B.V., gevestigd te 's-Gravenhage, vergunninghouder

(gemachtigde: mr. L. van Steenoven).

Procesverloop

Bij besluit van 13 september 2011 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan vergunninghouder een ontheffing, als bedoeld in artikel 3.23 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), en een lichte bouwvergunning op grond van de Woningwet verleend voor het oprichten van een vakwerkmast ten behoeve van mobiele telecommunicatie op het perceel Hooiweg 196 te Paterswolde, kadastraal bekend, gemeente Eelde, sectie B, nummer 3285.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 november 2012. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door [eiser] en is bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door J.E. Ploeger en H. Polman. Vergunninghouder heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde.

Overwegingen

  1. Desgevraagd heeft [eiser] ter zitting het door hem ingestelde beroep ingetrokken.

  2. Het bestreden besluit gaat over de oprichting van een vakwerkmast ten behoeve van mobiele telecommunicatie op het perceel Hooiweg 196 te Paterswolde. Verweerder heeft aan vergunninghouder een lichte bouwvergunning op grond van de Woningwet verleend onder ontheffing in de zin van artikel 3.23, eerste lid, van de Wro, in samenhang met artikel 4.1.1, eerste lid, aanhef en onder g, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).

    3.1. Tussen partijen is niet in geschil dat het onderhavige bouwplan in strijd is met de planvoorschriften van het vigerende bestemmingsplan. Verweerder was daarom in beginsel gehouden de gevraagde bouwvergunning op grond van artikel 44, eerste lid, aanhef en onder c, van de Woningwet te weigeren. Om realisering toch mogelijk te maken heeft verweerder met toepassing van artikel 3.23, eerste lid, van de Wro, ontheffing van het bestemmingsplan verleend. De stelling van eiseres dat het bestreden besluit niet ziet op een ontheffing in de zin van artikel 3.23, eerste lid, van de Wro, berust op een onjuiste lezing van het besluit en behoeft daarom geen verdere beoordeling.

    3.2. Tussen partijen is niet in geschil dat verweerder bevoegd was om met toepassing van artikel 3.23, eerste lid, van de Wro ontheffing te verlenen van het bestemmingsplan. Het geschil spitst zich toe op de vraag of verweerder het gebruik van die bevoegdheid voldoende heeft gemotiveerd en of de belangen van de omwonenden voldoende in de besluitvorming zijn betrokken. De rechtbank zal de door eiseres aangevoerde beroepsgronden hierna achtereenvolgens beoordelen.

    4.1. Eiseres stelt zich op het standpunt dat verweerder handelt in strijd met het door hem gevoerde terughoudende beleid bij het plaatsen van (telecom)masten en dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom van dit beleid is afgeweken. Eiseres voert aan dat dit klemt, temeer daar verweerder in het kader van de bestemmingsplanprocedure "De Marsch" in 2005 een mast op die plek nog uitdrukkelijk ongeschikt vond en bewust buiten het bestemmingsplan heeft gelaten. Eiseres voert aan dat de reden om af te wijken van het door verweerder gevoerde beleid is gelegen in de omstandigheid dat de mast in de toekomst zal worden gebruikt voor site sharing, maar dat de mogelijke gevolgen daarvan niet zijn onderzocht. Eiseres voert aan dat verweerder het bestreden besluit niet op het welstandsadvies had mogen baseren, omdat daarin wordt uitgegaan van de plaatsing van één antenne zonder...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT