Herziening van Centrale Raad van Beroep, 29 januari 2013

Datum uitspraak:29 januari 2013
Uitgevende instantie::Centrale Raad van Beroep
SAMENVATTING

Afwijzing verzoek om herziening. De gronden die verzoekers tegen de uitspraak hebben aangevoerd kunnen niet worden aangemerkt als feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:88 van de Awb.

 
GRATIS UITTREKSEL

11/5078 WWB, 11/5079 WWB

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 5 juli 2011, 11/1019 WWB en 11/1020 WWB

Partijen:

[Verzoeker 1] en [Verzoeker 2] te [woonplaats] (verzoekers)

het college van burgemeester en wethouders van Heerlen (college)

Datum uitspraak 29 januari 2013.

PROCESVERLOOP

Verzoekers hebben verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 5 juli 2011, nrs. 11/1019 WWB en 11/1020 WWB.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Verzoekers hebben nadere stukken ingediend.

Het college heeft een nader stuk ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 december 2012, waar verzoekers zijn verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.P.H.M. Quaedvlieg.

OVERWEGINGEN

  1. Ingevolge artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met artikel 21 van de Beroepswet kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten en omstandigheden die:

    1. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak;

    2. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

    3. waren zij bij de Raad bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

  2. Bij de uitspraak waarvan thans om herziening wordt verzocht, heeft de Raad de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 31 december 2010, 09/2141, bevestigd. Daarbij heeft de Raad overwogen dat het intrekkingsbesluit van 14 mei 2009 in rechte vaststaat en dat verzoekers in het kader van hun aanvraag om bijstand met ingang van 18 mei 2009 niet hebben aangetoond dat in de voor de beoordeling relevante periode sprake is van een wijziging in de omstandigheden, in die zin dat verzoekers nu wel voldoen aan de vereisten om voor bijstand in aanmerking te komen. Aan het intrekkingsbesluit lag ten grondslag dat verzoekers gedurende de periode van 1 juli 1997 tot 1 februari 2009 inkomsten uit werkzaamheden, bestaande uit het handelen door verzoeker in telecommunicatiemiddelen via internet, onder andere door het plaatsen van advertenties op www.marktplaats.nl, hebben verzwegen.

  3. Verzoekers hebben aan hun verzoek om herziening, samengevat, ten grondslag gelegd dat zij betwisten dat zij niet aan de op hen rustende inlichtingenverplichting hebben voldaan. Zij hebben aan het college destijds - anders dan het college beweert - alle relevante informatie en stukken over...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT