Eerste aanleg - meervoudig van Rechtbank Haarlem, December 21, 2012

Sprekergepubliceerd
Datum uitspraak2012/12/21
Uitgevende instantie:Rechtbank Haarlem

RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 12 - 4001

uitspraak van de meervoudige kamer van 21 december 2012

in de zaak van:

[eiser], eiser

[eiser], eiseres

wonende te [woonplaats],

tezamen te noemen, eisers,

gemachtigde: mr. E.T. Panneflek, advocaat te Amsterdam,

tegen:

het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad,

verweerder.

  1. Procesverloop

    Bij besluit van 19 augustus 2011 heeft verweerder aan eisers meegedeeld dat hun uitkering op grond van de Wet Werk en Bijstand (WWB) wordt herzien (lees: ingetrokken) over de periode van 1 januari 1999 tot 1 april 2009. Tevens is meegedeeld dat een bedrag van € 95.506,08 aan ten onrechte verstrekte uitkering van eisers wordt teruggevorderd.

    Tegen dit besluit hebben eisers bezwaar gemaakt.

    Bij besluit van 12 juli 2012 heeft verweerder het besluit gegrond verklaard, wat betreft de hoogte van het teruggevorderde bedrag. Verweerder heeft het terugvorderingsbedrag verlaagd naar € 92.706,67. Verweerder heeft de verschuldigde proceskostenvergoeding in bezwaar van € 1.748,- van dit bedrag afgetrokken en aan eisers is meegedeeld dat zij een nog bedrag van in totaal € 90.958,67 dienen terug te betalen.

    Tegen dit besluit hebben eisers beroep ingesteld.

    Verweerder heeft op de zaak betrekking hebbende stukken ingezonden en een verweerschrift ingediend.

    Het beroep is behandeld ter zitting van 4 december 2012, alwaar eiser in persoon is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder werd vertegenwoordigd door P. Koehnen en D. Uç.

  2. Overwegingen

    2.1 Eisers hebben voor zover hier relevant van 22 januari 1998 tot 1 oktober 2000 en van 12 mei 2003 tot en met 31 maart 2009 van verweerder een bijstandsuitkering naar de norm van een echtpaar ontvangen, laatstelijk op grond van de WWB. Naar aanleiding van een anonieme melding in 2009 heeft een onderzoek plaatsgevonden naar de rechtmatigheid van de aan hen verleende uitkering. Uit dit onderzoek is naar voren gekomen dat eisers sedert 28 november 1996 een woning bezitten in [plaatsnaam], Turkije waarvan de waarde in 2009 is getaxeerd op € 36.700,--. Naar aanleiding hiervan heeft verweerder geoordeeld dat de bijstandsuitkering ten onrechte is verleend, zodat de uitkering met terugwerkende kracht is ingetrokken vanaf 1 januari 1999 en de onverschuldigd betaalde bijstand is teruggevorderd.

    2.2 Verweerder stelt zich in het besluit op bezwaar op het standpunt dat eisers hun inlichtingenverplichting hebben geschonden door het bezit van een huis in Turkije niet aan verweerder te melden. Daardoor is het recht op bijstand in genoemde periode, volgens verweerder, niet (meer) vast te stellen.

    2.3 Eisers hebben in beroep allereerst bestreden dat zij de inlichtingenverplichting hebben geschonden. Zij stellen dat zij niet wisten dat zij het bezit van een appartement in Turkije hadden moeten melden. Zij beheersen de Nederlandse taal onvoldoende om het inlichtingenformulier...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT