Eerste aanleg - meervoudig van Rechtbank Haarlem, 5 september 2008

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak: 5 september 2008
Uitgevende instantie::Rechtbank Haarlem
SAMENVATTING

Successierecht. De feitelijke werkzaamheden van F moeten worden aangemerkt als het beleggen van vermogen of een daarmee overeenkomende werkzaamheid, waardoor de bedrijfsopvolgingsregeling niet van toepassing is.

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht, meervoudige belastingkamer

Procedurenummers: AWB 07/8586, 07/8588 en 07/8590

Uitspraakdatum: 5 september 2008

Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen

X1, wonende te Z,

X2, wonende te Z,

X3, wonende te Z,

eisers,

en

de inspecteur van de Belastingdienst P, verweerder.

  1. Ontstaan en loop van het geding

    1.1. Aan ieder van eisers is met dagtekening 11 december 2006 een aanslag (aanslagnummers 0.00.000.00000.000 tot en met 000) in het recht van successie voor het jaar 2005 opgelegd, ten bedrage van telkens € 2.353.577.

    1.2. Verweerder heeft bij uitspraken op bezwaar van 12 november 2007 de aanslagen verminderd met elk € 2.612.

    1.3. Eisers hebben daartegen bij brieven van 12 december 2007, ontvangen bij de rechtbank op 13 december 2007, beroep ingesteld. De gronden van de beroepen zijn bij brieven van 18 januari 2008, ontvangen bij de rechtbank op 21 januari 2008, aangevuld.

    1.4. Verweerder heeft op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.

    1.5. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 juni 2008. Namens eisers is verschenen A, tot bijstand vergezeld door B. Namens verweerder is verschenen C.

  2. Tussen partijen vaststaande feiten

    2.1. Op 28 augustus 2005 is D (hierna: erflater) overleden. Erflater was in algehele gemeenschap van goederen gehuwd met mevrouw E (hierna ook: de echtgenote). Eisers zijn kinderen uit het huwelijk tussen D en E.

    2.2.1. Tot erflaters nalatenschap behoorden onder meer de (certificaten van) aandelen in F B.V. (hierna: F). In de jaren tachtig heeft F haar onderneming overgedragen aan drie afzonderlijke vennootschappen, namelijk G I, II en III B.V. Ieder van deze vennootschappen is in handen van één van eisers.

    2.2.2. De activiteiten van F bestonden uit het ontwikkelen en exploiteren van vastgoed, waaronder campings, recreatieparken en winkelcentra. Nadat F de onderneming heeft overgedragen aan G I, II en III vinden deze activiteiten plaats in de laatste drie ondernemingen. F heeft geen bemoeienissen met het beleid van G I, II en III, noch is zij op andere wijze actief betrokken bij deze vennootschappen. F houdt zich vanaf het moment van overdracht uitsluitend bezig met de financiering van de onderneming van deze vennootschappen, door het verstrekken van leningen tegen hypotheekrechten. F ontvangt hiervoor rente.

    2.3. Ten tijde van het overlijden van erflater had F vorderingen ten bedrage van in totaal € 28.398.995 op (dochtervennootschappen van) G I tot en met III. Deze vennootschappen hebben ter zake van deze vorderingen hypothecaire zekerheid verleend. F hield daarnaast effecten ter waarde van € 12.203.213, kortlopende vorderingen ten bedrage van € 2.307.115 en liquiditeiten ten bedrage van € 15.902.891.

    2.4. De onder 1.1. genoemde aanslagen zijn opgelegd conform de door eisers bij de aangifte recht van successie 2005 vermelde belastbare verkrijging per eiser van...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT