Eerste aanleg - meervoudig van Rechtbank Utrecht, 21 december 2012

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:21 december 2012
Uitgevende instantie::Rechtbank Utrecht
SAMENVATTING

Verdachte is veroordeeld voor het plegen van twee mishandelingen tot een gevangenisstraf van drie weken onvoorwaardelijk. De rechtbank heeft daarbij met name gelet op de ernst van de bewezen verklaarde strafbare feiten en het flinke strafblad van verdachte.

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16/655440-12 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 21 december 2012

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1991] te [geboorteplaats]

wonende te [woonplaats], [adres]

raadsman mr. X.B. Sijmons, advocaat te Utrecht.

  1. Onderzoek van de zaak

    De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 13 december 2012, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

  2. De tenlastelegging

    De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

    De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

    Feit 1: [aangever 1] heeft mishandeld;

    Feit 2: [aangever 2] heeft mishandeld;

    Feit 3: een gasbusje met pepperspray voorhanden heeft gehad.

  3. De voorvragen

    De rechtbank heeft geconstateerd dat de dagvaarding geldig is, dat de rechtbank bevoegd is, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen reden is voor schorsing van de vervolging.

  4. De beoordeling van het bewijs

    4.1. Het standpunt van de officier van justitie

    De officier van justitie acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het aan hem onder 3 ten laste gelegde feit heeft begaan en zij heeft gevorderd om verdachte van dat feit vrij te spreken.

    De officier van justitie acht wel wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de aan hem onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan. De officier van justitie baseert zich daarbij ten aanzien van feit 1 met name op de aangifte van [aangever 1], op de verklaring van getuige [getuige 1] en op de verklaring van verdachte. Ten aanzien van

    feit 2 baseert de officier van justitie zich met name op de verklaring van getuige [aangever 1][getuige 2] en op het door de politie opgemaakte proces-verbaal van bevindingen over hun telefonisch contact met [aangever 2], alsmede over hetgeen verdachte in een busje tegen verbalisanten tijdens een transport heeft gezegd.

    4.2. Het standpunt van de verdediging

    De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van de aan verdachte onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten. De verdediging heeft daartoe aangevoerd dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs in het dossier aanwezig is om tot een bewezenverklaring van die feiten te kunnen komen.

    4.3. Het oordeel van de rechtbank

    Vrijspraak feit 3

    De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs in het dossier aanwezig is om bewezen te kunnen verklaren dat het in de woning van verdachte aangetroffen busje pepperspray van verdachte was of dat hij wist dat dat busje pepperspray in de woning stond. De rechtbank zal verdachte daarom van het onder feit 3 tenlastegelegde vrijspreken.

    Bewezenverklaring feit 1

    Aangever [aangever 1] (de rechtbank begrijpt dat...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT