Eerste aanleg - enkelvoudig van Centrale Raad van Beroep, January 24, 2013

Datum uitspraak:2013/01/24
Uitgevende instantie::Centrale Raad van Beroep
SAMENVATTING

Afwijzing aanvraag om te worden erkend als burger-oorlogsslachtoffer omdat niet is aangetoond of aannemelijk is gemaakt dat appellant is getroffen door oorlogsgeweld als bedoeld in de Wubo.

 
GRATIS UITTREKSEL

12/1917 WUBO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak in het geding tussen

Partijen:

[A. te B. ] (appellant)

de Pensioen- en Uitkeringsraad (verweerder)

Datum uitspraak: 24 januari 2013

PROCESVERLOOP

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 26 maart 2012, kenmerk BZ01390362 (bestreden besluit). Dit betreft de toepassing van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo).

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is behandeld ter zitting van 13 december 2012. Daar is appellant verschenen, bijgestaan door [C.]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. G.E. Eind.

OVERWEGINGEN

  1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende hier van belang zijnde feiten en omstandigheden.

    1.1. Appellante, geboren in 1942, heeft in juni 2011 bij verweerder een aanvraag ingediend om te worden erkend als burger-oorlogsslachtoffer in de zin van de Wubo en als zodanig in aanmerking te worden gebracht voor de toeslag ter verbetering van de levensomstandigheden en een bijzondere voorziening voor huishoudelijke hulp. Appellant heeft die aanvraag gebaseerd op gezondheidsklachten die naar zijn mening het gevolg zijn van zijn ervaringen tijdens de Duitse bezetting.

    1.2. Bij besluit van 12 september 2011 heeft verweerder die aanvraag afgewezen. Deze afwijzing is na daartegen gemaakt bezwaar gehandhaafd bij het bestreden besluit. Verweerder heeft daartoe overwogen dat niet is aangetoond of aannemelijk is gemaakt dat appellant is getroffen door oorlogsgeweld als bedoeld in de Wubo.

  2. Naar aanleiding van hetgeen in beroep is aangevoerd, overweegt de Raad als volgt.

    2.1. Op grond van artikel 2, eerste lid, van de WUBO wordt - voor zover hier van belang - onder burger-oorlogsslachtoffer verstaan degene die tijdens de oorlogsjaren 1940-1945 als burger lichamelijk of psychisch letsel heeft opgelopen ten gevolge van met de krijgsverrichtingen direct verbonden handelingen of omstandigheden, dan wel ten gevolge van handelingen of maatregelen welke door of namens de vijandelijke bezettende macht tegen hem werden gericht of ten gevolge van confrontatie op jeugdige leeftijd met extreem geweld tegen derden door of namens de vijandelijke bezettende macht.

    2.2. Als relevante oorlogsgebeurtenissen heeft appellant naar voren gebracht dat hij onder levensbedreigende omstandigheden vanuit Roermond naar Solingen in Duitsland is geëvacueerd en dat hij in...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT