Voorlopige voorziening van Centrale Raad van Beroep, 28 januari 2013

Datum uitspraak:28 januari 2013
Uitgevende instantie::Centrale Raad van Beroep
SAMENVATTING

Verzoek om voorlopige voorziening. Voldoende spoedeisend belang. Nu verzoeker geen toereikende onderbouwing heeft gegeven voor de gestelde besteding van het in het bestreden besluit genoemde bedrag van € 114.000,-, moet worden geoordeeld dat vooralsnog het recht op uitkering niet is vast te stellen. De voorzieningenrechter acht het dan ook niet in redelijke mate waarschijnlijk dat de aangevallen... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

12/5957 WIJ-VV

Centrale Raad van Beroep

Voorzieningenrechter

Uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening.

Partijen:

[A. te B.] (verzoeker)

het college van burgemeester en wethouders van Venlo (college)

Datum uitspraak: 28 januari 2013

PROCESVERLOOP

Namens verzoeker heeft mr. J.B.J.G.M. Schyns, advocaat, hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 26 september 2012, 12/661 (aangevallen uitspraak), en tevens een verzoek om voorlopige voorziening gedaan.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 januari 2013. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door mr. Schyns en vergezeld door [D.], de partner van verzoeker (partner). Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.J.F.M. Brouns.

OVERWEGINGEN

  1. De voorzieningenrechter gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

    1.1. Op 6 januari 2005 is verzoeker bij een verkeersongeval gewond geraakt. Op 31 maart 2009 is een vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen op basis waarvan verzoeker aanspraak heeft gekregen op € 281.045,16 aan schadevergoeding, waarvan € 30.000,- ten titel van immateriële schade inclusief wettelijke rente, € 214.323,- ten titel van verlies aan verdienvermogen en het restant ten titel van overige materiële schade. Voorts is overeengekomen dat onder aftrek van de reeds verstrekte voorschotten de slotuitkering van € 230.000,- wordt overgemaakt op een bankrekening van verzoeker.

    1.2. Na een periode waarin verzoeker en zijn partner werkzaamheden in loondienst hebben verricht, hebben zij op 3 november 2011 een aanvraag om een werkleeraanbod op grond van de Wet investeren in jongeren (WIJ) ingediend. Bij besluit van 21 december 2011 (primaire besluit) heeft het college die aanvraag met toepassing van artikel 4:5, eerste lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) buiten behandeling gesteld op de grond dat verzoeker en zijn partner geen nadere gegevens hebben verstrekt over besteding van

    € 165.824,77 aan ontvangen schadevergoeding.

    1.3. Bij besluit van 5 april 2012 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar tegen het primaire besluit ongegrond verklaard. Aan het bestreden besluit ligt ten grondslag dat verzoeker en zijn partner op geen enkele wijze duidelijkheid hebben verschaft waaraan een bedrag van ten minste € 114.000,- in een periode van minder dan drie jaar zou zijn besteed en dat dit in de weg staat aan een recht op de WIJ. Daarbij heeft het...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT