Eerste aanleg - meervoudig van Gerechtshof Amsterdam, Ondernemingskamer, 15 februari 2013

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:15 februari 2013
Uitgevende instantie::Ondernemingskamer
SAMENVATTING

Ondernemingskamer uitspraak 15 februari 2013 inzake Van der Moolen Holding N.V.

 
GRATIS UITTREKSEL

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

BESCHIKKING in de zaak met nummers 200.091.966/01 OK, 200.091.966/02 OK en 200.091.966/03 OK,

in de zaak met nummer 200.091.966/01 OK van:

1. mr. Hanneke DE CONINCK-SMOLDERS,

2. drs. Jacques Otto GELDERLOOS,

3. mr. Paul Reinier Willem SCHAINK,

in hun hoedanigheid van curatoren in het faillissement van Van der Moolen Holding N.V., gevestigd te Amsterdam,

VERZOEKERS,

advocaat: mr. P.R.W. Schaink, kantoorhoudende te Amsterdam,

t e g e n

1. Richard Edward DEN DRIJVER,

wonende te Londen, Verenigd Koninkrijk,

advocaten: mr. S.J.H.M. Berendsen en mr. M.H.C. Sinninghe Damsté, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,

2. Gerard Hans Andries KROON,

wonende te Hoofddorp,

niet verschenen,

3. Michiel WOLFSWINKEL,

wonende te Hoofddorp,

advocaten: mr. R.J. van Agteren en mr. M.E.C. Lok, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,

VERWEERDERS,

in de zaak met nummer 200.091.966/02 OK van:

1. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

VERENIGING VEB NCVB,

gevestigd te Den Haag,

2. Gerrit TIGCHELAAR,

wonende te Ferwert, gemeente Ferwerderadeel,

3. Johannes Cornelis Petrus DE GOEDE,

wonende te Sint Pancras, gemeente Langedijk,

4. Bram POTGIETER,

wonende te Bergentheim, gemeente Hardenberg,

5. Martijn Hubert Bernard KOK,

wonende te Hoogstraten, België,

VERZOEKERS,

advocaat: mr. J.H. Lemstra, kantoorhoudende te Amsterdam,

t e g e n

de naamloze vennootschap

VAN DER MOOLEN HOLDING N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

VERWEERSTER,

niet verschenen,

e n t e g e n

1. Richard Edward DEN DRIJVER,

wonende te Londen, Verenigd Koninkrijk,

BELANGHEBBENDE,

advocaten: mr. S.J.H.M. Berendsen en mr. M.H.C. Sinninghe Damsté, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,

e n t e g e n

2. Michiel WOLFSWINKEL,

wonende te Hoofddorp,

BELANGHEBBENDE,

advocaten: mr. R.J. van Agteren en mr. M.E.C. Lok, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,

e n t e g e n

3. Marinus ARENTSEN,

wonende te Reeuwijk,

4. Gerard VAN DEN BROEK,

wonende te Blaricum,

BELANGHEBBENDEN,

advocaat: mr. J.G. Princen, kantoorhoudende te Rotterdam,

e n t e g e n

5. Gerrit DE MAREZ OYENS,

wonende te Lacanau, Frankrijk,

BELANGHEBBENDE,

advocaat: mr. E.M. Soerjatin, kantoorhoudende te Amsterdam,

e n t e g e n

6. James Martin MCNALLY,

wonende te Esher, Verenigd Koninkrijk,

BELANGHEBBENDE,

advocaten: mr. M.W.E. Evers en mr. R.Q. Potter, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,

e n t e g e n

7. Peter Roland ZWART,

wonende te Oegstgeest,

8. Arjen Vincent PAARDEKOOPER,

wonende te Laren,

BELANGHEBBENDEN,

advocaat: mr. J.P.P. Latour, kantoorhoudende te Amsterdam,

e n t e g e n

9. mr. Hanneke DE CONINCK-SMOLDERS,

10. drs. Jacques Otto GELDERLOOS,

11. mr. Paul Reinier Willem SCHAINK,

in hun hoedanigheid van curatoren in het faillissement van Van der Moolen Holding N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

BELANGHEBBENDEN,

advocaat: mr. P.R.W. Schaink, kantoorhoudende te Amsterdam,

en in de zaak met nummer 200.091.966/03 OK van:

1. de naamloze vennootschap

ASR SCHADEVERZEKERING N.V.,

2. de naamloze vennootschap

ASR LEVENSVERZEKERING N.V.,

beide gevestigd te Utrecht,

VERZOEKSTERS,

advocaat: mr. A.C. Metzelaar, kantoorhoudende te Amsterdam,

t e g e n

de naamloze vennootschap

VAN DER MOOLEN HOLDING N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

VERWEERSTER,

niet verschenen,

e n t e g e n

1. Richard Edward DEN DRIJVER,

wonende te Londen, Verenigd Koninkrijk,

BELANGHEBBENDE,

advocaten: mr. S.J.H.M. Berendsen en mr. M.H.C. Sinninghe Damsté, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,

e n t e g e n

2. Michiel WOLFSWINKEL,

wonende te Hoofddorp,

BELANGHEBBENDE,

advocaten: mr. R.J. van Agteren en mr. M.E.C. Lok, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,

e n t e g e n

3. Marinus ARENTSEN,

wonende te Reeuwijk,

4. Gerard VAN DEN BROEK,

wonende te Blaricum,

BELANGHEBBENDEN,

advocaat: mr. J.G. Princen, kantoorhoudende te Rotterdam,

e n t e g e n

5. Gerrit DE MAREZ OYENS,

wonende te Lacanau, Frankrijk,

BELANGHEBBENDE,

advocaat: mr. E.M. Soerjatin, kantoorhoudende te Amsterdam,

e n t e g e n

6. James Martin MCNALLY,

wonende te Esher, Verenigd Koninkrijk,

BELANGHEBBENDE,

advocaten: mr. M.W.E. Evers en mr. R.Q. Potter, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,

e n t e g e n

7. Peter Roland ZWART,

wonende te Oegstgeest,

8. Arjen Vincent PAARDEKOOPER,

wonende te Laren,

BELANGHEBBENDEN,

advocaat: mr. J.P.P. Latour, kantoorhoudende te Amsterdam,

e n t e g e n

9. mr. Hanneke DE CONINCK-SMOLDERS,

10. drs. Jacques Otto GELDERLOOS,

11. mr. Paul Reinier Willem SCHAINK,

in hun hoedanigheid van curatoren in het faillissement van Van der Moolen Holding N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

BELANGHEBBENDEN,

advocaat: mr. P.R.W. Schaink, kantoorhoudende te Amsterdam.

1. Het verloop van het geding

1.1 Partijen zullen hierna als volgt worden aangeduid:

- verzoekers in de zaak met nummer 200.091.966/01, tevens belanghebbenden sub 9, 10 en 11 in de zaken met nummers 200.091.966/02 en 200.091.966/03, gezamenlijk als

de curatoren;

- verweerder sub 1 in de zaak met nummer 200.091.966/01, tevens belanghebbende sub 1 in de zaken met nummers 200.091.966/02 en 200.091.966/03 als Den Drijver;

- verweerder sub 2 in de zaak met nummer 200.091.966/01 als Kroon;

- verweerder sub 3 in de zaak met nummer 200.091.966/01, tevens belanghebbende sub 2 in de zaken met nummers 200.091.966/02 en 200.091.966/03 als Wolfswinkel;

- verzoekers sub 1 tot en met 5 in de zaak met nummer 200.091.966/02 gezamenlijk als VEB c.s.;

- verzoeksters sub 1 en 2 in de zaak met nummer 200.091.966/03 gezamenlijk als ASR c.s.;

- verweerster in de zaken met nummers 200.091.966/02 en 200.091.966/03 als VDM;

- belanghebbende sub 3 in de zaken met nummers 200.091.966/02 en 200.091.966/03 als Arentsen;

- belanghebbende sub 4 in de zaken met nummers 200.091.966/02 en 200.091.966/03 als Van den Broek;

- belanghebbende sub 5 in de zaken met nummers 200.091.966/02 en 200.091.966/03 als

De Marez Oyens;

- belanghebbende sub 6 in de zaken met nummers 200.091.966/02 en 200.091.966/03 als McNally;

- belanghebbende sub 7 in de zaken met nummers 200.091.966/02 en 200.091.966/03 als Zwart;

- belanghebbende sub 8 in de zaken met nummers 200.091.966/02 en 200.091.966/03 als Paardekooper.

1.2 Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 5 juli 2010, 23 juli 2010, 30 november 2010, 11 mei 2011 en 17 mei 2011 in de met deze zaak samenhangende zaak met nummer 200.051.512/01 OK.

1.3 Bij de beschikking van 5 juli 2010 heeft de Ondernemingskamer – voor zover hier van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van VDM over de periode 1 januari 2005 tot 10 september 2009 en twee nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken personen benoemd teneinde voormeld onderzoek te verrichten. De Ondernemingskamer heeft vervolgens bij de beschikking van 23 juli 2o1o mr. S. Hepkema te Amsterdam en drs. C.J.M. Scholtes te Wassenaar als onderzoekers aangewezen.

1.4 Het verslag van het in 1.3 bedoelde onderzoek met de daaronder begrepen bijlagen (hierna het onderzoeksverslag te noemen) is op 17 mei 2011 ter griffie van de Ondernemingskamer neergelegd. Bij beschikking van diezelfde datum heeft de Ondernemingskamer bepaald dat het onderzoeksverslag ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor een ieder.

1.5 Bij verzoekschrift met producties, ingekomen ter griffie van de Ondernemingskamer op 11 juli 2011, hebben de curatoren de Ondernemingskamer verzocht – zakelijk weergegeven –

a. op de voet van artikel 2:354 BW te beslissen dat de kosten van het in 1.3 bedoelde onderzoek kunnen worden verhaald voor 95% – hoofdelijk – op Den Drijver en Kroon en voor 5% op Wolfswinkel, althans voor die percentages als de Ondernemingskamer naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid vermeent te behoren;

b. bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad Den Drijver, Kroon en Wolfswinkel dienovereenkomstig te veroordelen om binnen 48 uur na de te dezen te geven beschikking aan de curatoren te betalen een bedrag van € 435.962,05, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de indiening van het verzoekschrift tot aan de dag van algehele voldoening; een en ander zodanig dat indien, ingeval en voor zover sprake is van hoofdelijke veroordeling, de een betaalt, de ander zal zijn gekweten;

c. Den Drijver, Kroon en Wolfswinkel te veroordelen in de kosten van het geding.

1.6 Bij verzoekschrift met productie, ingekomen ter griffie van de Ondernemingskamer op 12 juli 2011, hebben VEB c.s. de Ondernemingskamer verzocht – zakelijk weergegeven – bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad,

primair

a. vast te stellen dat sprake is van wanbeleid van VDM gedurende de periode vanaf 1 januari 2005 tot de datum van voorlopige surseance van betaling (7 augustus 2009);

b. vast te stellen dat de verantwoordelijkheid voor dat wanbeleid over genoemde periode rust bij Den Drijver en de raad van commissarissen, en gedurende de periode vanaf mei 2008 – naar de Ondernemingskamer begrijpt: ook – bij Kroon als feitelijk medebestuurder;

subsidiair

c. voor zover de Ondernemingskamer oordeelt dat het onderzoek en het onderzoeksverslag een onvolledige basis bieden voor de vaststelling van wanbeleid, het onderzoek te heropenen;

primair en subsidiair

d. het verzoek van de curatoren “inzake de kostenveroordeling toe te wijzen en bij gebreke van toewijzing van dat verzoek VDM te veroordelen in de kosten van het geding”.

1.7 Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie van de Ondernemingskamer op 15 juli 2011, hebben ASR c.s. de Ondernemingskamer verzocht – zakelijk weergegeven – bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad,

a. vast te stellen dat een aantal nader in dat verzoekschrift weergegeven onderdelen van het beleid van VDM over de periode van 1 januari 2005 tot en met 10 september 2009, elk afzonderlijk dan wel een of meer van die onderdelen in onderlinge samenhang, als wanbeleid dient te worden gekwalificeerd;

b. VDM te veroordelen in de kosten van het geding.

1.8 Bij verweerschrift, ingekomen ter griffie van de Ondernemingskamer op 8 november 2011, hebben Zwart en Paardekooper de Ondernemingskamer verzocht...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT