Eerste aanleg - enkelvoudig van Rechtbank 's-Gravenhage, Amsterdam, 10 september 2008

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:10 september 2008
Uitgevende instantie::Amsterdam
SAMENVATTING

Vreemdelingenrecht / schadevergoeding / redelijke beslistermijn / 6 EVRM Het feit dat artikel 6 van het EVRM niet van toepassing is in het vreemdelingenrecht betekent niet dat de in dat artikel vervatte verplichting om binnen redelijke termijn te beslissen niet voor vreemdelingenzaken zou gelden. Deze verplichting vloeit in vreemdelingenzaken weliswaar niet rechtstreeks voort uit artikel 6 van het EVRM, maar uit artikel 4:13 van de Awb. Evenmin betekent dit dat de in het kader van artikel 6 van het EVRM ontwikkelde jurisprudentie zonder betekenis is in vreemdelingenzaken. In dit kader verwijst de rechtbank... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

Rechtbank 's-Gravenhage

zittinghoudende te Amsterdam

enkelvoudige kamer vreemdelingenzaken

Uitspraak

artikel 8:70 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

jo artikel 71 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000)

reg. nr.: AWB 07/25198

V-nr: 091.600.2927

inzake:

[eiser], geboren op [1965], van Turkse nationaliteit, wonende te Utrecht, eiser,

gemachtigde: mr. S. Sewnath, advocaat te Utrecht,

tegen:

de Staatssecretaris van Justitie, verweerder,

gemachtigde: mr. R.C. van Keeken, ambtenaar bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst van het Ministerie van Justitie.

  1. PROCESVERLOOP

    1. Bij besluit van 29 augustus 2006 heeft verweerder het verzoek van eiser van 7 juni 2006 om schadevergoeding afgewezen. Het daartegen ingestelde bezwaar is bij besluit van 7 juni 2007 ongegrond verklaard. Op 18 juni 2007 heeft de rechtbank het beroepschrift van eiser ontvangen.

    2. Bij brief van 25 februari 2008 heeft verweerder de beslissing op bezwaar van 7 juni 2007 ingetrokken. Bij besluit van 10 april 2008 (hierna: het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van 31 augustus 2006 opnieuw ongegrond verklaard.

    3. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 augustus 2008. Eiser is aldaar in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door zijn voornoemde gemachtigde. Tevens was ter zitting aanwezig E. de Jong, tolk in de Turkse taal.

    4. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten.

  2. FEITEN

    1. Op 7 augustus 2003 heeft eiser een verlenging van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking "het verrichten van arbeid in loondienst; arbeid vrij toegestaan" aangevraagd. Bij besluit van 12 september 2003 heeft verweerder de aanvraag afgewezen. Eiser had geen arbeidsovereenkomst kunnen overleggen, omdat zijn werkgever een ontslagaanvraag voor hem had ingediend.

    2. Op 25 september 2003 heeft eiser hiertegen bezwaar ingesteld bij verweerder.

    3. Op 3 oktober 2003 heeft verweerder bevestigd het bezwaarschrift te hebben ontvangen en heeft daarbij de beslistermijn verdaagd.

    4. Eiser heeft op 2 april 2004 verweerder verzocht op het bezwaarschrift te beslissen binnen veertien dagen na dagtekening, onder de vermelding dat eiser zich anders genoodzaakt ziet een beroepschrift in te dienen tegen een fictieve weigering.

    5. Op 4 mei 2004 heeft eiser bij verweerder een klacht ingediend omdat de redelijke termijn om te beslissen op het bezwaarschrift zou zijn verstreken. Op 2 juni 2004 heeft verweerder de ontvangst van de klacht bevestigd en meegedeeld de klacht als een verzoek om voorrang aan te merken. Verweerder heeft daarbij meegedeeld dat het verzoek uiterlijk 18 juni 2004 verder zal zijn afgehandeld.

    6. In een brief van 17 juni 2004 heeft verweerder om nadere stukken verzocht, welke eiser bij brief van 28 juni 2004 heeft verstrekt.

    7. Bij besluit van 22 juli 2004 heeft verweerder het bezwaarschrift van 25 september 2003 ongegrond verklaard, waartegen eiser op 23 juli 2004 beroep heeft ingediend. Vervolgens heeft verweerder bij besluit van 18 januari 2005 de bestreden beslissing van 22 juli 2004 ingetrokken, waarna eiser het beroep eveneens heeft ingetrokken.

    8. Bij brief van 4 februari 2005 heeft eiser verweerder aanvullende stukken toegestuurd en tevens verzocht om een snelle besluitvorming. Eiser heeft verweerder op 12 april 2005 nogmaals verzocht de zaak snel af te handelen en tevens meegedeeld dat een klacht bij de Nationale Ombudsman is ingediend op 13 april 2005.

    9. Verweerder heeft op 2 mei 2005 gereageerd op de brief van de Nationale Ombudsman van 22 april 2005, door eiser te kennen te geven dat alsnog binnen vier weken na dagtekening de beslissing op het bezwaarschrift zal worden genomen.

    10. Verweerder heeft bij besluit van 28 juli 2005, verzonden op 8 augustus 2005 het bezwaarschrift van eiser alsnog gegrond verklaard

  3. STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

    1. Verweerder heeft zich op het standpunt...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT