Eerste aanleg - meervoudig van Rechtbank Assen, 21 december 2012

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:21 december 2012
Uitgevende instantie::Rechtbank Assen
SAMENVATTING

Het bewezen geachte levert respectievelijk op: onder 1 meer subsidiair: poging tot zware mishandeling, strafbaar gesteld bij artikel 302 juncto artikel 45 van het Wetboek van Strafrecht; onder 2: mishandeling, strafbaar gesteld bij artikel 300 van het Wetboek van Strafrecht.

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK ASSEN

Sector strafrecht

Parketnummers: 19.830269-12 en 19.280481-11 (tul)

vonnis van de meervoudige strafkamer d.d. 21 december 2012 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,

wonende te [adres].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 11 december 2012.

De verdachte is verschenen en werd bijgestaan door mr. R.J. de Boer, advocaat te Coevorden.

Tenlastelegging

De verdachte is ingevolge de ter terechtzitting gewijzigde tenlastelegging bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

  1. hij op of omstreeks 03 september 2012 te Nieuw-Weerdinge, gemeente Emmen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1/S1] van het leven te beroven, met dat opzet

    - [S1] naar de grond heeft gewerkt en/of

    - [S1] tegen de grond heeft gehouden en/of om zijn nek heeft vastgehouden en/of

    - meermalen, met kracht, met geschoeide voet in het gezicht en/of hoofd, althans op het

    lichaam heeft geschopt en/of geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf

    niet is voltooid;

    art 287 Wetboek van Strafrecht

    art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

    art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

    althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, terzake dat

    hij op of omstreeks 03 september 2012 te Nieuw-Weerdinge, gemeente Emmen, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, aan een persoon genaamd [S1], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (een gebroken rechter bovenkaak en/of jukbeen), heeft toegebracht, door deze opzettelijk meermalen, met kracht in het gezicht, althans op het lichaam te slaan en/of meermalen, met kracht (met geschoeide voet) in het gezicht, althans op het lichaam te schoppen en/of te trappen;

    art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

    art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

    althans, indien ook terzake van het laatstvermelde geen veroordeling mocht volgen, terzake dat

    hij op of omstreeks 03 september 2012 te Nieuw-Weerdinge, gemeente Emmen, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [S1], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet [S1] (meermalen), met kracht en geschoeide voet in het gezicht en/of hoofd, althans op het lichaam, heeft getrapt en/of geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

  2. hij op of omstreeks 03 september 2012 te Nieuw-Weerdinge, gemeente Emmen, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer 2/S2]), (meermalen) met kracht tegen het hoofd, althans tegen het bovenlichaam heeft geslagen en/of getrapt, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

    art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

    Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

    De vordering van de officier van justitie

    De officier van justitie mr. G. Wilbrink acht hetgeen onder 1 primair en onder 2 is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren met aftrek van voorarrest en onder de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht zoals beschreven in het reclasseringsadvies. De vordering van de benadeelde partij dient te worden toegewezen, onder oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De officier van justitie vraagt voorts dat de vordering tenuitvoerlegging zal worden toegewezen.

    De voorvragen

    De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

    Vrijspraak

    De verdachte dient van het onder 1 primair en subsidiair tenlastegelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet wettig en overtuigend bewezen acht.

    Bewijsmotivering

    Feit 1 meer subsidiair en feit 2:

    Aan verdachte is onder 1 meer subsidiair tenlastegelegd dat hij -kort gezegd- geprobeerd heeft om [S1] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen door hem (meermalen) tegen het gezicht/hoofd en het lichaam te slaan en te schoppen. Onder 2 is tenlastegelegd -kort gezegd- dat verdachte [S2] heeft mishandeld door haar te trappen.

    Met betrekking tot voornoemd feiten zijn door de direct betrokkenen, aangever [S1], aangeefster [S2], verdachte, medeverdachte [WK], [PK], [PA en [AB] verklaringen afgelegd. Deze verklaringen zijn niet eensluidend.

    Uit de door de rechtbank, voorafgaand aan de terechtzitting, bekeken camerabeelden (opgenomen met de aan de woning van [WK] bevestigde beveiligingscamera’s), die overeenkomen met de beschrijving van die beelden zoals opgenomen in het proces-verbaal van bevindingen van de politie , blijkt de volgende feitelijke gang van zaken.

    - 16:53-15: [S2] en [S1] lopen de oprit van [WK] op; [S2] loopt voorop en loopt door richting de...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT