Verzet van Centrale Raad van Beroep, 15 februari 2013

Datum uitspraak:15 februari 2013
Uitgevende instantie::Centrale Raad van Beroep
SAMENVATTING

Verzet ongegrond. Het hogerberoepschrift is gedateerd 26 april 2012 en is - abusievelijk - gericht aan en verzonden naar de Raad van State, waar het op 7 mei 2012 is ontvangen. Op de enveloppe is door PostNL het poststempel 4 mei 2012 aangebracht. De Raad van State heeft het hogerberoepschrift doorgezonden aan de Raad. Post vertraagd tengevolge van de drukke dagen rond Koninginnedag? Het risico... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

12/2622 WIA-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 20 maart 2012, 11/1855 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B.] (appellante)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak: 15 februari 2013

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 21 van de Beroepswet van 6 juli 2012 heeft de Raad het namens appellante door mr. J. Cortet, advocaat, ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen de uitspraak van de Raad van 6 juli 2012 heeft mr. Cortet namens appellante verzet gedaan.

Het verzet is behandeld ter zitting van 28 januari 2013. Appellante heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. Cortet. Het Uwv is, met voorafgaand bericht, niet verschenen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 6 juli 2012 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.

De laatste dag waarop tijdig een hogerberoepschrift kon worden ingediend, was 1 mei 2012. Het hogerberoepschrift is gedateerd 26 april 2012 en is - abusievelijk - gericht aan en verzonden naar de Raad van State, waar het op 7 mei 2012 is ontvangen. Op de enveloppe is door PostNL het poststempel 4 mei 2012 aangebracht. De Raad van State heeft het hogerberoepschrift doorgezonden aan de Raad.

De gemachtigde van appellante heeft verklaard dat het hogerberoepschrift op 26 april 2012 is verzonden. De post wordt door een koerier op het kantoor van de gemachtigde opgehaald en afgeleverd bij een postsorteercentrum van PostNL. De gemachtigde van appellante heeft in een telefonisch onderhoud met PostNL vernomen dat de mogelijkheid bestaat dat post die op 26 april 2012 is aangeboden, mede door de drukke dagen rond Koninginnedag, pas op 4 mei 2012 is gestempeld.

Ingevolge artikel 6:9 van de Awb is een (hoger)beroepschrift tijdig ingediend, indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd en niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen. Aan de laatste voorwaarde is in dit geval voldaan. De vraag is of ook aan de eerste voorwaarde is voldaan, dus: of het hogerberoepschrift (uiterlijk) op 1 mei 2012 ter post is...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT