Eerste aanleg - meervoudig van Rechtbank Alkmaar, 27 december 2012

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:27 december 2012
Uitgevende instantie::Rechtbank Alkmaar
SAMENVATTING

Verweerder heeft terecht en op goede gronden afgewezen het verzoek van eiser om zijn burnout als beroepsziekte aan te merken. Hetgeen eiser heeft aangedragen, geeft geen aanleiding om te concluderen dat in zijn geval sprake is geweest van buitensporigheid. Verweerder heeft een beoordeling van de tweede vraag, te weten of er oorzakelijk verband is tussen de (buitensporige) werkomstandigheden en de ... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK ALKMAAR

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 12/323

uitspraak van de meervoudige kamer van 27 december 2012 in de zaak tussen

[naam eiser], te [plaatsnaam], eiser

(gemachtigde: mr. J. Jaab),

en

de minister van Financiën, verweerder

(gemachtigde: mr. Q.A. Witsen Elias).

Procesverloop

Bij besluit van 3 mei 2011 (het primaire besluit) heeft verweerder het verzoek van eiser afgewezen om toekenning van een aanvullende uitkering op grond van artikel 38 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR).

Bij besluit van 22 december 2011 (het bestreden besluit) heeft verweerder het hiertegen ingediende bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 oktober 2012. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

De rechtbank heeft de termijn voor het doen van uitspraak met zes weken verlengd.

Overwegingen

  1. Ter beantwoording staat de vraag of verweerder terecht en op goede gronden het verzoek van eiser heeft afgewezen om zijn burnout als beroepsziekte aan te merken.

  2. Verweerder heeft aan het bestreden besluit het advies van de Commissie Advisering Bezwaarschriften Medewerkers van het Ministerie van Financiën exclusief de Belastingdienst (hierna: de commissie) van 16 december 2011 ten grondslag gelegd. De commissie is van mening dat het dossier geen aanknopingspunten biedt ter onderbouwing van de stelling van eiser dat sprake is geweest van buitensporige werkomstandigheden. Eiser heeft zijn stelling voorts onvoldoende onderbouwd. Het staat niet vast dat elke werknemer de werkzaamheden/werkomstandigheden van eiser als buitensporig zou hebben ervaren. Gesteld noch gebleken is dat ook anderen met dezelfde klachten zijn uitgevallen. Nu de werkomstandigheden van eiser hem juist vanwege de subjectieve omstandigheden van zijn verhoogde kwetsbaarheid en zijn persoonlijke kenmerken (plichtsgetrouw en groot verantwoordelijkheidsbesef), te veel zijn geworden, is de commissie van oordeel dat niet is voldaan aan de in de rechtspraak geformuleerde voorwaarde van naar objectieve maatstaven gemeten buitensporigheid. Nu de uitkomst van de eerste toets ontkennend moet worden beantwoord, komt de commissie niet toe aan beantwoording van de vraag of sprake is van een causaal verband tussen de arbeid of de arbeidsgerelateerde omstandigheden en...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT