Eerste aanleg - meervoudig van Rechtbank Zwolle, 5 maart 2013

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak: 5 maart 2013
Uitgevende instantie::Rechtbank Zwolle
SAMENVATTING

Vrijspraak moord, veroordeling voor doodslag Verwerping beroep noodweer/noodweerexces Onvoldoende grond voor opleggen tbs-maatregel

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK OOST-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht - Meervoudige Strafkamer te Zwolle

Parketnummer: 07/651117-12(P)

Uitspraak: 5 maart 2013

VONNIS IN DE STRAFZAAK VAN:

het openbaar ministerie

tegen

[Verdachte],

geboren op [datum en plaats],

wonende te [plaats],

thans in voorarrest verblijvende in [adres en plaats].

ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 12 september 2012 (pro forma),

28 november 2012 (pro forma) en 19 februari 2013.

De verdachte is op 19 februari 2013 verschenen, bijgestaan door zijn raadsvrouw

mr. J.H. Rump, advocaat te Zwolle.

Als officier van justitie was op 19 februari 2013 aanwezig mr. S. Leusink.

TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is ter terechtzitting van 19 februari 2013 overeenkomstig artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering nader omschreven.

De verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 30 mei 2012 te Zwolle opzettelijk en, al dan niet met voorbedachten rade, [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, meermalen, althans eenmaal, met een mes, althans een scherp voorwerp, in/op de hals en/of de borst, althans het lichaam van die [slachtoffer] ingestoken/ingesneden, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden.

VOORVRAGEN

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

BEWIJSMOTIVERING

Inleiding

De volgende feiten kunnen op grond van de gebruikte bewijsmiddelen als vaststaand worden aangemerkt. Deze feiten hebben ter terechtzitting niet ter discussie gestaan en kunnen zonder nadere motivering dienen als vertrekpunt voor de beoordeling van de bewijsvraag.

In de ochtend van 30 mei 2012 is verdachte vanuit [adres] te Zwolle, alwaar hij had overnacht, te voet vertrokken om het slachtoffer te bezoeken. Verdachte heeft de achtertuin van de woning van het slachtoffer betreden door het openstaande tuinhek. Op enig moment is een schermutseling ontstaan tussen verdachte en het slachtoffer waarbij gebruik is gemaakt van een mes en waarbij het slachtoffer liggend in de tuin is beland. Verdachte liep bij deze confrontatie een ernstige snijwond aan zijn hand op. Het slachtoffer overleed tengevolge van een aantal steekverwondingen in de hals en op de borst.

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting - overeenkomstig de inhoud van het door haar aan de rechtbank overgelegde schriftelijk requisitoir - gevorderd verdachte van het (impliciet) primair ten laste gelegde, te weten moord, vrij te spreken en verdachte te veroordelen ter zake van het (impliciet) subsidiair ten laste gelegde, te weten doodslag.

De officier van justitie heeft betoogd dat zij wettig en overtuigend bewezen acht dat verdachte het slachtoffer opzettelijk van het leven heeft beroofd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw van verdachte heeft zich - overeenkomstig de inhoud van de door haar aan de rechtbank overgelegde pleitnota - op het standpunt gesteld dat met betrekking tot de (impliciet) primair ten laste gelegde moord vrijspraak dient te volgen, nu geen sprake is geweest van voorbedachten rade. De raadsvrouw van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat ten aanzien van de (impliciet) subsidiair ten laste gelegde doodslag een bewezenverklaring kan volgen.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt, op grond van de hierna in voetnoten vermelde bewijsmiddelen, het navolgende.

Uit de voorhanden zijnde bewijsmiddelen kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden afgeleid dat sprake is geweest van voorbedachten rade. De rechtbank is derhalve, met de officier van justitie en de verdediging, van oordeel dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het (impliciet) primair ten laste gelegde, te weten moord.

De rechtbank ziet zich voor de vraag geplaatst of wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte het slachtoffer opzettelijk van het leven heeft beroofd door meerdere malen met een mes te steken.

Vast staat dat het slachtoffer is komen te overlijden ten gevolge van een aantal steekverwondingen die hem zijn toegebracht in de hals- en borststreek. Het slachtoffer werd achteroverliggend en levenloos aangetroffen in de bosschages van zijn tuin. Op zijn lichaam werd een mes aangetroffen.

Verdachte heeft verklaard dat hij in die bosschages op het slachtoffer is terechtgekomen en dat een mes in het spel was. Verdachte heeft voorts verklaard dat het mes, in handen zijnde van het slachtoffer, ook door hem -door een afwerende beweging- werd bewogen in de richting van het slachtoffer. Hij sluit daarbij niet uit dat hij daardoor het slachtoffer heeft geraakt met het mes. Toen het slachtoffer zich niet meer verweerde is hij weggelopen .

...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT