Hoger beroep van Gerechtshof Arnhem, 20 december 2012

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:20 december 2012
Uitgevende instantie::Gerechtshof Arnhem
SAMENVATTING

Een man verzoekt vervangende toestemming tot erkenning van een kind, stellende stelt dat hij de biologische vader is. De echtgenoot van de vrouw heeft het kind nadien erkend. De echtgenoot van de vrouw wordt door haar buiten de procedure gehouden. Zij wil daarom ook niet meewerken aan de vaststelling van het verwekkerschap van de man. Zij vreest inbreuk op haar gezinsleven en mogelijk... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

GERECHTSHOF ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.105.083

(zaaknummer rechtbank 212086)

beschikking van de familiekamer van 20 december 2012

inzake

[appellant],

wonende te [woonplaats],

verzoeker in hoger beroep, verder te noemen “de man”,

advocaat: mr. A. Zeevaart te Tilburg,

en

[geïntimeerde],

wonende te [woonplaats],

verweerster in hoger beroep, verder te noemen “de moeder”,

advocaat: mr. A.G. Hendriks te Amsterdam.

Als overige belanghebbenden zijn aangemerkt:

mr. drs. N. van den Berg,

kantoorhoudende te Ede,

in haar hoedanigheid van bijzonder curator

over de minderjarige [minderjarig 1],

verder te noemen “de bijzonder curator”,

en

[belanghebbende],

wonende te [woonplaats],

verder te noemen “de juridische vader”.

  1. Het geding in eerste aanleg

    Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikkingen van de rechtbank Arnhem van 14 maart 2011, 18 augustus 2011 en 11 januari 2012, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

  2. Het geding in hoger beroep

    2.1 Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie van het hof op 10 april 2012, is de man in hoger beroep gekomen van voormelde beschikking van 11 januari 2012. De man verzoekt het hof die beschikking te vernietigen en, zakelijk weergegeven, hem toestemming te verlenen om [minderjarig 1] (verder te noemen: [minderjarige 1]) te erkennen, hem mede te belasten met het ouderlijk gezag dan wel te bepalen dat de moeder hem informeert en consulteert en een contactregeling vast te stellen, kosten rechtens.

    2.2 Bij verweerschrift, ingekomen ter griffie van het hof op 22 mei 2012, heeft de moeder het verzoek in hoger beroep van de man bestreden. Zij verzoekt het hof het beroep van de man af te wijzen en de bestreden beschikking te bekrachtigen.

    2.3 De bijzonder curator heeft bij brief van 5 juni 2012, ingekomen ter griffie van het hof op diezelfde datum, een verweerschrift - door haar een advies genoemd - ingediend.

    2.4 Bij conclusie, ingekomen ter griffie van het hof op 13 juli 2012, heeft het Openbaar Ministerie geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het hoger beroep en tot bekrachtiging van de bestreden beschikking. Het OM heeft tevens aangegeven niet bij de mondelinge behandeling aanwezig te zullen zijn.

    2.5 Ter griffie van het hof zijn binnengekomen:

    - op 23 april 2012 een brief van mr. Zeevaart van 20 april 2012 met bijlagen;

    - op 14 augustus 2012 een brief van de bijzonder curator van die datum;

    - op 14 augustus 2012 een brief van mr. Hendriks van die datum.

    2.6 De eerste mondelinge behandeling heeft op 23 augustus 2012 plaatsgevonden. De man is in persoon verschenen, bijgestaan door mr. Zeevaart. De moeder is in persoon verschenen, bijgestaan door mr. Hendriks. Voorts is de bijzonder curator verschenen. Namens de Raad voor de Kinderbescherming (verder te noemen "de raad") is verschenen mevrouw E.C.M. van der Veldt. Bij die gelegenheid is besproken of de juridische vader, die in eerste aanleg niet als belanghebbende was aangemerkt en verschenen, als belanghebbende moet worden opgeroepen voor de mondelinge behandeling. Het hof heeft, na alle aanwezigen gehoord te hebben, toen beslist dat de juridische vader als belanghebbende opgeroepen zal worden voor de voortzetting van de mondelinge behandeling, tenzij de moeder vóór 18 oktober 2012 (door middel van DNA-onderzoek) aantoont dat de man niet de biologische vader is van [minderjarige 1]. In dat laatste geval ontvalt de wettelijke grondslag voor zijn verzoeken.

    2.7 Nadien heeft het hof geen bericht van de moeder ontvangen, waarna het hof alle partijen, inclusief de juridische vader, heeft opgeroepen voor de tweede mondelinge behandeling.

    2.8 Deze mondelinge behandeling heeft op 20 november 2012 plaatsgevonden. De man is in persoon verschenen, bijgestaan door mr. Zeevaart en de tolk mevrouw C.Y. Pi. Namens de moeder is verschenen mr. M. Nurdogan-Ferwerda, advocaat te Amsterdam. Voorts is de bijzonder curator verschenen. Namens de raad is verschenen mevrouw G. Braam, vergezeld van mevrouw Nijenhuis. Het OM en de juridische vader zijn, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. Nadat mr. M. Nurdogan-Ferwerda had meegedeeld dat de...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT