Eerste aanleg - enkelvoudig van Rechtbank Haarlem, December 18, 2012

Sprekergepubliceerd
Datum uitspraak2012/12/18
Uitgevende instantie:Rechtbank Haarlem

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel

familie- en jeugdrecht

ABW

Zaak-/rekestnr.: 193514/12-2029

beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken d.d. 18 december 2012

in de zaak van:

de publiekrechtelijke rechtspersoon

gemeente [naam gemeente],

zetelend te [plaats],

hierna te noemen: de gemeente,

tegen

[naam man],

wonende te [plaats],

hierna te noemen: de man,

advocaat mr. J.W.J. Hijnen, kantoorhoudende te Beverwijk.

  1. Verloop van de procedure

    1.1 Voor het verloop van de procedure verwijst de rechtbank naar de volgende stukken:

    - het op 19 juni 2012 ter griffie van deze rechtbank ontvangen verzoekschrift met bijlagen van de gemeente;

    - het op 13 september 2012 ter griffie ontvangen verweerschrift met bijlagen van de man;

    - de brief, met bijlagen, van de advocaat van de man van 12 november 2012,

    en het verhandelde ter terechtzitting op 22 november 2012 in aanwezigheid van de man, bijgestaan door mr. Hijnen. De gemeente is ter zitting vertegenwoordigd door dhr. E. de Wit. Voorts was aanwezig mevr. [naam partner], de partner van de man.

  2. De vaststaande feiten

    2.1 De man is gehuwd geweest met [naam vrouw], hierna tevens te noemen: de vrouw. Dit huwelijk is op [datum] 2003 ontbonden door inschrijving in de registers van de burgerlijke stand van de echtscheidingsbeschikking van deze rechtbank van 3 december 2002.

    Uit het huwelijk zijn geboren:

    - [naam kind 1], op [datum] 1990 in de gemeente [plaats],

    - [naam kind 2], op [datum] 1993 in de gemeente [plaats].

    2.3 Met ingang van 9 juni 2009 wordt aan de vrouw door de gemeente een uitkering verstrekt ingevolge de Wet werk en bijstand (Wwb). De uitkering wordt met ingang van

    14 december 2011 toegekend naar de norm voor een eenoudergezin.

    2.4 Bij besluit d.d. 19 januari 2012 heeft de gemeente vastgesteld dat de kosten van bijstand aan de vrouw met ingang van 14 december 2011 worden verhaald op de man tot een bedrag van € 394 per maand. Voorts is vastgesteld dat de aan de vrouw, mede ten behoeve van de (destijds minderjarige) [naam kind 2] betaalde kosten van bijstand betreffende de periode 1 augustus 2010 tot 14 december 2011, op de man worden verhaald tot een bedrag van € 425 per maand.

    2.5 Burgemeester en Wethouders van de gemeente hebben op 14 juni 2012 besloten over te gaan tot verhaal in rechte.

  3. Het verzoek

    3.1 Met een beroep op de wettelijke onderhoudsplicht van de man jegens zijn minderjarige zoon [naam kind 2] (hierna te noemen: [naam kind 2]) verzoekt de gemeente de verhaalsbijdrage met ingang van 1 augustus 2010 te bepalen op € 425 per maand.

    3.2 Met een beroep op de wettelijke onderhoudsverplichting van de man jegens de vrouw verzoekt de gemeente de verhaalsbijdrage met ingang van de datum waarop [naam kind 2] meerderjarig is geworden, [datum] 2011, te bepalen op € 394 per maand.

  4. Het verweer

    4.1 De man heeft het verzoek gemotiveerd bestreden. Hij voert aan dat kosten van bijstand op grond van artikel 62a van de Wet werk en Bijstand (hierna te noemen: Wwb) slechts verhaald kunnen worden tot de grens van de onderhoudsplicht als bedoeld in boek 1 BW. Op grond van voornoemd artikel 62a wordt voor het bepalen van de omvang van het te verhalen bedrag rekening gehouden met de normaliter in echtscheidings- of alimentatieprocedures geldende wettelijke maatstaven. De man stelt zich op het standpunt dat de gemeente deze maatstaven wat betreft de (hoogte van de) behoefte van zowel [naam kind 2] als van de vrouw niet heeft gehanteerd.

    4.2 De man heeft in dat verband aangevoerd dat volgens de toepasselijke richtlijnen voor de vaststelling van de behoefte van [naam kind 2] uitgangspunt behoort te zijn het netto gezinsinkomen ten tijde van de verbreking van de relatie tussen de vrouw en de man in 2002. Hij voert aan dat de behoefte van de kinderen op dat moment € 125 per kind per maand was, geïndexeerd in 2010 een behoefte van € 150,17. Volgens de man heeft de gemeente ten onrechte, uitgaande van de situatie in 2010, de behoefte van [naam kind 2] bepaald op € 425,10 per maand. De man heeft een overzicht gegeven van de bedragen die door de gemeente op hem zijn verhaald, en...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT