Eerste aanleg - meervoudig van Rechtbank Zutphen, 21 december 2012

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:21 december 2012
Uitgevende instantie::Rechtbank Zutphen
SAMENVATTING

Harddrugsdealer veroordeeld tot een gevangenisstraf van 360 (driehonderdzestig) dagen waarvan 197 (honderdzevenennegentig) dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en een taakstraf van 100 uur. De man handelde in 2011 cocaïne in de regio Epe, Apeldoorn en Rhede.

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/950812-11

Uitspraak d.d. 21 december 2012

Tegenspraak

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats op 1989],

wonende te [plaats, adres 1].

Raadsman: mr. M.U. Özsüren, advocaat te Harderwijk.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 11 december 2012.

De tenlastelegging

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting is gewijzigd is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

  1. hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2011

    tot en met 16 december 2011, in elk geval in of omstreeks het jaar 2011 in de

    gemeente(n) Apeldoorn en/of Epe en/of Rheden, in elk geval in Nederland,

    tezamen en in vereniging met anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal,

    (telkens) opzettelijk heeft vervoerd en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt

    aan [naam 1] en/of [naam 2] en/of [naam 3] en/of [naam 4] en/of [naam 5]

    en/of [naam 6] en/of [naam 7], een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne,

    zijnde cocaïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet

    behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a

    van die wet;

    art 2 ahf/ond B Opiumwet

    art 10 lid 4 Opiumwet

  2. hij op of omstreeks 16 december 2011 te Dieren in de gemeente Rheden en/of te

    Apeldoorn, in elke geval in Nederland, opzettelijk aanwezig heeft gehad

    ongeveer 61 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende

    cocaïne, zijnde cocaïne, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet

    behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a

    van die wet;

    art 2 ahf/ond C Opiumwet

    art 10 lid 3 Opiumwet.

    Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

    Aanleiding van het onderzoek

    Aanleiding voor het onderzoek was onder meer diverse bij de CIE ingekomen informatie dat verdachte betrokken zou zijn bij het dealen van cocaïne, waarbij onder meer gebruik werd gemaakt van een zwarte Fiat Punto met het kenteken [kenteken]. Op 30 november 2011 is een onderzoek gestart onder de naam Dopper met als doel door middel van tappen en observeren een beeld te krijgen van het handelen door verdachten en vervolgens een actiedag te plannen waarbij afnemers zouden worden afgevangen om vervolgens tot aanhouding van verdachten over te gaan. Op 16 december 2011 werd verdachte in het kader van dit onderzoek als zodanig aangehouden.

    Standpunt van het Openbaar Ministerie

    De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten, feit 1 in de zin van medeplegen. Ter zitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht.

    Standpunt van de verdachte / de verdediging

    De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten, aangezien een wettelijke basis voor de stelselmatige observatie ontbreekt en derhalve alle daarna verkregen resultaten (als verboden vruchten) dienen te worden uitgesloten van het bewijs. Ter zitting heeft de raadsman het standpunt van de verdediging toegelicht, overeenkomstig de overgelegde pleitaantekeningen.

    Beoordeling door de rechtbank

    onrechtmatig verkregen bewijs

    Door de raadsman is aangevoerd dat de bewijsvergaring op en na 16 december 2011 onrechtmatig heeft plaatsgevonden. Het in deze zaak gegeven bevel observatie kan geen grondslag bieden voor de stelselmatige observatie van verdachte in de periode van 8 december 2011 t/m 16 december 2011, aangezien het litigieuze bevel niet ziet op de persoon van verdachte. Het bevel is namelijk gesteld ten name van [verdachte], geboren te [plaats op 1981] en wonende te [plaats aan de adres 2], terwijl verdachte is geboren te [plaats op 1989] en aldaar woonachtig is op het [adres 1].

    De rechtbank stelt vast dat er op het betreffende bevel observatie een geboortedatum, plaats en adres staan vermeld, die niet aan verdachte toebehoren. Uit de stukken blijkt dat deze gegevens kunnen worden gerelateerd aan de broer van verdachte. Uit de aan dit bevel ten grondslag liggende aanvraag stelselmatige observatie blijkt dat de aanvraag duidelijk is gericht op [verdachte] en niet op zijn broer [broer verdachte]. De rechtbank is dan ook van oordeel dat hier sprake is geweest van een kennelijke verschrijving. Het verweer terzake onrechtmatig verkregen bewijs en dientengevolge uitsluiting van al het na de stelselmatige observatie verkregen bewijs treft dan ook geen doel en wordt door de rechtbank verworpen.

    beoordeling ten laste gelegde feiten

    De rechtbank gaat bij de beoordeling van de ten laste gelegde feiten uit van de volgende feiten en omstandigheden.

    Verdachte heeft als zodanig een bekennende verklaring afgelegd2 over de handel in harddrugs, met dien verstande dat dit op een korte periode zou zien, namelijk vanaf de zomervakantie (2011) tot zijn aanhouding (op 16 december 2011).

    Verdachte heeft op 17 december 2011 verklaard, zakelijk weergegeven:

    Hij maakte gebruik van een Fiat Punto. Hij bekende de handel in harddrugs. Vanaf de zomervakantie is hij het slechte pad op gegaan. Hij heeft gehandeld in harddrugs, in cocaïne. Het zat in een wikkel en die heeft hij meegekregen. Die wikkels heeft hij de dag ervoor gekregen. Hij had er nu nog 19 bij zich. Hij had er de dag ervoor 21 gekregen.

    Ze zijn naar de [supermarkt] gereden en hij heeft de wikkeltjes opgehaald. Er is toen iemand bij hen ingestapt. Hij was de bestuurder. Deze jongen had hem een sms gestuurd op het telefoonnummer [06-nummer 1]. Dat was een mobiele telefoon waarmee werd gewerkt. Daarmee werden wikkeltjes verkocht.

    Bij de aanhouding van verdachte3 werd een zakje met daarin 18 wikkels voorzien van...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT