Raadkamer van Rechtbank Rotterdam, 8 januari 2013

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak: 8 januari 2013
Uitgevende instantie::Rechtbank Rotterdam
SAMENVATTING

Wet herziening regels betreffende de processtukken in strafzaken, artt. 30 en 149a Wetboek van Strafvordering; in kader van toetsing inverzekeringstelling beroept raadsman zich op deze nieuwe wetgeving; de rechter-commissaris verwerpt het betreffende verweer.

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK ROTTERDAM, LOCATIE DORDRECHT

Sector Strafrecht

RECHTMATIGHEID INVERZEKERINGSTELLING

Parketnummer : 10/681006-13

RC-nummer : 13/80

De rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank te Rotterdam;

De officier van justitie in dit arrondissement heeft op 08 januari 2013 een verzoek als bedoeld in artikel 59a lid 2 van het Wetboek van Strafvordering gedaan, met betrekking tot de verdachte:

[Verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1993 te [plaats],

wonende te [adres];

De officier heeft daarbij overgelegd het proces-verbaal van politie en/of andere opsporingsambtenaren dat in deze zaak is opgemaakt.

De verdachte en zijn raadsman, mr. M.J. Smit, namens mr. T. Sandrk, zijn gehoord door de rechter-commissaris.

De verdachte heeft zijn invrijheidstelling verzocht.

De raadsman voert aan dat zijn cliënt op 4 januari 2013 voor een andere zaak is aangehouden en in verzekering is gesteld. Hij legt daarbij het betreffende bevel tot inverzekeringstelling over. Op 5 januari 2013 is zijn cliënt voor die zaak in vrijheid gesteld en aansluitend is hij aangehouden voor de zaak die heden aan de orde is. Voor laatstgemelde zaak is zijn cliënt vervolgens in verzekering gesteld. Aldus handelend heeft het openbaar ministerie de Aanwijzing inverzekeringstelling niet nageleefd, omdat een aansluitende inverzekeringstelling slechts in specifieke gevallen is toegestaan. In dit geval is van een dergelijk specifiek geval geen sprake, zodat de inverzekeringstelling onrechtmatig is.

Subsidiair voert de raadsman aan dat zijn cliënt niet binnen 3 dagen en 15 uur na de aanhouding van 4 januari 2013 aan de rechter-commissaris is voorgeleid. De toetsing vindt aldus te laat plaats, waardoor de inverzekeringstelling onrechtmatig is.

Meer subsidiair voert de raadsman aan dat er geen redelijk vermoeden van schuld is dat zijn cliënt zich schuldig heeft gemaakt aan de in het dossier vermelde diefstallen. In dat kader brengt de raadsman onder meer naar voren dat de betreffende aangiften zich niet in het dossier bevinden, terwijl dat gelet op de op 1 januari 2013 in werking getreden Wet herziening regels betreffende de processtukken in strafzaken wel verplicht is. Ook dit leidt tot de conclusie dat de inverzekeringstelling onrechtmatig is.

Naar aanleiding van het primaire verweer van de raadsman heeft de rechter-commissaris de officier van justitie om nadere informatie verzocht. Per e-mail heeft de officier van justitie de rechter-commissaris van...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT