Eerste aanleg - meervoudig van Rechtbank Alkmaar, 20 december 2012

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:20 december 2012
Uitgevende instantie::Rechtbank Alkmaar
SAMENVATTING

WW aanvraag toegekend. Werknemer ontslagen wegens zeer ernstig plichtsverzuim. Werkgever heeft werknemer echter niet onverwijld ontslagen. Niet aan de eis van de subjectieve dringendheid van de ontslagreden voldaan.

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK ALKMAAR

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 11/2013

uitspraak van de meervoudige kamer van 20 december 2012 in de zaak tussen

Allure Stichting voor openbaar primair onderwijs, te Wognum, eiseres,

(gemachtigde: mr. drs. A. Hoekstra-Borzymowska),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (districtskantoor Alkmaar), verweerder,

(gemachtigde: J. Knufman).

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: [naam], te [plaatsnaam],

(gemachtigde: mr. drs. G.A.M. Verschuren).

Procesverloop

Bij besluit van 23 maart 2011 (het primaire besluit) heeft verweerder aan [naam] (hierna: [naam]) meegedeeld dat hij vanaf 1 maart 2011 recht heeft op een uitkering ingevolge de Werkloosheidswet (hierna: WW), maar dat deze niet wordt uitgekeerd omdat hij verwijtbaar werkloos is geworden.

Bij besluit van 4 juli 2011 (het bestreden besluit) heeft verweerder het door [naam] gemaakte bezwaar gegrond verklaard en aan [naam] met ingang van 1 maart 2011 een WW-uitkering toegekend, berekend naar een daarbij vastgesteld dagloon van € 184,23.

Verweerder heeft eiseres, voormalig werkgeefster van [naam], bij brief van 4 juli 2011 een afschrift van het bestreden besluit toegezonden.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 oktober 2012. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Tevens is mevrouw H.J.K. Meijering verschenen, algemeen directeur van de Stichting Allure. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. [naam] is in zijn hoedanigheid van derde-partij verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde.

De rechtbank heeft de termijn voor het doen van uitspraak verlengd.

Overwegingen

  1. In deze zaak dient de rechtbank te beoordelen of verweerder [naam] terecht een WW-uitkering per 1 maart 2011 heeft toegekend.

  2. De rechtbank overweegt allereerst dat nu in het primaire besluit de WW-uitkering van [naam] is afgewezen, eiseres er redelijkerwijs geen verwijt van kan worden gemaakt dat zij hiertegen geen bezwaar heeft gemaakt. Bij de toekenning van de WW-uitkering heeft eiseres als eigenrisicodrager een financieel belang. Eiseres is derhalve ontvankelijk in haar beroep.

    3.1. Eiseres heeft gesteld dat het bestreden besluit niet zorgvuldig is voorbereid omdat zij niet in de bezwaarprocedure is betrokken en niet is gehoord.

    3.2. De rechtbank stelt vast dat het primaire besluit ten onrechte niet aan eiseres, als derde belanghebbende bij dat besluit, is toegestuurd. Verweerder heeft dit pas onderkend nadat de gemachtigde van [naam] op 3 mei 2011 telefonisch door verweerder is geïnformeerd over de voorgenomen wijziging van het primaire besluit. Eiseres is vervolgens bij brief van 5 mei 2011 op de hoogte gesteld van [naam]’s bezwaar tegen de afwijzing van de WW-uitkering, waarna zij bij brief van 12 mei 2011 verweerder heeft meegedeeld in de bezwaarprocedure betrokken te willen worden. Bij brief van 1 juni 2011 heeft verweerder eiseres een kopie van zijn voorgenomen besluit op het bezwaar van [naam] toegestuurd, inhoudende herroeping van het primaire besluit en toekenning van een WW-uitkering aan [naam]. Bij het bestreden besluit heeft verweerder (conform het voornemen) op dat bezwaar besloten.

    3.3. De rechtbank is van oordeel dat verweerder in strijd met de door hem in acht te nemen zorgvuldigheid heeft gehandeld door eiseres eerst in de bezwaarprocedure te betrekken nadat hij voornemens was [naam] een WW-uitkering toe te kennen en haar vervolgens, nadat zij heeft meegedeeld in de bezwaarprocedure betrokken te willen worden, niet in de gelegenheid heeft gesteld haar bezwaren tijdens een hoorzitting naar voren te brengen, terwijl eiseres nimmer expliciet afstand heeft gedaan van het recht om te worden gehoord. Dat eiseres niet uit zichzelf heeft gereageerd op het voornemen van 1 juni 2011, maakt dit niet anders. Geconcludeerd moet dan ook worden dat het bestreden besluit is genomen in strijd met artikel 3:2 en artikel 7:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Het beroep is om deze reden gegrond en het bestreden besluit zal...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT