Eerste aanleg - meervoudig van Rechtbank 's-Gravenhage, 21 december 2012

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:21 december 2012
Uitgevende instantie::Rechtbank 's-Gravenhage
SAMENVATTING

Verdachte heeft geld, waarvan hij wist dat het middellijk of onmiddellijk afkomstig was van misdrijf, te weten het telen van hennep, witgewassen. Verdachte heeft van dit langdurig en op grote schaal grote bedragen witwassen feitelijk een levensstijl gemaakt. Bovendien heeft verdachte deelgenomen aan een criminele organisatie met als oogmerk het bedrijfsmatig telen en verkopen van softdrugs. De... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 09/755105-10

Datum uitspraak: 21 december 2012

Tegenspraak

(Promis)

De rechtbank ’s-Gravenhage heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum verdachte] 1972 te [geboorteplaats verdachte],

adres: [adres verdachte].

  1. Het onderzoek ter terechtzitting

    Het onderzoek is gehouden ten terechtzittingen van 6 februari 2012 (pro forma), 20 april 2012 (1e regiezitting), 8 juni 2012 (2e regiezitting), 27 augustus 2012 (3e regiezitting), 14 november 2012 (4e regiezitting), 3 december 2012 (inhoudelijke behandeling), 4 december 2012 (requisitoir, pleidooi, repliek en dupliek) en 7 december 2012 (sluiting onderzoek).

    De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. J.C. Reddingius en van hetgeen door de raadsman van verdachte mr. P.W. Hermens, advocaat te Amsterdam, en door de verdachte naar voren is gebracht.

  2. De tenlastelegging

    Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting - ten laste gelegd dat:

    feit 1:

    (zaaksdossier 11)

    hij op of omstreeks 28 maart 2011, althans op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2008 tot en met 24 oktober 2011, te Noordwijk, althans (elders) in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of (in elk geval) (telkens) opzettelijk

    aanwezig heeft gehad een (grote) hoeveelheid hennep en/of een (groot) aantal hennepplanten en/of delen daarvan, te weten (onder meer) in een pand aan de [adres 1] in totaal (ongeveer) 165 hennepplanten (zaaksdossier 11), althans (telkens) meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep (telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet en/of een middel als bedoeld in artikel 1 lid 1 sub d van de Opiumwet vermeld op de bij die wet behorende lijst II;

    feit 2:

    (zaaksdossier 11)

    hij op of omstreeks 28 maart 2011, althans op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2008 tot en met 24 oktober 2011 te Noordwijk, althans (elders) in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit het elektriciteitsnetwerk heeft weggenomen 19.212 kwh elektriciteit in een pand aan de [adres 1] (zaaksdossier 11), althans (telkens) (een) (grote) hoeveelheid/hoeveelheden elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Liander N.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) de weg te nemen elektriciteit onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een illegale elektriciteitsaansluiting en/of braak en/of verbreking;

    feit 3:

    (zaaksdossier 20)

    primair:

    hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2004 tot en met 24 oktober 2011 te Noordwijk en/of Tilburg en/of (elders) in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans een maal, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s)

    meermalen/eenmaal (telkens) een/meer van de hierna te noemen voorwerpen, bestaande uit een/meer geldbedrag(en) en/of een of meer goed(eren) verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, althans van (een van) die geldbedragen en/of goederen gebruik gemaakt, terwijl hij, verdachte, en/of die ander(en) (telkens) wist(en) dat het (een) - onmiddellijk of middellijk - van misdrijf afkomstig(e) voorwerp(en) betrof(fen), te weten (onder meer):

    - een of meer (grote) geldbedragen van in totaal (ongeveer) 41.000 euro en/of

    - de verbouwing van de woning aan de [adres verdachte] (ter waarde van ongeveer 90.000 euro) en/of

    - een keuken ter waarde van (ongeveer) 13.500 euro en/of

    - een (of meer) (personen) auto(’s), in elk geval één personenauto van het merk Citroën type C1 ([kenteken Citroën]) ter waarde van (ongeveer) 12.500 euro en/of

    - een set tuinmeubels ter waarde van (ongeveer) 5.500 euro en/of

    - een wasmachine en/of een condensdroger ter waarde van in totaal (ongeveer) 1.200 euro en/of

    - een of meer boten, althans een boot van het type Raider 18 ter waarde van (ongeveer) 12.000 euro en/of

    - een of meer andere (waardevolle) voorwerpen;

    subsidiair:

    hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2004 tot en met 24 oktober 2011 te Noordwijk en/of Tilburg en/of (elders) in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans een maal, zich schuldig heeft/hebben gemaakt aan het plegen van (schuld) witwassen, immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s) meermalen/eenmaal (telkens) een/meer van de hierna te noemen voorwerpen, bestaande uit een/meer geldbedrag(en) en/of goed(eren) verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, althans van (een van) die geldbedragen en/of goederen gebruik gemaakt, terwijl hij, verdachte, en/of die ander(en) (telkens) wist(en) dat het (een) - onmiddellijk of middellijk - van misdrijf afkomstig(e) voorwerp(en) betrof(fen), te weten (onder meer):

    - een of meer (grote) geldbedragen van in totaal (ongeveer) 41.000 euro en/of

    - de verbouwing van de woning aan de [adres verdachte] (ter waarde van ongeveer 90.000 euro) en/of

    - een keuken ter waarde van (ongeveer) 13.500 euro en/of

    - een (of meer) (personen) auto(’s), in elk geval één personenauto van het merk Citroën type C1 ([kenteken Citroën]) ter waarde van (ongeveer) 12.500 euro en/of

    - een set tuinmeubels ter waarde van (ongeveer) 5.500 euro en/of

    - een wasmachine en/of een condensdroger ter waarde van in totaal (ongeveer) 1.200 euro en/of

    - een of meer boten, althans een boot van het type Raider 18 ter waarde van (ongeveer) 12.000 euro en/of

    - een of meer andere (waardevolle) voorwerpen;

    feit 4:

    (zaaksdossier 22)

    hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2008 tot en met 24 oktober 2011 te Noordwijk en/of Leiden en/of Lisse, in elk geval in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft deelgenomen aan een organisatie, welke bestond uit een samenwerkingsverband van hem, verdachte, en/of een of meer natuurlijke personen en/of rechtspersonen, te weten in elk geval [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] en/of een of meer (andere) natuurlijke personen e/of rechtspersonen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijf/misdrijven, namelijk het overtreden van

    - artikel 3 Opiumwet en artikel 11 tweede en/of derde en/of vijfde lid Opiumwet, te weten het al dan niet in de uitoefening van een beroep of bedrijf (telkens) opzettelijk telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren, en/of (in elk geval) (telkens) opzettelijk aanwezig hebben van (grote) hoeveelheid/hoeveelheden hennep(planten) en/of delen daarvan en/of hasjiesj (een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd), althans (telkens) (een) hoeveelheid/hoeveelheden meer dan 30 gram, van een materiaal bevattende hennep en/of hasjiesj, zijnde (telkens) (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet en/of een middel als bedoeld in artikel 1 lid 1 sub d van de Opiumwet vermeld op de bij die wet behorende lijst II

    en/of

    - artikel 420bis (opzettelijk witwassen) Wetboek van Strafrecht en/of artikel 420ter (gewoonte witwassen) Wetboek van Strafrecht, te weten het (telkens) verwerven, voorhanden hebben, overdragen, omzetten althans gebruik maken van (een)

    voorwerp(en), te weten onder meer een of meer geldbedrag(en), terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en) dat voornoemd(e) voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf.

  3. Voorvragen

    Met betrekking tot het laatste gedachtestreepje van het onder feit 3 ten laste gelegde heeft de raadsman bepleit dat de dagvaarding nietig dient te worden verklaard, omdat dit onderdeel niet voldoet aan de eisen van kenbaarheid van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering (Sv).

    De officier van justitie heeft zich bij repliek niet uitgelaten over dit standpunt van de verdediging.

    De rechtbank overweegt als volgt.

    Onder feit 3 is bij het laatste gedachtestreepje ten laste gelegd: “een of meer andere (waardevolle) voorwerpen”. De rechtbank is van oordeel dat dit deel van de dagvaarding onvoldoende specifiek is geformuleerd. De rechtbank is van oordeel dat de dagvaarding daarmee in zoverre niet voldoet aan de vereisten van artikel 261, eerste lid Sv.

    De dagvaarding zal daarom ten aanzien van het desbetreffende onderdeel nietig worden verklaard.

  4. Bewijsoverwegingen

    4.1 Inleiding

    Op 22 januari 2010 is onder leiding van de officier van justitie een onderzoek gestart onder de naam [naam politieteam]. Aanleiding voor dit onderzoek was een MMA-melding en CIE-informatie dat, kort gezegd, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] zich zouden bezighouden met witwassen en de handel in verdovende middelen. [medeverdachte 1] is via een aantal BV’s (middellijk) eigenaar van drie coffeeshops in Leiden ([coffeeshop 1] en [coffeeshop 2]) en Lisse ([coffeeshop 3]). Uit onderzoek in openbare bronnen is hierna naar voren gekomen dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] aanmerkelijke vastgoedportefeuilles hebben opgebouwd. Daarbij lijken de inkomsten en uitgaven van [medeverdachte 3] niet in evenwicht...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT