Verzet van Centrale Raad van Beroep, 7 februari 2013

Datum uitspraak: 7 februari 2013
Uitgevende instantie::Centrale Raad van Beroep
SAMENVATTING

Verzet. Appellante heeft geen feiten of omstandigheden aangevoerd die leiden tot het oordeel dat het verzuim, geen betaling griffierecht, appellante niet kan worden verweten.

 
GRATIS UITTREKSEL

12/2586 AOW-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak, bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet, in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 2 mei 2012, 12/520 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B.]

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank

Zitting heeft: T.G.M. Simons

Griffier: D.W.M. Kaldenhoven

Ter zitting is verschenen: appellante

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 13 november 2012 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald.

De Raad is van oordeel dat appellante in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die leiden tot het oordeel dat het verzuim appellante niet kan worden verweten. In artikel 22 van de Beroepswet is bepaald dat van de indiener van het hogerberoepschrift door de griffier van de Raad een griffierecht wordt geheven. Dat appellante voor procedures bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State griffierecht heeft betaald, betekent niet dat voor een (andere) procedure bij de Raad geen griffierecht is verschuldigd. De Raad heeft appellante voorts bij brief van 5 juni 2012 gewezen op de mogelijkheid om...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT