Herziening van Hoge Raad, 5 februari 2013

Datum uitspraak: 5 februari 2013
Uitgevende instantie::Hoge Raad
SAMENVATTING

Herziening. Het enkele feit dat het slachtoffer, dochter van aanvrager, zich thans niets meer herinnert van hetgeen haar in 1996 is overkomen, wekt niet het ernstig vermoeden a.b.i. art. 457.1.c Sv. Reeds daarom is de aanvraag kennelijk ongegrond. HR wijst aanvraag tot herziening af.

 
GRATIS UITTREKSEL

5 februari 2013

Strafkamer

nr. S 12/02216 H

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Rechtbank Arnhem van 27 november 1996, nummer 05/075081-96, ingediend door mr. M. van den Eshof, advocaat te Dronten, namens:

[Aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1953.

  1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

    De Rechtbank heeft de aanvrager ter zake van "ontucht plegen met zijn minderjarig kind, meermalen gepleegd", begaan in de periode januari 1994 tot en met 31 maart 1996, veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden, met een proeftijd van twee jaren, en de bijzondere voorwaarden zoals in het vonnis vermeld, alsmede, ter vervanging van deze voorwaardelijke gevangenisstraf, tot het verrichten van arbeid ten algemenen nutte gedurende 240 uren.

  2. De aanvraag tot herziening

    De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. In de aanvraag wordt aangevoerd dat de aanvrager zou zijn vrijgesproken indien de rechter ermee bekend zou zijn geweest dat tijdens gesprekken tussen [betrokkene 1] (de dochter van de aanvrager en tevens slachtoffer van de bewezenverklaarde ontucht) en een psycholoog die ontucht is besproken, dat [betrokkene 1] naar aanleiding daarvan heeft geconstateerd dat zij geen enkele herinnering heeft die daarmee te maken heeft en dat zij concludeert dat van enige ontucht geen sprake is geweest. Ten bewijze daarvan is een ongedateerde, handgeschreven verklaring van [betrokkene 1] bijgevoegd, inhoudende:

    lk verklaar dat mijn vader ten onrechte is veroordeeld wegens sexueel misbruik. Ik kan me er niets van herinneren.

  3. Beoordeling van de aanvraag

    3.1. Als grondslag voor een herziening kan, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid aanhef en...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT