Verzet van Centrale Raad van Beroep, 22 februari 2013

Datum uitspraak:22 februari 2013
Uitgevende instantie::Centrale Raad van Beroep
SAMENVATTING

Verzet niet-ontvankelijk. Geen verschoonbare termijnoverschrijding.

 
GRATIS UITTREKSEL

12/1900 WAO-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, in verbinding met artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 23 december 2011, 11/2050

Partijen:

[A. te B. ] (verzoeker)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak: 22 februari 2013

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 in verbinding met artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 29 juni 2012 heeft de Raad het door verzoeker gedane verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 23 december 2011, 11/2050, niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen de uitspraak van de Raad van 29 juni 2012 heeft verzoeker verzet gedaan.

Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 28 januari 2013, waar partijen - het Uwv met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.

OVERWEGINGEN

De Raad ziet zich allereerst, ambtshalve, gesteld voor de vraag naar de ontvankelijkheid van het verzet.

De laatste dag waarop tijdig een verzetschrift kon worden ingediend, was 10 augustus 2012. Het door verzoeker ingediende verzetschrift is gedateerd 7 september 2012 en is op 18 september 2012 bij de Raad ontvangen. De termijn voor het indienen van een verzetschrift is aldus - ruim - overschreden.

Bij brief van 5 oktober 2012 heeft de Raad bij verzoeker geïnformeerd naar de reden van de termijnoverschrijding. Bij brief van 15 november 2012 heeft verzoeker geantwoord dat hij de uitspraak van de Raad van 29 juni 2012 laat heeft ontvangen. Deze stelling is echter niet met bewijsstukken of anderszins onderbouwd, zodat de Raad reeds om die reden daaraan voorbijgaat. Van andere feiten of omstandigheden die leiden tot het oordeel dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is, is niet gebleken.

Gelet op het voorgaande dient het verzet niet-ontvankelijk te worden verklaard.

Voor een...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT