Eerste aanleg - enkelvoudig van Centrale Raad van Beroep, 21 februari 2013

Datum uitspraak:21 februari 2013
Uitgevende instantie::Centrale Raad van Beroep
SAMENVATTING

Weigering WUBO-uitkering. Geen sprake van blijvende invaliditeit door het oorlogsgeweld. Daarbij is wederom overwogen dat de psychische klachten van appellant niet het gevolg zijn van het aanvaarde oorlogsgeweld. Het bestreden besluit is op grond van de medische advisering deugdelijk voorbereid en voldoende gemotiveerd. In de beschikbare medische gegevens heeft de Raad geen aanknopingspunten... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

12/1722 WUBO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak in het geding tussen

Partijen:

[A. te B.] (appellant)

de Pensioen- en Uitkeringsraad (verweerder)

Datum uitspraak 21 februari 2013.

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. J.C.M. van Berkel, advocaat, beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 7 maart 2012, kenmerk BZ01365799 (bestreden besluit). Dit betreft de toepassing van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo).

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 januari 2013. Daar is namens appellant mr. Van Berkel verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door A.T.M. Vroom-van Berckel.

OVERWEGINGEN

  1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende hier van belang zijnde feiten en omstandigheden.

    1.1. Appellant is geboren in 1944 in het toenmalig Nederlands-Indië. Bij besluit van 24 juni 2009 heeft verweerder erkend dat appellant is getroffen door oorlogsgeweld, te weten internering in kamp De Wijk ten tijde van de Bersiap-periode. Appellant is niet in aanmerking gebracht voor een uitkering of voorziening op de grond dat bij hem geen sprake is van blijvende invaliditeit door het oorlogsgeweld. Daartoe is overwogen dat de bij appellant aanwezige psychische klachten en hoge bloeddruk duidelijk uit andere oorzaken zijn ontstaan. Het hiertegen gemaakte bezwaar is bij besluit van 22 oktober 2009 niet-ontvankelijk verklaard. Tegen dat besluit is geen beroep ingesteld.

    1.2. In mei 2011 is namens appellant wegens toename van de psychische klachten opnieuw een aanvraag op grond van de Wubo ingediend. Daarbij is gewezen op een rapportage van de arts G.J. Laatsch, die appellant heeft onderzocht in het kader van de Algemene Oorlogsongevallenregeling (AOR).

    1.3. Bij besluit van 28 juli 2011, na bezwaar gehandhaafd bij het bestreden besluit, heeft verweerder - voor zover hier van belang - de aanvraag afgewezen op de grond dat er geen sprake is van blijvende invaliditeit door het oorlogsgeweld. Daarbij is wederom overwogen dat de psychische klachten van appellant niet het gevolg zijn van het aanvaarde oorlogsgeweld.

  2. Naar aanleiding van hetgeen in beroep is aangevoerd overweegt de Raad als volgt.

    2.1. De geneeskundig adviseur, de arts A.J. Maas, heeft op verzoek van verweerder de klachten van appellant opnieuw medisch beoordeeld. Daarbij is ook het rapport van Laatsch betrokken. Zijn...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT