Voorlopige voorziening van Centrale Raad van Beroep, 21 januari 2013

Datum uitspraak:21 januari 2013
Uitgevende instantie::Centrale Raad van Beroep
SAMENVATTING

Verzoek om voorlopige voorziening en bodemzaak. Verzoek om terug te komen van het besluit waarbij de WAO-uitkering is ingetrokken. Anders dan verzoeker lijkt te veronderstellen, was voor hem de enige mogelijkheid om het Uwv het besluit van 26 juli 2010 inhoudelijk te laten heroverwegen het indienen van een verzoek om terug te komen van dat besluit, onder verwijzing naar het rapport van de... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

12/6117 WAO, 12/6167 WAO-VV

Centrale Raad van Beroep

Voorzieningenrechter

Uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening

Partijen:

[A. te B.]

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak 21 januari 2013.

PROCESVERLOOP

Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 7 november 2012, 12/2056 en 12/2057 (aangevallen uitspraak), en tevens een verzoek om voorlopige voorziening gedaan.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 januari 2013. Verzoeker is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. H. ten Brinke.

OVERWEGINGEN

1.1. Op grond van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 21 van de Beroepswet kan, indien tegen een uitspraak van de rechtbank of van de voorzieningenrechter van de rechtbank als bedoeld in artikel 18, eerste lid, van de Beroepswet hoger beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de Raad op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

1.2. Op grond van artikel 8:86 van de Awb en artikel 21 van de Beroepswet kan de voorzieningenrechter, indien hij van oordeel is dat na de zitting nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de hoofdzaak, tevens onmiddellijk uitspraak doen in de hoofdzaak.

1.3. In dit geval kan nader onderzoek redelijkerwijs niet bijdragen aan de beoordeling van de zaak. Ook overigens is geen sprake van beletselen om onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak.

2.1. Verzoeker ontving een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). Het Uwv heeft bij besluit op bezwaar van 26 juli 2010 die WAO-uitkering ingetrokken met ingang van 13 mei 2010. Het daartegen ingestelde beroep is door verzoeker ingetrokken.

2.2. Verzoeker heeft het Uwv verzocht terug te komen van zijn besluit van 26 juli 2010. Aan dat verzoek heeft verzoeker een rapport van 19 oktober 2011 van de Nationale ombudsman ten grondslag gelegd. Bij besluit van 10 april 2012 heeft het Uwv het verzoek afgewezen. Bij brief van 28 juli 2012 heeft verzoeker beroep ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank heeft deze brief aangemerkt als een bezwaarschrift tegen het besluit van 10 april 2012 en doorgestuurd aan het Uwv. Bij besluit van 17 september 2012 (bestreden besluit) heeft het Uwv het...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT