Hoger beroep van Rechtbank Zwolle, 24 januari 2013

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:24 januari 2013
Uitgevende instantie::Rechtbank Zwolle
SAMENVATTING

Feitelijke aanranding van de eerbaarheid

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK OOST-NEDERLAND

Sector Strafrecht - meervoudige kamer

Parketnummer: 07.653283-12 (P)

Uitspraak: 24 januari 2013

VONNIS IN DE STRAFZAAK VAN:

het openbaar ministerie

tegen

[Verdachte],

geboren op [datum en plaats],

wonende te [adres en plaats].

ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Het onderzoek heeft plaatsgevonden ter openbare terechtzitting van 10 januari 2013 te Zwolle, waarbij de verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. S.M. von Bartheld, advocaat te Deventer. Als officier van justitie was aanwezig mr. R. Verheul.

TENLASTELEGGING

De verdachte is, na een wijziging tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 18 juli 2012 in de gemeente Deventer, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande uit het

- ten overstaan van en/of in de nabijheid van die [slachtoffer] meermalen, althans éénmaal, vastpakken van en/of knijpen in en/of krabben aan zijn, verdachtes, penis en/of

- drukken/aanraken met zijn, verdachtes, (stijve) penis tegen de rug van die [slachtoffer],

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat hij, verdachte,

- (in de winkel [naam]) die [slachtoffer] heeft achtervolgd en/of zich (telkens) in de nabijheid van die [slachtoffer] heeft bevonden en/of

- onverhoeds (gewelddadig) met zijn, verdachtes, lichaam (op een dusdanige manier) tegen de rug/ het lichaam van die [slachtoffer] is aan gaan staan en/of over die [slachtoffer] is heen gaan hangen,

althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 18 juli 2012 in Deventer zich opzettelijk oneerbaar op of aan een plaats, toegankelijk voor personen beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten een winkel van ‘[naam]’ aan zijn penis heeft gevoeld/gekrabd/geknepen en/of met zijn (stijve) penis tegen een twaalfjarig meisje aan heeft gestaan.

De rechtbank verbetert in de tenlastelegging een aantal kennelijke schrijffouten. De verdachte wordt blijkens het onderzoek ter terechtzitting daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

VOORVRAGEN

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

BEWIJSOVERWEGINGEN

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting de veroordeling van verdachte gevorderd ten aanzien van het primair ten laste gelegde. De officier van justitie heeft daartoe gewezen op de verklaring van aangeefster, welke verklaring volgens de officier van justitie wordt ondersteund door het proces-verbaal van bevindingen waarin staat beschreven hetgeen door een verbalisant op de camerabeelden van de [naam] is waargenomen. De verklaring van verdachte, dat hij jeuk had omdat hij zich had geschoren en dat aangeefster iets hards kan hebben gevoeld omdat hij wc-papier om zijn penis had gewikkeld, acht de officier van justitie ongeloofwaardig.

De officier van justitie heeft vrijspraak gevraagd van hetgeen in de tenlastelegging onder het eerste gedachtestreepje is opgenomen, nu dit niet als een ontuchtige handeling in de zin van artikel 246 van het Wetboek van Strafrecht is aan te merken.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft vrijspraak bepleit. De raadsman heeft erop gewezen dat verdachte verklaart dat hij jeuk had en onbewust regelmatig aan zijn geslachtsdeel heeft gekrabd. Uit de beelden valt niet af te leiden dat sprake is geweest van iets anders. Aldus kan niet worden bewezen dat het knijpen in zijn kruis een handeling was van seksuele aard in strijd met de sociaal ethische norm.

Ook is er geen bewijs voor opzettelijk plegen van ontuchtige handelingen. Als er al sprake was opzettelijk gedrag dan was dat gericht op het bestrijden van jeuk en niet op het plegen van ontuchtige handelingen. Bovendien was er geen sprake van geweld of een andere feitelijkheid noch van bedreiging daarmee. Ten aanzien het tweede gedeelte van de tenlastelegging, het met een stijve penis tegen aangeefster aan gaan...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT