Wraking van Gerechtshof Leeuwarden, 20 december 2012

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:20 december 2012
Uitgevende instantie::Gerechtshof Leeuwarden
SAMENVATTING

Wrakingsverzoek afgewezen. Aan de wrakingskamer ligt de vraag voor of de enkele omstandigheid dat een raadsheer in een eerdere strafzaak tegen verzoeker, met een aangifte van dezelfde buren als in de huidige strafzaak, in het nadeel van verzoeker heeft beslist meebrengt dat de raadsheer reeds om die reden geacht moet worden partijdig te zijn in onderhavige strafzaak. Het antwoord op die vraag... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

Beschikking 20 december 2012

Rekestnummer 200.117.647/01

HET GERECHTSHOF LEEUWARDEN

Wrakingskamer

Beschikking in de zaak met zaaknummer 200.117.647/01

[verzoeker 1]l en

[verzoeker 2]

verzoekers in het wrakingsincident,

tegen

mr. A.J. Rietveld

raadsheer in dit hof,

verweerder in het wrakingsincident.

Het verloop van de procedure

In de zaken met parketnummers 24-002761-11 en 24-002762-11 heeft de meervoudige strafkamer van het hof, bestaande uit mrs. K. Lahuis, A.J. Rietveld en F.R. Vermeer, raadsheren, voor het laatst op 26 november 2012 zitting gehouden. Ter terechtzitting hebben verzoekers een verzoek gedaan dat strekt tot wraking van mr. Rietveld. De van die zitting opgemaakte processen-verbaal bevinden zich bij de stukken.

Mr. Rietveld heeft niet in de wraking berust en heeft te kennen gegeven geen gebruik te willen maken van het recht om in raadkamer te worden gehoord.

Het verzoek strekkende tot wraking is behandeld in raadkamer van de wrakingskamer op

10 december 2012. In raadkamer zijn verzoekers verschenen. Verzoekers hebben ter zitting beiden een pleitnota overgelegd.

De advocaat-generaal, mr. dr. I.E.W. Gonzales, heeft bij monde van de heer Van der Zwaag, per email van 4 december 2012 te kennen gegeven dat het openbaar ministerie geen gebruik zal maken van de mogelijkheid om op het wrakingsverzoek te worden gehoord.

De beoordeling

De ontvankelijkheid van het wrakingsverzoek

  1. De wrakingskamer acht het verzoek tijdig gedaan en ook overigens ontvankelijk.

    De gronden van het wrakingsverzoek

  2. Het door de griffier opgemaakt proces-verbaal van het wrakingsverzoek van [verzoeker 1] luidt als volgt:

    "([verzoeker 1]:) Ik wraak de raadsheer mr. A.J. Rietveld. Zij heeft in de periode van 2004 tot heden in zaken gerelateerd aan de onderhavige strafzaak geoordeeld. In de strafzaak tegen mij met parketnummer eerste aanleg 18-070484-04, in hoger beroep parketnummer 24-002773-08, heeft zij geoordeeld.

    Zij heeft ook een dubbelrol aangezien zij zowel als officier van justitie als raadsheer werkzaam is in hetzelfde arrondissement. Mijn angst voor partijdigheid is legitiem en gerechtvaardigd".

    [verzoeker 2] heeft zich bij het wrakingsverzoek van [verzoeker 1] aangesloten. Ter toelichting op dit verzoek hebben verzoekers bij gelegenheid van de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek nog aangegeven dat hun bezwaar met name ziet op het feit dat de nu lopende strafzaak dezelfde oorsprong heeft als de eerdere strafzaak tegen [verzoeker 1], te weten...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT