Hoger beroep van Gerechtshof Leeuwarden, 18 december 2012

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:18 december 2012
Uitgevende instantie::Gerechtshof Leeuwarden
SAMENVATTING

Totstandkoming koopovereenkomst. Ontbinding van de koopovereenkomst met betrekking tot 52 hectare landbouwgrond. Verzuim. Ingebrekestelling niet opnieuw nodig. Contractuele boete verbeurd van € 546.000,--. Geen matiging.

 
GRATIS UITTREKSEL

Arrest d.d. 18 december 2012

Zaaknummer 200.104.612-01

(zaaknummer rechtbank: 109107/HA ZA 09-310)

HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN

Arrest van de tweede kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:

[appellant],

wonende te [woonplaats]

appellant, tevens eiser in het incident,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna te noemen: [appellant],

advocaat: mr. E.H. Elgersma, kantoorhoudende te Steenwijk,

die ook heeft gepleit,

tegen

[geïntimeerde],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde, tevens verweerder in het incident,

in eerste aanleg: eiser,

hierna te noemen: [geïntimeerde],

advocaat: mr. P.H.F. Yspeert, kantoorhoudende te Groningen,

die ook heeft gepleit.

Bij arrest van 26 juni 2012 heeft het hof de incidentele vordering in hoger beroep waarbij [appellant] schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis van 21 maart 2012 vordert, afgewezen. Het hof verwijst naar dit arrest.

Vervolgens hebben partijen hun zaak door hun raadslieden doen bepleiten onder overlegging van pleitnota's.

Ten slotte hebben partijen arrest gevraagd op het pleitdossier.

De grieven

[appellant] heeft drie grieven opgeworpen.

De beoordeling

De vaststaande feiten

  1. Tussen partijen staan als enerzijds erkend en anderzijds onvoldoende weersproken, de volgende feiten vast:

    1.1. [appellant] was eigenaar van een aantal percelen landbouwgrond te Slochteren (hierna: de percelen), een hoeveelheid polsuiker, toeslagrechten en aandelen Avebe (hierna gezamenlijk aan te duiden als de goederen).

    1.2. [appellant] en [geïntimeerde] hebben op 2 september 2008 op het kantoor van [notaris] gesproken over de mogelijke verkoop van de goederen voor een prijs van € 2.184.000,00.

    1.3. Tijdens die bespreking is een concept koopakte ter tafel geweest.

    1.4. Art. 13 van de akte luidt, voor zover thans van belang:

    "1. Een partij is in verzuim jegens de wederpartij als hij, na in gebreke te zijn gesteld, nalatig is of blijft in zijn verplichtingen uit hoofde van deze overeenkomst te voldoen. Ingebrekestelling moet schriftelijk geschieden met inachtneming van een termijn van acht dagen.

  2. Wanneer een partij in verzuim is, is deze verplicht de schade, die de wederpartij dientengevolge lijdt, te vergoeden. De wederpartij kan alsdan, zonder rechterlijke tussenkomst, de overeenkomst ontbinden.

  3. Wanneer het verzuim betrekking heeft op het meewerken aan de feitelijke en/of juridische levering dan wel op de voldoening van de koopprijs, zal de nalatige partij daarnaast, ten behoeve van de wederpartij, een zonder rechterlijke tussenkomst opeisbare boete verbeuren. De hoogte van deze boete is gelijk aan vijfentwintig procent van de totale koopprijs. Voor zover de wederpartij meer schade lijdt, heeft hij, naast de boete, recht op aanvullende schadevergoeding. (…)

  4. (…)"

    1.5. Op 10 september 2008 hadden partijen opnieuw een bespreking bij de notaris.

    1.6. Op 10 september 2008 bleek bij nadere kadastrale recherche door de notaris dat door [X] (hierna: [X]) beslag op de percelen tot levering, althans tot verhaal van een vordering was gelegd.

    1.7. Bij dagvaarding van 18 september 2008 heeft [X] [appellant]

    in rechte betrokken en onder andere gevorderd nakoming door [appellant] van een verplichting tot levering van de percelen. De vordering tot levering door [X] was gebaseerd op de stelling dat hij met [appellant] overeenstemming had bereikt over de verkoop van de percelen.

    1.8. Bij brief van 14 oktober 2008 heeft de raadsman van [geïntimeerde] namens deze [appellant] in gebreke gesteld, waarbij [geïntimeerde] zich uitdrukkelijk het recht voorbehoudt om "de overeenkomst te ontbinden en aanspraak te maken op de overeengekomen boete van 25% van de totale koopprijs."

    1.9. Bij exploot van 18 februari 2009 is namens [geïntimeerde] beslag gelegd op de percelen.

    1.10. Op 6 februari 2010 zijn [geïntimeerde] als pachter en [appellant] als verpachter met elkaar een pachtovereenkomst aangegaan met betrekking tot de percelen. In de considerans van de pachtovereenkomst is onder meer het volgende opgenomen:

    dat verpachter en pachter in een civiele procedure zijn verwikkeld omdat een derde partij ([X], aan partijen genoegzaam bekend) beslag heeft doen leggen op het hierna genoemde onroerende goed terwijl verpachter en pachter voornemens zijn de hierna genoemde landbouwgronden te verkopen respectievelijk te kopen;

    dat verpachter en pachter in afwachting van de uitkomst van de procedure tussen verpachter en [X] in de tussenliggende periode de tussen hun bedoelde overeenkomst reeds zoveel mogelijke proberen te realiseren middels verpachting tot het moment van het kunnen leveren

    dat de pachtovereenkomsten eindigen direct nadat er een definitieve uitspraak is gedaan in de procedure tussen de verpachter en [X] waarbij afhankelijk van de uitkomst van die procedure verpachter/dan verkoper zal leveren aan pachter/dan koper conform de afspraken tussen verpachter en pachter;

    1.11. Bij tussenvonnis van 7 juli 2010 heeft de rechtbank te Groningen in de procedure tussen [appellant] en [X] de vordering van [X] strekkende tot levering van de percelen afgewezen.

    1.12. In de zomer van 2011 kwam [appellant] in de positie te verkeren dat hij op korte termijn over gelden diende te beschikken teneinde financiële verwikkelingen in de USA goed te kunnen afronden. In verband hiermee is [appellant] zowel met [X] als met [geïntimeerde] in overleg getreden inzake het door één van beiden afnemen van de goederen.

    1.13. Bij brief van 7 juli 2011 heeft mr. Van Rossum, de toenmalige advocaat van [X] en [appellant], aan de advocaat van [geïntimeerde] onder meer het volgende geschreven:

    Begin deze week hadden wij telefonisch contact over de positie in de procedure tegen [appellant], van uw cliënt, [geï[geïntimeerde].

    Ik ben...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT