Eerste aanleg - enkelvoudig van Rechtbank Utrecht, 19 december 2012

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:19 december 2012
Uitgevende instantie::Rechtbank Utrecht
SAMENVATTING

Schorsing tenuitvoerlegging Europese executoriale titel op grond van artikel 23 EET-verordening

 
GRATIS UITTREKSEL

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handel en kanton

Handelskamer

zaaknummer / rolnummer: 310560 / HA ZA 11-1499

Vonnis van 19 december 2012

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[bedrijf 1],

gevestigd te [vestigingsplaats],

eiseres,

advocaat mr. E.M. van Zelm te De Bilt,

tegen

de rechtspersoon naar buitenlands recht

[bedrijf 2],

gevestigd te [vestigingsplaats], Seychellen,

gedaagde,

advocaat mr. J.B. Smits te Breda.

Partijen zullen hierna [bedrijf 1] en [bedrijf 2] genoemd worden.

  1. De procedure

    1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

    - het tussenvonnis van 18 januari 2012

    - het proces-verbaal van comparitie van 11 april 2012.

    1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

  2. De feiten

    2.1. Op 8 september 2008 heeft de vennootschap naar Slowaaks recht [X] SC Tulip s.r.o. (hierna: [X]) een overeenkomst gesloten met de vennootschap naar Slowaaks recht [A] SK s.r.o. (hierna: [A]) strekkende tot het (door laatstgenoemde) uitvoeren van sloopwerkzaamheden.

    2.2. Op 3 november 2008 en 3 maart 2009 heeft [A] aan [X] facturen gezonden voor bedragen van respectievelijk € 620.464,13 en € 1.317.711,94.

    2.3. Op 22 september 2009 hebben [A] en [X] een overeenkomst gesloten waarin afspraken zijn neergelegd met betrekking tot de betaling van de onder 2.2 bedoelde facturen.

    2.4. Op 2 oktober 2009 is [bedrijf 1] bij notariële akte (hierna te noemen: de notariële akte) toegetreden tot de onder 2.3 bedoelde overeenkomst.

    2.5. Op 23 februari 2010 heeft de provinciale rechtbank te Bratislava (Slowakije) de onder 2.4 bedoelde notariële akte gewaarmerkt als Europese executoriale titel (hierna: de EET). Als “hoofdbedrag” is daarin vermeld een bedrag van € 2.358.176,07.

    2.6. Op 10 juni 2010 heeft [A] een overeenkomst gesloten met [bedrijf 2] strekkende tot overdracht van haar vorderingen op [X] en [bedrijf 1] aan [bedrijf 2].

    2.7. Op 3 februari 2011 is op verzoek van [bedrijf 2] de aankondiging van de executie van de als EET gewaarmerkte notariële akte aan [bedrijf 1] betekend.

    2.8. Bij bezwaarschrift van 10 februari 2011 heeft [bedrijf 1] in Slowakije bezwaar gemaakt tegen de executie van de als EET gewaarmerkte notariële akte.

    2.9. Bij beschikking van 15 december 2011 heeft de districtsrechtbank te Zilina het bezwaar van [bedrijf 1] toegewezen voor zover het de invordering van een bedrag van € 2.342.123,86 betreft. Voor het overige (€ 16.052,21) is het bezwaar afgewezen.

  3. Het geschil

    3.1. Bij conclusie van antwoord in het incident heeft...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT