Voorlopige voorziening van College van Beroep voor het bedrijfsleven, Voorzieningenrechter, 7 februari 2013

Datum uitspraak: 7 februari 2013
Uitgevende instantie::Voorzieningenrechter
SAMENVATTING

Is hier sprake van - herhaalde - ovetredijng van het exportverbod van van herkauwers afkomstige verwerkte dierlijke eiwitten. Volgens verweerder voldoet verzoekster niet aan de uitzondering van dit export verbod, omdat geen sprake is van een kant-en-klaar eindproduct, uitsluitend geschikt gemaakt voor de vervoedering aan honden en katten. De voorzieningenrechter heeft twijfel over de juistheid... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

College van Beroep voor het bedrijfslevenVoorzieningenrechterAWB 12/1094 7 februari 201311190 Kaderwet diervoedersUitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak van:A B.V., te B, verzoekster,gemachtigde: mr. J.A.M.A. Sluysmans, advocaat te Den Haag,tegende staatssecretaris van Economische Zaken, verweerder,gemachtigde: mr. ing. H.D. Strookman, werkzaam bij Dienst Regelingen.1. De procedureBij besluit van 8 november 2012 heeft verweerder aan verzoekster een last onder dwangsom opgelegd.Tegen dit besluit heeft verzoekster op 27 november 2012 bezwaar gemaakt. Op die datum heeft verzoekster tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam. Dat verzoek heeft de rechtbank op 30 november 2012 doorgezonden naar de voorzieningenrechter van het College.Bij brief van 14 december 2012 heeft verweerder een reactie op het verzoek en op de zaak betrekking hebbende stukken ingediend. Bij brief van 16 januari 2013 en twee brieven van 22 januari 2013 heeft verweerder op verzoek van de voorzieningenrechter nadere stukken ingediend. Bij brief van 23 januari 2013 heeft verweerder naar aanleiding van een door de voorzieningenrechter bij brief van 21 januari 2013 geformuleerde vraag, een nadere reactie gegeven.De voorzieningenrechter van het College heeft het verzoek behandeld op de zitting van 24 januari 2013. Van de zijde van verzoekster zijn verschenen haar gemachtigde en haar directeuren C en D. Van de zijde van verweerder zijn verschenen zijn gemachtigde en K. Zwaagstra, werkzaam bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (hierna: NVWA).2. De grondslag van het geschil2.1 Artikel 11.1 van de Wet Dieren – waarbij onder meer de Kaderwet diervoeders is ingetrokken –, in werking getreden op 1 januari 2013 (Stb. 2012, nr. 659), voor zover hier van belang, luidt:"Artikel 11.1. Overgangsrecht1. Besluiten, niet inhoudende een algemeen verbindend voorschrift, genomen bij of krachtens de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, de Kaderwet diervoeders, de Diergeneesmiddelenwet, de Wet op de dierenbescherming, de Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde 1990 of, voor zover zij betrekking hebben op onderwerpen waarop deze wet van toepassing is, krachtens de Landbouwkwaliteitswet of de Landbouwwet, die gelden op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, worden geacht te zijn genomen op grond van deze wet, onder dezelfde voorschriften, beperkingen en voorwaarden. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot voorschriften, beperkingen en voorwaarden voor zover de uitvoering van bindende onderdelen van EU-rechtshandelingen dit vereist.(…)5. De op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet aanhangige bezwaarschriften die betrekking hebben op het nemen van een besluit als bedoeld in het eerste lid, zijn aanhangig in de staat, waarin zij zich op dat moment bevinden en worden overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van de wetten, bedoeld in het eerste lid, behandeld en beslist.6. De op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven aanhangige zaken die betrekking hebben op het nemen van een besluit als bedoeld in het eerste lid, worden overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van de wetten, bedoeld in het eerste lid, behandeld en beslist."De Kaderwet Diervoeders, ten tijde van belang, luidde:"artikel 30Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van de bij of krachtens deze wet gestelde verplichtingen, indien dit in verband met risico's voor de gezondheid van dier of mens noodzakelijk is.(…)artikel 41Tegen een op grond van deze wet genomen besluit kan een belanghebbende beroep instellen bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven."Artikel 5:32, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), luidt:"Een bestuursorgaan dat bevoegd is een last onder bestuursdwang op te leggen, kan in plaats daarvan aan de overtreder een last onder dwangsom opleggen."De Regeling diervoeders 2010, ten tijde en voor zover hier van belang, luidde:"HOOFDSTUK 3. REGELS TER UITVOERING VAN COMMUNAUTAIRE VERORDENINGEN§ 1. Regels ter uitvoering van verordening (EG) nr. 999/2001Artikel 71. Het is verboden in strijd te handelen met:a. artikel 7, eerste lid, van verordening (EG) nr. 999/2001;(….)c. punten II en III, onderdelen C, D en E, van bijlage IV bij verordening (EG) nr. 999/2001(….)."In de preambule van Verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 houdende vaststelling van voorschriften inzake preventie, bestrijding en uitroeiing van bepaalde overdraagbare spongiforme encefalopathieën (hierna: Verordening (EG) nr. 999/2001) staat, voor zover hier van belang, het volgende vermeld:"(10) Bepaalde weefsels van herkauwers dienen op basis van de pathogenese van TSE's en van de epizoötiologische status van het land of het gebied van oorsprong of verblijf van het betrokken dier als gespecificeerd risicomateriaal te worden aangemerkt. Gespecificeerd risicomateriaal moet op zodanige wijze verwijderd en vernietigd worden dat elk gevaar voor de gezondheid van mens of dier wordt vermeden. Het mag met name niet in de handel worden gebracht voor gebruik in voedingsmiddelen, diervoeders of meststoffen. Er dient evenwel voor te worden gezorgd dat een gelijkwaardig niveau van bescherming van de gezondheid kan worden verkregen door op individuele dieren een test op TSE's uit te voeren, zodra die test volledig gevalideerd is. Slachttechnieken waarbij het gevaar bestaat dat hersenmateriaal ander weefsel besmet, mogen niet worden toegestaan in andere landen of gebieden dan die waar het BSE- risico het geringst is.(11) Er dienen maatregelen te worden getroffen om overdracht van TSE's op mens of dier te voorkomen door een verbod in te stellen op de vervoedering van bepaalde soorten dierlijke eiwitten aan bepaalde soorten dieren en op het gebruik in voedingsmiddelen van bepaalde soorten materiaal die afgeleid zijn van herkauwers. Die verbodsbepalingen moeten in verhouding staan tot de risico's."Verordening (EG) nr. 999/2001, voor zover hier van belang, luidt:"Artikel 7Verbodsbepalingen in verband met diervoeding1. Het gebruik van van dieren afkomstige eiwitten in de voeding van herkauwers is verboden.2. Het verbod van lid 1 wordt uitgebreid tot niet-herkauwers en beperkt, voor wat betreft de voedering van dergelijke dieren, tot producten van dierlijke oorsprong overeenkomstig bijlage IV.3. De leden 1 en 2 gelden onverminderd het bepaalde in bijlage IV waarin de afwijkingen van het in deze leden vervatte verbod zijn vermeld.(…).4. Lidstaten of gebieden daarvan met een onbepaald BSE-risico mogen geen diervoeders uitvoeren of opslaan die bestemd zijn voor landbouwhuisdieren en die van zoogdieren afkomstige eiwitten bevatten, evenmin als diervoeders die bestemd zijn voor zoogdieren, met uitzondering van voeder voor honden, katten en pelsdieren, en die van zoogdieren afkomstige verwerkte dierlijke eiwitten bevatten.(…)BIJLAGE IVDIERVOEDERS(…)III. Algemene uitvoeringsvoorwaarden(…)E.1. De uitvoer naar derde landen van van herkauwers afkomstige verwerkte dierlijke eiwitten en van producten die dergelijke verwerkte dierlijke eiwitten bevatten, is verboden. Dat verbod geldt echter niet voor verwerkt voeder voor gezelschapsdieren, met inbegrip van voeder in blik, dat van herkauwers afkomstige verwerkte dierlijke eiwitten bevat en dat een behandeling heeft ondergaan en is geëtiketteerd overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1774/2002."Verordening (EG) nr. 1774/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 3 oktober 2002 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten (hierna: Verordening (EG) nr. 1774/2002), voor zover hier van belang, luidde:"Artikel 2Definities1. Voor de toepassing van deze verordening gelden de volgende definities:(…)d) categorie 3-materiaal: dierlijke bijproducten zoals bedoeld in artikel 6;(…)h) gezelschapsdieren: alle dieren van soorten die gewoonlijk door de mens worden gevoed en gehouden, doch niet gegeten, en die niet voor veeteelt worden gehouden (…)2. De specifieke definities in bijlage I gelden ook.(…)Artikel 6Categorie 3-materiaal1. Onder categorie 3-materiaal wordt verstaan dierlijke bijproducten die aan de onderstaande beschrijving beantwoorden of materiaal dat dergelijke bijproducten bevat:a) delen van geslachte dieren die overeenkomstig de communautaire wetgeving voor menselijke consumptie geschikt zijn verklaard, maar die om commerciële redenen niet voor menselijke consumptie bestemd zijn;b) delen van geslachte dieren, die voor menselijke consumptie ongeschikt zijn verklaard, maar die geen symptomen van op mens of dier overdraagbare ziekten vertonen en die afkomstig zijn van karkassen die overeenkomstig de communautaire wetgeving voor menselijke consumptie geschikt zijn verklaard;c) huiden, hoeven en horens, varkenshaar en veren van dieren die worden geslacht in een slachthuis nadat zij een keuring vóór het slachten hebben ondergaan waarbij zij geschikt zijn verklaard om voor menselijke consumptie te worden geslacht overeenkomstig de communautaire wetgeving;d) bloed verkregen van andere dieren dan herkauwers die worden geslacht in een slachthuis nadat zij een keuring vóór het slachten hebben ondergaan waarbij zij geschikt zijn verklaard om voor menselijke consumptie te worden geslacht overeenkomstig de communautaire wetgeving;e) dierlijke bijproducten verkregen bij de productie van voor menselijke consumptie bestemde producten, waaronder ontvette beenderen en kanen;f) andere voormalige voedingsmiddelen van dierlijke oorsprong of voormalige voedingsmiddelen die producten van dierlijke oorsprong bevatten dan keukenafval en etensresten, die niet langer voor menselijke consumptie bestemd zijn, zulks om commerciële redenen of ten gevolge van gebreken bij de productie of bij de verpakking of andere...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT