Eerste aanleg - meervoudig van Rechtbank Den Haag, 30 januari 2013

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:30 januari 2013
Uitgevende instantie::Rechtbank Den Haag
SAMENVATTING

Eindvonnis van de rechtbank Den Haag over de gestelde maar betwiste aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad van Shell-vennootschappen voor schade door een olielekkage in 2005 bij het dorp Oruma in Nigeria. Vervolg op LJN nummers BK8616 en en BU3535. Zie ook NJB 2012, blzz. 400-406. Zie ook LJN BY9845 en LJN BY9854

 
GRATIS UITTREKSEL

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

Vonnis van 30 januari 2013

in de zaak met zaaknummer / rolnummer: C/09/330891 / HA ZA 09-0579 van:

  1. FIDELIS AYORO OGURU,

  2. ALALI EFANGA,

    beiden wonende te Oruma, Bayelsa State, Nigeria,

  3. de vereniging met rechtspersoonlijkheid VERENIGING MILIEUDEFENSIE,

    gevestigd te Amsterdam,

    eisers in de hoofdzaak,

    zaakadvocaat: mr. Ch. Samkalden te Amsterdam,

    procesadvocaat: mr. W.P. den Hertog te Den Haag,

    tegen

  4. de rechtspersoon naar buitenlands recht ROYAL DUTCH SHELL PLC,

    gevestigd te Londen, Verenigd Koninkrijk, maar kantoorhoudende te Den Haag,

  5. de rechtspersoon naar buitenlands recht SHELL PETROLEUM DEVELOPMENT COMPANY OF NIGERIA LTD.,

    gevestigd te Port Harcourt, Rivers State, Nigeria,

    gedaagden in de hoofdzaak,

    advocaat: mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk te Amsterdam,

    en in de zaak met zaaknummer / rolnummer: C/09/365498 / HA ZA 10-1677 van:

  6. FIDELIS AYORO OGURU,

  7. ALALI EFANGA,

    beiden wonende te Oruma, Bayelsa State, Nigeria,

  8. de vereniging met rechtspersoonlijkheid VERENIGING MILIEUDEFENSIE,

    gevestigd te Amsterdam,

    eisers in de hoofdzaak,

    zaakadvocaat: mr. Ch. Samkalden te Amsterdam,

    advocaat: mr. W.P. den Hertog te Den Haag,

    tegen

  9. de naamloze vennootschap SHELL PETROLEUM N.V.,

    gevestigd te Den Haag,

  10. de rechtspersoon naar buitenlands recht THE "SHELL" TRANSPORT AND TRADING COMPANY LIMITED,

    gevestigd te Londen, Verenigd Koninkrijk,

    gedaagden in de hoofdzaak,

    advocaat: mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk te Amsterdam.

    De rechtbank zal de procespartijen hierna "Oguru", "Efanga", "Milieudefensie", "RDS", "SPDC", "Shell Petroleum" en "Shell T&T" noemen. De eisende partijen Oguru, Efanga en Milieudefensie zullen gezamenlijk ook worden aangeduid als "Milieudefensie c.s.", en de gedaagde partijen RDS, SPDC, Shell Petroleum en Shell T&T gezamenlijk als "Shell c.s.".

  11. De beide procedures

    De procedure met rolnummer 09-0579

    1.1. De rechtbank heeft bij het wijzen van dit vonnis rekening gehouden met de volgende processtukken, uit welke opsomming ook het procesverloop blijkt:

    - het vonnis in het bevoegdheidsincident van 30 december 2009 (gepubliceerd op www.rechtspraak.nl onder nummer LJN BK8616), en alle daarin genoemde eerdere processtukken met alle producties;

    - het vonnis in het exhibitie-incident van 14 september 2011 (LJN BU3535) en alle daarin genoemde eerdere processtukken met alle producties;

    - de conclusie van repliek met eiswijziging van 14 december 2011, met producties;

    - de conclusie van dupliek van 14 maart 2012, met producties;

    - de akte overlegging producties met eiswijziging van Milieudefensie c.s. van (feitelijk) 11 september 2012, met producties;

    - de akte overlegging producties van Shell c.s. van (feitelijk) 11 september 2012, met producties;

    - de pleitnota van mr. Samkalden van 11 oktober 2012;

    - de pleitnota van mr. De Bie Leuveling Tjeenk van 11 oktober 2012.

    De procedure met rolnummer 10-1677

    1.2. De rechtbank heeft bij het wijzen van dit vonnis rekening gehouden met de volgende processtukken, uit welke opsomming ook het procesverloop blijkt:

    - het vonnis in het exhibitie-incident van 14 september 2011 (LJN BU3535) en alle daarin genoemde eerdere processtukken met alle producties;

    - de conclusie van repliek met eiswijziging van 14 december 2011, met producties;

    - de conclusie van dupliek van 14 maart 2012, met producties;

    - de akte overlegging producties met eiswijziging van Milieudefensie c.s. van (feitelijk) 11 september 2012, met producties;

    - de akte overlegging producties van Shell c.s. van (feitelijk) 11 september 2012, met producties;

    - de pleitnota van mr. Samkalden van 11 oktober 2012;

    - de pleitnota van mr. De Bie Leuveling Tjeenk van 11 oktober 2012.

    In beide procedures

    1.3. Op 11 oktober 2012 heeft in deze twee hoofdzaken het slotpleidooi plaatsgevonden, tegelijkertijd met de slotpleidooien in de drie andere samenhangende hoofdzaken. Ter zitting van 11 oktober 2012 heeft de rechtbank de vonnisdatum in deze vijf tegelijkertijd behandelde hoofdzaken bepaald op vandaag.

  12. De feiten

    2.1. In Nigeria is al jarenlang sprake van grote problemen voor mens en milieu bij de oliewinning door oliemaatschappijen. Het Shell-concern, een multinational met haar hoofdkantoor in Den Haag, is één van de al jarenlang actieve oliemaatschappijen in Nigeria. Ieder jaar vinden daar vele olielekkages plaats uit oliepijpleidingen en olie-installaties. Olielekkages kunnen ontstaan door gebrekkig en/of verouderd materiaal van de oliemaatschappijen of door sabotage in combinatie met feitelijk ontoereikende beveiligingsmaatregelen. Sabotage wordt dikwijls gepleegd om olie te stelen of om compensatie van oliemaatschappijen te ontvangen voor de olievervuiling in de vorm van geld of betaalde opdrachten voor het na een olielekkage te verrichten saneringswerk.

    2.2. De gedaagden Shell c.s. zijn rechtspersonen die tot het Shell-concern behoren. Tot 20 juli 2005 stonden (kort gezegd) Shell Petroleum in Den Haag en Shell T&T in Londen als moedervennootschappen samen aan het hoofd van het Shell-concern en hielden zij samen via dochtervennootschappen alle aandelen in SPDC. RDS is gevestigd in Londen maar houdt hoofdkantoor in Den Haag. RDS staat sinds 20 juli 2005 aan het hoofd van het Shell-concern en houdt sinds die datum van herstructurering van het Shell-concern via dochtervennootschappen alle aandelen in haar kleindochtervennootschap SPDC. SPDC is de Nigeriaanse rechtspersoon die zich voor het Shell-concern bezig houdt met de oliewinning in Nigeria.

    2.3. Eisers Oguru en Efanga zijn twee Nigeriaanse boeren en vissers die in het dorp Oruma in Bayelsa State in Nigeria wonen. In 2005 voorzagen Oguru en Efanga daar in hun levensonderhoud door bij Oruma landbouwgrond en visvijvers te exploiteren. Eiseres Milieudefensie is een Nederlandse organisatie die zich ten doel stelt om de zorg voor het milieu wereldwijd te bevorderen en die eisers Oguru en Efanga in deze procedures steunt.

    2.4. Deze twee procedures gaan kort gezegd over een specifieke olielekkage uit een ondergrondse oliepijpleiding waarvan SPDC de operator is. Deze olielekkage is op 26 juni 2005 ontstaan bij het door Oguru en Efanga bewoonde dorp Oruma. Op

    29 juni 2005 heeft SPDC na een eerste verificatie van de olielekkage de oliestroom door de pijpleiding bij Oruma zoveel mogelijk stilgelegd. Op 7 juli 2005 is het lek door medewerkers van SPDC definitief gerepareerd, nadat de olie bleek te hebben gelekt uit een min of meer rond gat met een diameter van ongeveer 8 mm. Op 7 juli 2005 waren er volgens het hierna te noemen JIT-rapport naar schatting 400 vaten (barrels) olie uit de oliepijpleiding bij Oruma gelekt.

    2.5. In oktober 2004 - en dus vóór het ontstaan van deze olielekkage in juni 2005 bij Oruma - had SPDC een intern rapport opgesteld over de ondergrondse (hoofd)oliepijpleiding van operator SPDC die onder meer langs Oruma loopt. Daarin is onder meer het volgende geconcludeerd:

    "SPDC proposes to replace the 20"Trunkline with carbon steel pipeline due to corrosion. The corrosion was deemed "unmanageable" by a recent engineering study carried out on the line in 1999.

    The fact that the line is likely to leak before the year 2003/2004 informed the decision to replace the line with carbon steel pipes with adequate provision for frequent pigging and biocide injection.

    Considering the rate of corrosion observed in the old pipelines proposed for replacement, if the replacement is not carried out, then there would be a very high risk of leakage which will result in oil spill and consequent contamination of the environmental resources."

    2.6. Na uiteindelijk verkregen toestemming van de lokale gemeenschap van Oruma heeft een zogenoemd Joint Investigation Team (hierna: "JIT"), waarvan vertegenwoordigers van SPDC, van Nigeriaanse overheidsinstanties en van de gemeenschap van Oruma (waaronder Efanga) deel uitmaakten, op 7 juli 2005 de olielekkage van 26 juni 2005 onderzocht. Het JIT-rapport is niet voor akkoord ondertekend door de vertegenwoordigers van de gemeenschap van Oruma, maar wel door twee vertegenwoordigers van twee Nigeriaanse overheidsinstanties en door vier vertegenwoordigers van SPDC. In het A-deel van het JIT-rapport is over de oorzaak van deze olielekkage bij Oruma onder meer het volgende opgenomen:

    Evidence of Previous Excavation: Yes

    Soft Soil backfill: Yes

    Coating Damage: Yes

    Tool Marks: No

    Drill Hole: Yes

    External Corrosion: No

    Estimated quantity of oil spilled: 400 BBLS

    Still photographs and video coverage of the inspection provided: Yes

    Size of Leak Point: 8 mm

    Wall Thickness Measured Nominal Wall Thickness 9,52 mm"

    In het B-deel van het JIT-rapport is onder meer het volgende opgenomen:

    "Evidence of previous excavation noticed at leak site.

    During excavation to expose pipe, the soil texture at the leak spot was softer than the surrounding soil.

    The pipe is coated with coalton enamel material. During de-coating, there was satisfactory coating adhesion to the pipe, however, there was coating damage around the leak spot - suspectedly caused by a third party interference.

    External surface condition of the pipe when de-coated was smooth without any sign of corrosion.

    The leak hole was at 8.30 o'clock position. The hole measuring 8 mm in diameter was round and circular in shape with smooth edges consistent with damage done with a drilling device by unknown persons.

    Ultrasonic thickness measurements taken with a (...)-meter around the leak hole and around the circumference of the pipe indicated no significant wall loss.

    U.T. Around leak hole: a - 9.7 b - 9.6 c - 9.6 d - 9.6 e - 9.5 f - 9.6"

    2.7. Ter illustratie heeft de rechtbank de hierna volgende twee afbeeldingen van het onderzoek van het JIT-team op 7 juli 2005 over de olielekkage bij Oruma geselecteerd uit het toen gemaakte videomateriaal:

    2.8. Na uiteindelijk verkregen toestemming van de lokale gemeenschap van Oruma heeft een Nigeriaans aannemersbedrijf (met onder meer Efanga als onderaannemer) in opdracht, onder leiding en op kosten van SPDC in...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT