Eerste aanleg - enkelvoudig van Rechtbank 's-Gravenhage, 28 december 2012

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:28 december 2012
Uitgevende instantie::Rechtbank 's-Gravenhage
SAMENVATTING

Herhaalde aanvraag in de zin van artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het tijdsvak waar het visum op ziet is op zichzelf niet bepalend voor de inhoud van het besluit. Geen nieuw gebleken of veranderde omstandigheden. Ne bis in idem. Geen inhoudelijke beoordeling door de rechtbank.

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 12/28334 VISUM

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 december 2012 in de zaak tussen

[eiser], V-nummer [nummer],

(gemachtigde: mr. C.F.M. Raaijmakers),

en

de minister van Buitenlandse Zaken, verweerder,

(gemachtigde: mr. S.Q. Sandifort).

Procesverloop

Eiser, geboren op [datum] 1988, bezit de Marokkaanse nationaliteit.

Bij besluit van 16 mei 2012 heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een visum voor kort verblijf afgewezen.

Bij besluit van 2 augustus 2012 heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

Op 4 september 2012 heeft eiser tegen dit besluit beroep ingesteld bij de rechtbank.

Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken ingezonden en een verweerschrift ingediend.

De openbare behandeling van het beroep heeft plaatsgevonden op 20 november 2012. Eiser heeft zich ter zitting laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1 De rechtbank gaat bij haar oordeelsvorming uit van de volgende feiten en omstandigheden.

1.1 Eiser heeft bij de Nederlandse vertegenwoordiging te Rabat (Marokka) verzocht om een visum kort verblijf met als doel een bezoek te brengen aan [A] (referent).

1.2 Eiser heeft eerder, namelijk op 21 maart 2011, ook verzocht om een visum voor kort verblijf voor de periode van april/mei 2011. Het doel van dit verblijf was eveneens een bezoek te brengen aan referent. Deze aanvraag is bij besluit van 13 april 2011. Hiertegen is geen bezwaar ingediend. Nadien heeft eiser wederom om een visum voor kort verblijf ingediend met hetzelfde reisdoel. Deze aanvraag is tevens geweigerd op 18 mei 2011. Het daartegen ingediende bezwaar is later ingetrokken.

2.1 De rechtbank stelt vast dat het verblijfsdoel van de eerdere aanvragen gelijk zijn aan het verblijfsdoel van de onderhavige aanvraag, namelijk bezoek aan referent. Gelet op het vorenstaande is deze aanvraag een herhaalde aanvraag in de zin van artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Daaraan doet niet af dat de aanvragen zien op verschillende tijdsvakken, nu het tijdsvak waar het visum op ziet op zichzelf niet bepalend is voor de inhoud van het besluit. De stelling van eiser ter zitting dat artikel 4:6 van de Awb niet van toepassing is bij herhaalde visumaanvragen, waarbij eiser verwijst naar artikel 21, negende lid, van de Verordening (EG) 810/2009 van het Europees Parlement en de...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT