Eerste aanleg - meervoudig van Rechtbank Haarlem, December 20, 2012

Sprekergepubliceerd
Datum uitspraak2012/12/20
Uitgevende instantie:Rechtbank Haarlem

RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht, meervoudige douanekamer

Zaaknummer: AWB 12/2826

Uitspraakdatum: 20 december 2012

Uitspraak in het geding tussen

[X] B.V., gevestigd te [Z], eiseres,

gemachtigde: R.F.R. Hoekstra (Customs Solutions Improvements),

en

de inspecteur van de Belastingdienst/Douane, kantoor Rotterdam/Rijnmond, verweerder.

  1. Ontstaan en loop van het geding

    1.1. Verweerder heeft met dagtekening 6 juni 2008 aan eiseres een uitnodiging tot betaling (hierna: utb) met beschikkingnummer [A-NUMMER] uitgereikt, ten bedrage van

    € 1.776.859,09 aan aanvullende rechten op landbouwproducten.

    1.2. Eiseres heeft naar aanleiding van de utb op 2 juni 2009 een verzoek om kwijtschelding ex artikel 239 van het Communautair douanewetboek (hierna: CDW) ingediend. Verweerder heeft het verzoek bij beschikking van 27 juni 2011 afgewezen.

    1.3. Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 9 mei 2012 de beschikking vermeld onder 1.2 gehandhaafd.

    1.4. Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld. Verweerder heeft op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.

    1.5. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 december 2012. Namens eiseres is verschenen haar gemachtigde. Namens verweerder is verschenen mr. W.A.M. Uhlenbroek, tot bijstand vergezeld van E. Lugthart, D.J. Smit, L. van der Spoel en mr. A.A. Kop.

  2. Tussen partijen vaststaande feiten

    2.1. In de periode van mei/juni 2005 tot en met 27 januari 2006 heeft eiseres als indirect vertegenwoordiger van [A-BEDRIJF] GmbH te [PLAATSNAAM] (hierna: [A-BEDRIJF]) meerdere aangiften gedaan voor de regeling brengen in het vrije verkeer van bevroren, rauw kippenvlees.

    2.2. Bij de aangiften ten invoer heeft eiseres facturen overgelegd van [B-BEDRIJF] S.A., gevestigd te [PLAATSNAAM], (hierna: [B-BEDRIJF]) gericht aan [A-BEDRIJF].

    2.3. In het kader van de verificatie van de aangiften heeft verweerder verzocht om aanvullende informatie op grond van artikel 3, vierde lid, van de Verordening (EG) nr. 1484/95 van de Commissie van 28 juni 1995 houdende bepalingen voor de toepassingen van de aanvullende rechten in de sectoren slachtpluimvee en eieren, alsmede ovoalbumine, en houdende vaststelling van deze rechten en intrekking van Verordening nr. 163/67/EEG (PB nr. L 145 van 29/06/1995 blz. 0047-0051) (hierna: de Verordening (EG) 1484/95), die is gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 493/1999 van de Commissie. Verweerder heeft verzocht om binnen een termijn van zes maanden de juistheid van de CIF-invoerprijs aan te tonen.

    2.4. Eiseres heeft facturen van de doorverkoop van [A-BEDRIJF] aan [C-BEDRIJF] AG te [PLAATSNAAM], overgelegd. Vervolgens heeft verweerder de verificatie beëindigd.

    2.5. Verweerder heeft een controle na invoer op de voet van artikel 78 van het CDW uitgevoerd bij [A-BEDRIJF]. Het onderzoek heeft betrekking op aangiften ten invoer die...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT