Voorlopige voorziening+bodemzaak van Centrale Raad van Beroep, 15 februari 2013

Datum uitspraak:15 februari 2013
Uitgevende instantie::Centrale Raad van Beroep
SAMENVATTING

Kortsluiting. Na afloop van de bezwaartermijn ingediend bezwaarschrift. Bezwaar van verzoeker is door de Svb terecht niet-ontvankelijk verklaard. Dit betekent allereerst dat het beroep van verzoeker ongegrond moet worden verklaard. Verder betekent dit dat er geen grond aanwezig is voor het treffen van een voorlopige voorziening, zodat het verzoek daartoe moet worden afgewezen.

 
GRATIS UITTREKSEL

12/5922 AOW, 12/6289 AOW-VV

Centrale Raad van Beroep

Voorzieningenrechter

Uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening

Partijen:

[A. te B. ] (verzoeker)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

PROCESVERLOOP

Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 20 september 2012, 12/2132 (aangevallen uitspraak) en heeft tevens verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 februari 2013. Verzoeker is daarbij

- zoals hij tevoren heeft aangekondigd - niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. G.J. Oudenes.

OVERWEGINGEN

1.1. Ingevolge artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 21 van de Beroepswet (Bw) kan, indien tegen een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 18, eerste lid, van de Bw hoger beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de Raad (voorzieningenrechter) op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

1.2. Ingevolge artikel 8:86 van de Awb en artikel 21 van de Bw kan de voorzieningenrechter, indien hij van oordeel is dat na de zitting nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de hoofdzaak, tevens onmiddellijk uitspraak doen in de hoofdzaak. Verzoeker en de Svb zijn in de uitnodiging voor de zitting op deze bevoegdheid gewezen.

1.3. De voorzieningenrechter is van oordeel dat in dit geval nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de hoofdzaak en dat ook overigens geen sprake is van beletselen om tevens onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak.

2.1. Uitgegaan wordt van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

2.2. Bij besluit van 25 november 2011 heeft de Svb de uitbetaling van de ingevolge de Algemene ouderdomswet (AOW) aan verzoeker toegekende uitkering vanaf december 2011 gedeeltelijk geschorst, op de grond dat niet kan worden nagegaan of verzoeker het juiste bedrag ontvangt.

2.3. Bij brief van 20 januari 2012 heeft verzoeker bij de Svb bezwaar gemaakt tegen het besluit van 25 november 2011.

2.4. Hierop heeft de Svb bij schrijven van 26 januari 2012 aan verzoeker gevraagd waarom hij niet eerder dan bij brief van 20 januari 2012 bezwaar heeft gemaakt tegen het besluit van

25 november 2011.

2.5. Bij brief van 13 februari 2012 heeft verzoeker aangegeven op...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT