Eerste aanleg - meervoudig van College van Beroep voor het bedrijfsleven, 7 maart 2013

Datum uitspraak: 7 maart 2013
Uitgevende instantie::College van Beroep voor het bedrijfsleven
SAMENVATTING

Wet op de Registeraccountants

 
GRATIS UITTREKSEL

College van Beroep voor het bedrijfslevenAWB 10/467 7 maart 201320020 Wet op de RegisteraccountantsRaad van tucht Den HaagUitspraak in de zaak van:A, te B, gemeente C, appellant van een beslissing van de raad van tucht voor Registeraccountants en Accountants-Administratieconsulenten te 's-Gravenhage (hierna: de raad van tucht), gewezen op 15 maart 2010, met kenmerk 1295/07.43,gemachtigden: mr. H.J. Blaisse en mr. J.F. Garvelink, beiden advocaat te Amsterdam.1. De procedureBij brief, verzonden op 15 maart 2010, heeft de raad van tucht appellant afschrift toegezonden van evenvermelde beslissing, gegeven op een klacht, op 23 oktober 2007 door mr. W.J.M. van Andel en mr. H. Dulack, in hun hoedanigheid van curator in het faillissement van Landis Group N.V. en haar in Nederland gevestigde dochtermaatschappijen (hierna: klagers) ingediend tegen appellant.Bij een op 14 mei 2010 ingediend beroepschrift heeft appellant tegen die beslissing beroep bij het College ingesteld.De raad van tucht heeft bij brief van 7 juni 2010 op de zaak betrekking hebbende stukken doen toekomen aan de griffier van het College.Bij brief van 5 oktober 2010 hebben klagers een reactie op het beroepschrift ingediend.Bij brief van 24 april 2012 heeft appellant stukken overgelegd.Bij brief van 26 april 2012 en 7 mei 2012 hebben klagers stukken overgelegd.Bij brief van 16 mei 2012 heeft appellant verzocht de door klagers op 7 mei 2012 overgelegde opinie van prof. dr. mr. M. Pheijffer RA niet toe te laten dan wel een redelijke termijn te krijgen om daarop schriftelijk te mogen reageren.Bij brief van 21 mei 2012 hebben klagers hierop gereageerd.Op 22 mei 2012 heeft het onderzoek ter zitting plaatsgehad.Appellant is verschenen bij gemachtigden, bijgestaan door J.W. Schallenberg RA en K.C van den Hoven.Klagers zijn in persoon verschenen, bijgestaan door mr. E.L. Zetteler, advocaat te Utrecht.2. De beslissing van de raad van tuchtBij de bestreden tuchtbeslissing heeft de raad van tucht de klacht gegrond verklaard en appellant de maatregel opgelegd van schorsing in de uitoefening van de praktijk voor de duur van zes maanden.Ter zake van de formulering van de klacht door de raad van tucht, de beoordeling van deze klacht en de daarbij in aanmerking genomen feiten en omstandigheden wordt verwezen naar de inhoud van de tuchtbeslissing, die in afschrift aan deze uitspraak gehecht en als hier ingelast wordt beschouwd.3. De beoordeling van het beroep3.1 Appellant was tot juli 2003 als accountant in dienst bij Ernst & Young Accountants. Hij was in die hoedanigheid eindverantwoordelijk voor de controle van de (geconsolideerde) jaarrekening van Landis Group N.V. en haar dochtervennootschappen (hierna tezamen: Landis). In juli 2002 zijn de faillissementen uitgesproken van Landis. Klagers zijn curator in het faillissement van Landis.3.2 De weergave van de klacht door de raad van tucht wordt door appellant niet bestreden, zodat deze weergave voor het College als uitgangspunt geldt voor de beoordeling van het beroep.De klacht betreft de volgende verwijten:A. De door Landis gepresenteerde jaarrekening over 1999 bevat stelselmatig (flatterende) onjuiste en misleidende gegevens. De jaarrekening 1999 geeft daardoor geen getrouw beeld van het vermogen en de resultaten van Landis.Appellant heeft ten aanzien van deze jaarrekening ten onrechte een goedkeurende accountantsverklaring verstrekt.B. De door Landis gepresenteerde jaarrekening over 2000 bevat stelselmatig (flatterende) onjuiste en misleidende gegevens. De jaarrekening 2000 geeft daardoor geen getrouw beeld van het vermogen en de resultaten van Landis.Appellant heeft ten aanzien van deze jaarrekening ten onrechte een goedkeurende accountantsverklaring verstrekt.C. De door Landis gepresenteerde en aan de banken in 2001 verstrekte Compliance Certificates bevatten stelselmatig (flatterende) onjuiste en misleidende gegevens. Appellant heeft bij de Compliance Certificates ten onrechteeen goedkeurende accountantsverklaring respectievelijk goedkeurende beoordelingsverklaringen verstrekt.D. Appellant heeft zijn verklaring bij de jaarrekening 2000 ten onrechte gedateerd op 5 maart 2001, daar het onderzoek van de jaarrekening toen nog niet was afgerond.3.3 Appellant heeft tegen de beslissing van de raad van tucht zeven grieven ingediend.Het College zal eerst de vierde grief bespreken, waarmee appellant betoogt dat vanwege de in acht te nemen termijnen inhoudelijke beoordeling van de klacht achterwege had moeten blijven.3.3.1 Appellant stelt dat de raad van tucht in § 5.9 van de tuchtbeslissing ten onrechte het beroep op anticiperende werking van artikel 22 van de Wet tuchtrechtspraak accountants (hierna: Wtra) heeft verworpen. Appellant is van mening dat de klacht op grond van de bij wijze van anticipatie toepasselijk te achten termijnen bedoeld in artikel 22, eerste lid, Wtra, niet tijdig is ingediend.3.3.2 In artikel 52, eerste lid, Wtra is, voor zover hier van belang, bepaald dat de raden van tucht gedurende een jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet de zaken afhandelen die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet bij hen aanhangig zijn. Zij nemen daarbij de Wet op de Accountants- Administratieconsulenten en de Wet op de Registeraccountants (hierna: Wet RA) in acht zoals deze luidden voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Wtra.Aangezien de onderhavige klacht is ingediend voor de inwerkingtreding van de Wtra – op 1 mei 2009 – volgt uit artikel 52 Wtra dat bij de behandeling daarvan de Wet RA in acht wordt genomen zoals deze voor die datum luidde. Zoals het College heeft overwogen in zijn uitspraak van 6 juli 2012 (AWB 10/459, www.rechtspraak.nl: LJN: BX3208) verdraagt zich met deze in de Wtra getroffen overgangsregeling niet dat de raad van tucht ten aanzien van deze klacht de in artikel 22 Wtra neergelegde verjaringsregeling toepast. In zoverre slaagt deze grief niet.3.3.3 Subsidiair stelt appellant dat volgens vaste jurisprudentie van het College niet aan een inhoudelijke behandeling van de klacht kan worden toegekomen vanwege het tijdsverloop tussen de indiening van de klacht en de verweten gedragingen. Er is een periode van meer dan zeven jaar tussen de afgifte van de accountantsverklaring bij de jaarrekening 1999 (9 maart 2000) en het indienen van de klacht (23 oktober 2007) verstreken, hetgeen aan een inhoudelijke beoordeling van klachtonderdeel A in de weg staat.Appellant voert voorts aan dat ook aan een inhoudelijke behandeling van de klachtonderdelen B, C en D niet wordt toegekomen. Het rechtszekerheidsbeginsel, het vertrouwensbeginsel en het verdedigingsbeginsel brengen dit met zich mee.In de opvatting van appellant heeft de raad van tucht miskend dat voor de toepassing van de zevenjaarstermijn niet van belang is of de accountant er al dan niet op mocht vertrouwen dat de klager geen tuchtklacht zou indienen. Het rechtszekerheidsbeginsel is doorslaggevend. De raad van tucht heeft miskend dat een doorbreking van de zevenjaarstermijn slechts wordt gerechtvaardigd indien sprake is van zeer ernstige inbreuk op de eer van de stand, hetgeen door de raad van tucht niet is vastgesteld. Evenmin is de omstandigheid dat appellant ten tijde van de indiening van de klacht nog beschikte over het accountantsdossier een rechtvaardiging voor een doorbreking van de zevenjaarstermijn. Appellant is door klagers niet aansprakelijk gesteld; evenmin hebben zij een klacht tegen hem in het vooruitzicht gesteld. De door de banken gevoerde correspondentie speelt geen rol bij de vraag of appellant rekening moest houden met een tuchtklacht van klagers, nu deze correspondentie geen deel uitmaakt van het procesdossier. De raad van tucht heeft de zelfstandigheid van de beide zaken uit het oog verloren, aldus appellant.3.3.4 Volgens vaste jurisprudentie van het College heeft voor de toepassing van de Wet RA als uitgangspunt te gelden dat een klacht die binnen de bewaartermijn van zeven jaar is ingediend, inhoudelijk behandeld dient te worden. Dit lijdt slechts uitzondering, wanneer sprake is van zodanig bijzondere omstandigheden dat op grond daarvan moet worden geoordeeld dat het vertrouwens- of rechtszekerheidsbeginsel alsnog aan een inhoudelijke behandeling van een binnen die termijn van zeven jaar ingediende klacht in de weg zou staan (bijvoorbeeld de uitspraak van 14 november 2011, AWB 09/742, www.rechtspraak.nl, LJN: BU5457).Een inhoudelijke beoordeling van een ná de termijn van zeven jaar ingediende klacht dient in beginsel achterwege te blijven. Dit kan uitzondering lijden indien een gedraging een zeer ernstige inbreuk vormt op de eer van de stand (bijvoorbeeld de uitspraak van 5 februari 2008, AWB 07/100, www.rechtspraak.nl, LJN: BC4040).3.3.5 Vast staat dat de klacht is ingediend op 23 oktober 2007. Dit betekent dat een inhoudelijke beoordeling van de klacht in beginsel achterwege had dienen te blijven, voor zover die klachtonderdelen zien op gedragingen die hebben plaatsgevonden vóór 23 oktober 2000. Ook betekent dit dat de klachtonderdelen in beginsel inhoudelijk behandeld hadden dienen te worden, voor zover zij zien op gedragingen die hebben plaatsgevonden ná 23 oktober 2000.3.3.6 De aan klachtonderdeel A ten grondslag gelegde gedraging heeft plaatsgevonden op 9 maart 2000 en derhalve vóór 23 oktober 2000. Naar het oordeel van het College zijn geen bijzondere omstandigheden aanwezig die desondanks aanleiding vormen om in dit geval tot een inhoudelijke beoordeling van dit buiten de bewaartermijn van zeven jaar ingediende klachtonderdeel over te gaan.Ook als ervan wordt uitgegaan dat, zoals klagers stellen, het verzamelen van informatie en het op basis van daarvan formuleren van een tuchtklacht mede door toedoen van appellant veel tijd in beslag in beslag heeft genomen, valt niet in te zien dat klagers niet eerder dan op 23 oktober 2007 een klacht hebben kunnen indienen. In dat verband acht het College van belang dat klagers vanaf oktober 2005 over de benodigde stukken met betrekking tot onder meer de...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT