Hoger beroep van Gerechtshof Leeuwarden, 18 december 2012

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:18 december 2012
Uitgevende instantie::Gerechtshof Leeuwarden
SAMENVATTING

Einde van een jarenlang slepende burenruzie over: - verjaring van een strookje grond - erfdienstbaarheden m.b.t. licht en uitzicht

 
GRATIS UITTREKSEL

Arrest d.d. 18 december 2012

Zaaknummer 200.014.422/01

(zaaknummer rechtbank: 92468/ HA ZA 07-243)

HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN

Arrest van de tweede kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:

  1. [appellant sub 1],

    wonende te [woonplaats],

  2. [appellant sub 2],

    wonende te [woonplaats],

    appellanten,

    in eerste aanleg: eisers in conventie en verweerders in reconventie,

    hierna gezamenlijk te noemen: [appellanten],

    advocaat: mr. M. Schuring, kantoorhoudende te Groningen,

    tegen

  3. [geïntimeerde sub 1],

    wonende te [woonplaats],

  4. [geïntimeerde sub 2],

    wonende te [woonplaats],

    geïntimeerden,

    in eerste aanleg: gedaagden in conventie en eisers in reconventie,

    hierna gezamenlijk te noemen: [geïntimeerde],

    advocaat: mr. J. van Ophem, kantoorhoudende te Leeuwarden.

    De inhoud van het tussenarrest van 7 februari 2012 wordt hier overgenomen.

    Het verdere procesverloop

    Ter uitvoering van de in voormeld tussenarrest aan hen verstrekte bewijsopdracht hebben [appellanten] één getuige doen horen. Vervolgens heeft [geïntimeerde] in contra-enquête twee getuigen doen horen.

    Beide partijen hebben in het kader van de bewijslevering schriftelijk stukken ingebracht, [appellanten] door overlegging van rapportage door fotograaf

    [fotograaf 2], [geïntimeerde] door middel van een brief van fotograaf [de fotograaf].

    Tenslotte hebben partijen andermaal stukken overgelegd voor het wijzen van arrest.

    De verdere behandeling

  5. Bij tussenarrest van 7 februari 2012 zijn [appellanten] toegelaten tot het leveren van tegenbewijs tegen het voorshands bewezen geachte feit dat [geïntimeerde] bezitter van de in geding zijnde strook grond is geworden.

  6. Ter uitvoering van deze bewijsopdracht hebben [appellanten] schriftelijk bewijs en getuigenbewijs bijgebracht.

  7. [appellanten] hebben één getuige voorgebracht, [getuige]. Deze getuige heeft een algemene beschouwing gegeven over de ontwikkelingen met betrekking tot de scherpte van luchtfoto's in de loop der tijd, maar heeft niet kunnen ontkrachten dat de litigieuze erfafscheiding reeds voor 1987 is geplaatst.

  8. Het schriftelijk bewijs bestaat uit een rapport van fotograaf [fotograaf 2]. De conclusie van diens rapportage luidt:"Ook na de door mij geboden software-matige mogelijkheden tot beeldverbetering, waardoor het betrokken gebied in detail beter zichtbaar is op de aangeleverde foto, is de aanwezigheid van een schutting (voor of rond 1987: Hof ) door mij op aangeleverde beelden niet geconstateerd. Enig mogelijke variabelen die deze...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT