Eerste aanleg - meervoudig van Rechtbank Alkmaar, 20 december 2012

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:20 december 2012
Uitgevende instantie::Rechtbank Alkmaar
SAMENVATTING

Geweigerde omgevingsvergunning (milieu). Artikel 4 van de Wet ammoniak en veehouderij (Wav) staat, gelet op de ligging van een tot de veehouderij behorend dierenverblijf in een zone van 250 meter rond een zeer kwetsbaar gebied, aan verlening van de gevraagde omgevingsvergunning in de weg. Artikel 5 van de Wav mist toepassing.

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK ALKMAAR

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 12/1300

uitspraak van de meervoudige kamer van 20 december 2012 in de zaak tussen

de vennootschap onder firma [naam], waarvan de vennoten zijn [naam] en [naam1], te [woonplaats], eiseres

(gemachtigde: ing. B.H. Wopereis),

en

het dagelijks bestuur van Milieudienst IJmond, verweerder

(gemachtigden: mr. M. Dur en drs. E. Petersen).

Procesverloop

Bij besluit van 20 april 2012 (het bestreden besluit) heeft verweerder geweigerd aan eiseres een omgevingsvergunning te verlenen voor het oprichten en het in werking hebben van een inrichting voor, onder meer, het houden van paarden gelegen aan de [adres] te [woonplaats] (hierna: de inrichting).

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 november 2012, waar eiseres is vertegenwoordigd door drs. ing. B.A.S. Domhof, kantoorgenoot van ing. B.H. Wopereis, bijgestaan door de vennoten. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.

Overwegingen

  1. De rechtbank gaat uit van de volgende, door partijen niet betwiste, feiten.

    Met betrekking tot de inrichting is op 31 juli 1994 een melding gedaan als bedoeld in het Besluit akkerbouwbedrijven milieubeheer (hierna: Besluit akkerbouwbedrijven).

    Bij brieven van 3 mei 1995 en 7 maart 2000 heeft verweerder aan eiseres meegedeeld dat de inrichting (nog steeds) valt onder de werkingssfeer van dat besluit.

    In het kader van het project “Akkerbouw 2009” heeft verweerder op 1 november 2009 een bedrijfsbezoek bij de inrichting afgelegd. Tijdens dit bezoek zijn in de inrichting onder meer tien paardenboxen met tien paarden waargenomen, waarvan zeven pensionpaarden.

    Naar aanleiding van dit bedrijfsbezoek heeft verweerder [naam] (hierna: eiser) bij besluit van 14 april 2010 een last onder dwangsom opgelegd wegens het zonder vergunning op grond van de Wet milieubeheer (hierna: Wm) in werking hebben van de inrichting.

    Bij besluit van 3 mei 2011 heeft verweerder het hiertegen door eiser gemaakte bezwaar gegrond verklaard en een nieuwe last onder dwangsom opgelegd.

    Bij uitspraak van 30 september 2011 (LJN: BT6655) heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) het door eiser tegen het besluit van 3 mei 2011 ingestelde beroep ongegrond verklaard.

    Op 18 oktober 2011 heeft eiseres – ter legalisatie – een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend ten behoeve van de inrichting.

    Verweerder heeft vervolgens het bestreden besluit genomen.

  2. Voor de beoordeling is de volgende regelgeving met name van belang.

    Ingevolge artikel 3, eerste lid, van de Wet ammoniak en veehouderij (hierna: Wav) betrekt het bevoegd gezag bij beslissingen inzake de omgevingsvergunning voor de oprichting of verandering van een veehouderij de gevolgen van ammoniakemissie uit de tot de veehouderij behorende dierenverblijven uitsluitend op de wijze die is aangegeven bij of krachtens de artikelen 4 tot en met 7.

    Ingevolge artikel 4 van de Wav wordt een omgevingsvergunning voor het oprichten van een veehouderij geweigerd, indien een tot de veehouderij behorend dierenverblijf geheel of gedeeltelijk is...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT