Eerste aanleg - meervoudig van Rechtbank Utrecht, 21 december 2012

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:21 december 2012
Uitgevende instantie::Rechtbank Utrecht
SAMENVATTING

feit 1; medeplichtigheid aan medeplegen van doodslag, gevolgd, vergezeld of voorafgegaan van een strafbaar feit en gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan dat feit hetzij straffeloosheid hetzij het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren. feit 2:... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16/711777-11 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 21 december 2012

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [1978] te [geboorteplaats],

thans gedetineerd in P.I. Noord Holland, Huis van Bewaring Zwaag te Zwaag,

raadsman mr. L. de Leon, advocaat te Utrecht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 21 november 2012 en 10 december 2012, waarbij de officier van justitie, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering. De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: een inbraak in de woning van [slachtoffer] heeft uitgelokt, dan wel dat hij daaraan medeplichtig is geweest, terwijl [slachtoffer] na de inbraak in zijn woning is overleden (dit is in verschillende varianten aan verdachte ten laste gelegd);

feit 2: een vuurwapen van categorie III voorhanden heeft gehad.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig en de rechtbank is bevoegd. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

3.1 De ontvankelijkheid van de officier van justitie in de vervolging

3.1.1 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie bepleit. Daartoe heeft de raadsman aangevoerd dat verdachte op 24 augustus 2011 ten onrechte als getuige is gehoord in het onderzoek naar het overlijden van zijn oom, slachtoffer [slachtoffer] omdat hij reeds daarvoor, op basis van gegevens uit opsporingsonderzoek 09KOPER, door het openbaar ministerie als verdachte was aangemerkt. Door verdachte desondanks als getuige te horen is aan verdachte, volgens de raadsman, de mogelijkheid onthouden om een raadsman te raadplegen en is hem ten onrechte niet de cautie gegeven. De raadsman heeft voorts aangevoerd dat het proces-verbaal aangaande de inzet van een politieel informant ten onrechte op een tijdstip, gelegen ruim na de behandeling van de vordering gevangenhouding van verdachte, aan het dossier is toegevoegd. Naar de mening van de raadsman is door deze handelwijze van het openbaar ministerie belangrijke ontlastende informatie achtergehouden.

3.1.2 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het verweer van de raadsman moet worden verworpen. De officier van justitie heeft er ter onderbouwing van zijn standpunt op gewezen dat verdachte pas op 29 september 2011 als verdachte binnen het onderhavige onderzoek is aangemerkt. Vóór 29 september 2011 komt verdachte daarom alleen voor in het dossier als betrokkene. Pas na binnenkomst van belastende CIE-informatie in de maand september is verdachte ook als verdachte aangemerkt. Daarnaast heeft de officier van justitie aangevoerd dat hij ingevolge artikel 126aa Wetboek van Strafvordering de stukken aangaande de inzet van een politieel informant aan het dossier heeft toegevoegd zodra het belang van het onderzoek dat toeliet.

3.1.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman en overweegt daartoe als volgt. Naar het oordeel van de rechtbank was er aanvankelijk – op basis van de stand van het onderzoek– geen enkele reden om verdachte ook als verdachte te horen in het onderzoek naar het overlijden van zijn oom. Verdachte werd, net als vele andere leden van de familie, gehoord als getuige. Pas later, voor het eerst in de maand september 2011, is bekend geworden dat er mogelijk sprake zou zijn van betrokkenheid van een familielid van slachtoffer [slachtoffer] bij diens overlijden. Niet lang daarna is verdachte ook daadwerkelijk als verdachte aangemerkt.

Voorts is er naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van het niet tijdig voegen van stukken in het dossier van verdachte. De rechtbank wijst daartoe op artikel 126aa, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering waaruit volgt dat uiterlijk vóór aanvang van het onderzoek ter terechtzitting de betreffende stukken moeten zijn gevoegd in het dossier. Nu dat in de onderhavige zaak het geval is geweest, slaagt het verweer van de raadsman niet.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de feiten 1 meest meest subsidiair (medeplichtigheid aan diefstal met geweld de dood ten gevolgde hebbend) en feit 2 heeft begaan en baseert zich daarbij op de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van de ten laste gelegde feiten.

Ten aanzien van feit 1 heeft de raadsman aangevoerd dat verdachte geen voorinformatie heeft verstrekt of een tip heeft gegeven aan [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2][medeverdachte]. Naar de mening van de raadsman vindt dit standpunt bevestiging in de verklaring die [medeverdachte] ter terechtzitting op 21 november 2012 als getuige heeft afgelegd. Uit deze verklaring blijkt, volgens de raadsman, dat verdachte en [medeverdachte] alleen in algemene zin met elkaar over geld hebben gesproken en dat [medeverdachte] hierdoor is ‘getriggerd’. Andere gegevens uit het dossier, zoals CIE-informatie, de historische printgegevens en het verwijderen van de telefoonnummers van verdachte uit zijn telefoon door [medeverdachte], waarop de officier van justitie zich in zijn requisitoir heeft gebaseerd, zijn als gevolg van de verklaring van [medeverdachte] eveneens voor een andere uitleg vatbaar. Ten slotte heeft de raadsman erop gewezen dat uit de OVC-gesprekken, de stelselmatige informatie-inwinning en de verklaringen van diverse getuigen evenmin blijkt van betrokkenheid bij het onder 1 ten laste gelegde feit.

Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsman aangevoerd dat de verklaring van verdachte over het vuurwapen slechts wordt bevestigd door de vondst van het vuurwapen. Verdachte heeft zijn bekennende verklaring ten aanzien van het wapen afgelegd op een moment dat hij net had gehoord waarvan hij werd verdacht. Volgens de raadsman heeft verdachte deze bekennende verklaring bovendien mede afgelegd om zijn huisgenoot te beschermen. Hierdoor is sprake van een situatie van ‘unus testis nullus testis’, zodat voldoende wettig en overtuigend bewijs om tot een bewezenverklaring van feit 2 te kunnen komen, ontbreekt.

Naar de mening van de raadsman dient het vorenstaande ertoe te leiden dat verdachte moet worden vrijgesproken van de beide aan hem ten laste gelegde feiten.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

4.3.1 Ten aanzien van feit 1:

Inleiding

Het aantreffen van [slachtoffer]

Op 19 juni 2011 is de 80-jarige [slachtoffer] (verder: [slachtoffer]) op de grond in de slaapkamer van zijn woning aan de [adres] te [woonplaats] aangetroffen. De beide polsen van [slachtoffer] waren met tierips (kabelbinders) aan elkaar gebonden. Deze tierips waren ook onderling kruislings aan elkaar verbonden door de tierips door elkaar te steken. De enkels van [slachtoffer] waren met duct tape gebonden. De duct tape was om de enkels en ook tussen de benen door gewikkeld. Over de mond van [slachtoffer] waren stroken duct tape geplakt. Deze stroken hebben de neusgaten van [slachtoffer] niet geblokkeerd. Uit de neusgaten van [slachtoffer] was bloed gelopen. Ook was er schuim zichtbaar in beide neusgaten. Het overlijden van [slachtoffer] werd vastgesteld.

Tegen de zijgevel van de woning van [slachtoffer] is een aluminium ladder aangetroffen die reikte tot het geopende slaapkamerraam van...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT