Verzet van Centrale Raad van Beroep, 22 februari 2013

Datum uitspraak:22 februari 2013
Uitgevende instantie::Centrale Raad van Beroep
SAMENVATTING

Verzet tegen niet-ontvankelijk wegens geen betaling griffierecht. Het had op de weg van de gemachtigde had gelegen de Raad binnen de in de brief van 6 augustus 2012 gestelde termijn te berichten dat hij verzoeker in verband met een verblijf in het buitenland niet kon bereiken. Dat heeft hij echter niet gedaan. Verzet ongegrond.

 
GRATIS UITTREKSEL

12/3660 WUBO-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, in verbinding met artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 17 van de Beroepswet op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 13 oktober 2011, 10/2842

Partijen:

[A. te B. ] (verzoeker)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

Datum uitspraak: 22 februari 2013

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 in verbinding met artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 17 van de Beroepswet van 18 oktober 2012 heeft de Raad het namens verzoeker door [J.] gedane verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 13 oktober 2011, 10/2842, niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen de uitspraak van de Raad van 18 oktober 2012 heeft [J.] namens verzoeker verzet gedaan.

Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 28 januari 2013, waar partijen - de Svb met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 18 oktober 2012 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de bij - aangetekend aan de gemachtigde verzonden - brief van 6 augustus 2012 gestelde termijn van vier weken is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat verzoeker niet in verzuim is geweest.

Vaststaat dat het griffierecht niet is betaald.

In het verzetschrift heeft de gemachtigde aangevoerd dat hij het griffierecht niet heeft betaald omdat verzoeker in het buitenland verbleef en overleg daardoor niet mogelijk was.

De Raad is van oordeel dat het op de weg van de gemachtigde had gelegen de Raad binnen de in de brief van 6 augustus 2012 gestelde termijn te berichten dat hij verzoeker in verband met een verblijf in...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT