Herziening van Gerechtshof Amsterdam, January 10, 2013

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:2013/01/10
Uitgevende instantie::Gerechtshof Amsterdam
SAMENVATTING

Verzoek herziening afgewezen. Door belanghebbende aangedragen feiten hadden belanghebbende redelijkerwijs vóór de uitspraak bekend kunnen zijn, maar zijn niet eerder naar voren gebracht vanwege een andere processuele invalshoek.

 
GRATIS UITTREKSEL

GERECHTSHOF AMSTERDAM

kenmerk 12/00711, 12/00712, 12/00713

10 januari 2013

uitspraak van de eerste enkelvoudige belastingkamer

op de verzoeken van

[X] te [Z], belanghebbende,

tot herziening van de uitspraak van de vijfde enkelvoudige belastingkamer van het Hof van 10 maart 2005 in de zaak met kenmerknummer 03/3426 en de uitspraak van de tweede meervoudige belastingkamer van het Hof van 18 juni 2009 in de zaken met kenmerknummers 07/00825 en 07/00826

in het geding tussen

belanghebbende

en

de inspecteur van de Belastingdienst/Holland-Noord/kantoor Zaandam,

de inspecteur.

  1. Ontstaan en loop van het geding

    1.1. Bij zijn bovenvermelde uitspraak met kenmerknummer 03/3426 heeft het Hof

    het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de inspecteur betreffende de aan belanghebbende opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (hierna: IB/PVV) voor het jaar 2000 ongegrond verklaard.

    1.2. Bij arrest van 22 september 2006, nr. 42.032, heeft de Hoge Raad het tegen de onder

    1.1. bedoelde uitspraak ingestelde cassatieberoep van belanghebbende niet-ontvankelijk

    verklaard.

    1.3. Bij zijn bovenvermelde uitspraak met kenmerknummers 07/00825 en 07/00826 heeft het Hof het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de rechtbank van 11 september 2007 (gedeeltelijk) gegrond verklaard en de aanslagen IB/PVV over de jaren 2001 en 2002 verminderd.

    1.4. Bij arrest van 18 juni 2010, nr. 09/02652, heeft de Hoge Raad het tegen de onder 1.3. bedoelde uitspraak ingestelde cassatieberoep van belanghebbende ongegrond verklaard.

    1.5. Belanghebbende heeft in de aanvulling op zijn hoger beroepschrift tegen de uitspraken van de rechtbank Haarlem met betrekking tot aanslagen IB/PVV over de jaren 2003 tot en met 2007 (bij het Hof geregistreerd onder kenmerknummers 11/00902 t/m 11/00906) om herziening van de onder 1.1. en 1.3. bedoelde uitspraken van het Hof verzocht.

    De inspecteur heeft in zijn verweerschrift op voornoemd hoger beroep inhoudelijk gereageerd op het voornoemd herzieningsverzoek van belanghebbende. Met dagtekening 24 april 2012 en 14 juni 2012 zijn door belanghebbende respectievelijk de inspecteur met betrekking tot de herzieningsverzoeken nadere stukken ingediend welke in afschrift zijn verstrekt aan de wederpartij.

    1.6. Op 5 september 2012 heeft het onderzoek ter zitting voor het Hof plaatsgevonden waarbij, met instemming van partijen, naast de hiervoor genoemde hoger beroepen met betrekking tot de aanslagen IB/PVV over de jaren 2003 tot en met 2007 eveneens de onderhavige herzieningsverzoeken zijn behandeld. De in die hogerberoepszaken ingebrachte gedingstukken gelden als ingebracht in deze zaak en omgekeerd. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.

    1.7. Het Hof heeft de onderhavige herzieningsverzoeken op grond van artikel 8:14 van de Algemene wet Bestuursrecht (hierna: Awb) (af)gesplitst van de hoger beroepen betreffende de IB/PVV voor de jaren 2003 tot en met 2007.

  2. Overwegingen

    2.1. Wettelijk kader

    2.1. Ingevolge artikel 8:88, eerste lid, van de Awb kan het Hof op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:

    a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak;

    b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

    c. waren zij bij het Hof eerder bekend geweest, tot...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT