Raadkamer van Rechtbank Rotterdam, 19 februari 2013

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:19 februari 2013
Uitgevende instantie::Rechtbank Rotterdam
SAMENVATTING

Ontvankelijkheidsperikelen verzoekschriften – Als een zaak is geëindigd door een (onvoorwaardelijk) sepot, brengt redelijke wetstoepassing mee dat de in artikel 89 Sv gestelde termijn een aanvang neemt vanaf de dag waarop mag worden aangenomen dat een gewezen verdachte op de hoogte is geraakt van de sepotbeslissing. Het op de laatste dag van die termijn om 18.36 uur per fax ingediende... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK ROTTERDAM

Team straf 2

Parketnummer: 10/731098-11

Raadkamernummers: 12/271 (89 Sv) en 12/738 (591a Sv)

Beslissing van de rechtbank te Rotterdam, enkelvoudige raadkamer, op de op 13 februari 2012 en 3 mei 2012 op de griffie van deze rechtbank ingekomen verzoekschriften van:

[verzoeker],

geboren te [geboorteplaats] op [1985],

wonende te [plaats], [adres],

advocaat mr. S. Pijl, kantoorhoudende te Rotterdam.

Procedure

De rechtbank heeft gezien het op de voet van artikel 89 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) ingediende, op 13 februari 2012 ingekomen en onder raadkamernummer 12/271 geregistreerde verzoekschrift, alsmede het op 3 mei 2012 ingekomen en onder raadkamernummer 12/738 geregistreerde verzoek. Daarnaast heeft de rechtbank gezien de stukken uit de bijbehorende raadkamerdossiers en het dossier van de onder bovenvermeld parketnummer geregistreerde strafzaak tegen de verzoeker als verdachte.

De rechtbank heeft in openbare raadkamer van 17 januari 2013 gehoord de officier van justitie mr. Oosterveld en mr. S.C.J. Knoester, die is verschenen namens de opgenoemde advocaat van de verzoeker.

De verzoeker is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

Inhoud van de verzoeken en standpunt officier van justitie

Verzoek ex artikel 89 Sv d.d. 13 februari 2012

Het verzoekschrift strekt ertoe dat aan de verzoeker ten laste van de Staat wordt toegekend een bedrag van € 315,= als vergoeding van de immateriële schade, die de verzoeker tengevolge van de door hem in het kader van de strafzaak ondergane vrijheidsbeneming heeft geleden.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van het verzoek tot vergoeding van immateriële schade.

Verzoek d.d. 3 mei 2012

Het verzoek strekt ertoe dat aan de verzoeker uit ’s Rijks kas een vergoeding wordt toegekend voor de kosten van juridische bijstand, bestaande uit de kosten in verband met het opstellen, indienen en behandelen van het op de voet van artikel 89 Sv ingediende verzoekschrift van € 540,=.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de verzoeker niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn verzoek op de grond dat het niet binnen drie maanden na het eindigen van de zaak is ingediend.

Feiten

De verzoeker is van 5 september 2011 tot op 8 september 2011 op grond van een bevel tot inverzekeringstelling gedetineerd geweest op verdenking van - zakelijk verwoord - valsheid in geschrifte.

Bij schriftelijke kennisgeving van 13 november 2011 heeft de officier...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT