Eerste aanleg - meervoudig van Raad van State, 13 maart 2013

Uitgevende instantie::Raad van State
Datum uitspraak:13 maart 2013
SAMENVATTING

Bij besluit van 25 juni 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Randweg Zundert" vastgesteld.

 
GRATIS UITTREKSEL

201208110/1/R3.

Datum uitspraak: 13 maart 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1. [appellant sub 1], wonend te Zundert,

2. [appellant sub 2A] en [appellante sub 2B], beiden wonend te Zundert (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant sub 2]),

3. [appellante sub 3], gevestigd te Zundert,

4. [appellant sub 4], wonend te Zundert,

5. [appellant sub 5], wonend te Zundert,

6. [appellante sub 6A] en [appellante sub 6B], beiden wonend te Zundert (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant sub 6]),

7. [appellant sub 7], wonend te Zundert,

8. [appellant sub 8], wonend te Zundert,

9. [appellant sub 9A] en [appellant sub 9B], beiden wonend te Zundert (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant sub 9]),

en

de raad van de gemeente Zundert,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 25 juni 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Randweg Zundert" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellant sub 1], [appellant sub 2], [appellante sub 3], [appellant sub 4], [appellant sub 5], [appellant sub 6], [appellant sub 7], [appellant sub 8] en [appellant sub 9] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

[appellant sub 1], [appellant sub 2], [appellant sub 5], [appellant sub 7], [appellant sub 8] en de raad hebben nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 14 januari 2013, waar [appellant sub 1], vertegenwoordigd door mr. G.H. Blom, [appellant sub 2], [appellante sub 3], vertegenwoordigd door [appellant sub 4], [appellant sub 4], [appellant sub 5], [appellant sub 6], vertegenwoordigd door mr. L.A.M.R. Bormans, [appellant sub 7], [appellant sub 8], bijgestaan door mr. G.H. Blom, en de raad, vertegenwoordigd door A.J.A. Nicia, J.L.A.C. Verheijen, beiden werkzaam bij de gemeente, J.W. van den Boogert en C. Helmes, en bijgestaan door mr. D.S.P. Roelands-Fransen en mr. D.N. van Brederoode, beiden advocaat te Den Haag, zijn verschenen. Tevens is het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant, vertegenwoordigd door W.F.J. van de Ven, werkzaam bij de provincie, ter zitting gehoord.

Overwegingen

1. Het plan voorziet in een randweg ten noordwesten van Zundert, tussen de Verlengde Hofdreef en de Prinsenstraat met bijbehorende rotondes en aansluitingen en een fietsbrug. Het plan voorziet verder in een opwaardering van de Verlengde Hofdreef. Ten slotte voorziet het plan in een natuurperceel.

2. Nu het plan mede voorziet in een nieuwe weg is, gelet op artikel 1.1, eerste lid, aanhef en onder a, gelezen in samenhang met categorie 3, onder 3.4, van bijlage I van de Crisis- en herstelwet (hierna: Chw) afdeling 2 van hoofdstuk 1 van de Chw van toepassing op het besluit tot vaststelling van het plan.

Ontvankelijkheid

3. De raad voert aan dat [appellant sub 1] geen belanghebbende is bij het plan, nu hij op te grote afstand van de voorziene randweg woont en daar geen zicht op heeft.

3.1. Ingevolge artikel 8:2, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro), zoals dat luidde ten tijde van belang, kan een belanghebbende bij de Afdeling beroep instellen tegen een besluit omtrent vaststelling van een bestemmingsplan.

Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) wordt onder belanghebbende verstaan degene wiens belang rechtstreeks bij het besluit is betrokken.

3.2. [appellant sub 1] woont in Klein Zundert, op een afstand van ongeveer 215 m van de voorziene randweg. Hoewel gelet op de aanwezige bebouwing niet aannemelijk is dat [appellant sub 1] vanaf zijn woning zicht zal hebben op de randweg, is niet uitgesloten dat [appellant sub 1] vanwege de randweg gevolgen zal ondervinden in de directe omgeving van zijn woning. Daarbij wordt betrokken dat de woning van [appellant sub 1] blijkens het akoestisch onderzoek binnen de zone van de voorziene randweg als bedoeld in artikel 74 van de Wet geluidhinder (hierna: Wgh) staat en als zodanig in het akoestisch onderzoek is betrokken. Niet is uitgesloten dat het verkeer op de Klein Zundertseweg, die nabij de woning van [appellant sub 1] ligt en waarop de randweg uitkomt, door het plan zal toenemen. Gelet op het vorenstaande is het belang van [appellant sub 1] rechtstreeks bij het bestreden besluit betrokken, zodat hij als belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Awb moet worden aangemerkt. Het beroep van [appellant sub 1] is ontvankelijk.

Procedurele bezwaren

4. [appellant sub 7] betoogt dat het toetsingsadvies van de commissie voor de milieueffectrapportage (hierna: commissie m.e.r.) ten onrechte niet ter inzage heeft gelegen.

4.1. Ingevolge artikel 3:11, eerste lid, van de Awb legt het bestuursorgaan het ontwerp van het te nemen besluit, met de daarop betrekking hebbende stukken die redelijkerwijs nodig zijn voor een beoordeling van het ontwerp, ter inzage.

Ingevolge artikel 1.5, eerste lid, van de Chw, zoals dat luidde ten tijde van belang, kan een besluit waartegen bezwaar is gemaakt of beroep is ingesteld, ondanks schending van een geschreven of ongeschreven rechtsregel of algemeen rechtsbeginsel, door het orgaan dat op het bezwaar of beroep beslist, in stand worden gelaten indien aannemelijk is dat de belanghebbenden daardoor niet zijn benadeeld.

4.2. De raad stelt zich op het standpunt dat het toetsingsadvies van 8 september 2011 met het ontwerpplan ter inzage heeft gelegen. De Afdeling stelt echter vast dat het advies niet is genoemd in de bij het ontwerpplan gevoegde bijlagenlijst en niet digitaal beschikbaar is gesteld op de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Gelet daarop acht de Afdeling niet onaannemelijk dat het advies niet bij de ter inzage gelegde stukken heeft gelegen. In dat geval heeft de raad gehandeld in strijd met artikel 3:11 van de Awb. De Afdeling ziet evenwel aanleiding voor het oordeel dat dit gebrek kan worden gepasseerd met toepassing van artikel 1.5, eerste lid, van de Chw, zoals dat luidde ten tijde van belang. Daartoe is van belang dat is gebleken dat [appellant sub 7] van het toetsingsadvies kennis heeft kunnen nemen en het heeft kunnen betrekken bij zijn zienswijze over het ontwerpbestemmingsplan. Daardoor is niet aannemelijk dat hij door het gebrek zou zijn benadeeld. Voorts is niet aannemelijk dat derden door het gebrek hebben afgezien van het naar voren brengen van zienswijzen, nu in de toelichting op het ontwerpplan wordt verwezen naar het toetsingsadvies. Derhalve konden derden van het bestaan daarvan op de hoogte zijn en hadden zij hiernaar kunnen vragen althans het gebrek in hun zienswijze naar voren kunnen brengen. Ook is gebleken dat het toetsingsadvies digitaal beschikbaar is gesteld op de website van de gemeente Zundert.

4.3. Wat betreft de terinzagelegging van het advies bij het vastgestelde bestemmingsplan, wordt overwogen dat deze beroepsgrond betrekking heeft op een mogelijke onregelmatigheid van na de datum van het bestreden besluit en reeds om die reden de rechtmatigheid van het besluit niet kan aantasten. Deze mogelijke onregelmatigheid kan derhalve geen grond vormen voor de vernietiging van het bestreden besluit.

5. [appellant sub 1], [appellant sub 5] en [appellant sub 8] betogen dat het vastgestelde plan ten onrechte in een vakantieperiode ter inzage heeft gelegen.

5.1. Deze beroepsgrond heeft betrekking op een mogelijke onregelmatigheid van na het bestreden besluit. De Afdeling verwijst naar hetgeen daarover is overwogen onder 4.3. Het betoog faalt.

6. [appellant sub 2] betoogt dat de raad ten onrechte geen open en eerlijke inspraakprocedure heeft gevolgd. Ook heeft de raad ten onrechte geen zogenoemde lagenbenadering gehanteerd bij de voorbereiding van het plan.

6.1. De Afdeling overweegt dat de procedure inzake de vaststelling van een bestemmingsplan aanvangt met de terinzagelegging van het ontwerpplan. Eventuele onregelmatigheden in de fase van inspraak kunnen derhalve niet leiden tot een vernietiging van het besluit. De Wro noch de Awb schrijft voorts de door [appellant sub 2] gewenste lagenbenadering voor bij een bestemmingsplanprocedure. Het betoog faalt.

7. Voor zover [appellant sub 1], [appellant sub 2], [appellant sub 5], [appellant sub 7] en [appellant sub 8] betogen dat de wijze waarop de raad de naar voren gebrachte zienswijzen heeft behandeld in strijd is met artikel 3:46 van de Awb, wordt overwogen dat dit artikel zich er niet tegen verzet dat de raad de zienswijzen samengevat weergeeft. Dat niet op ieder argument ter ondersteuning van een zienswijze afzonderlijk is ingegaan, is op zichzelf geen aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit niet voldoende is gemotiveerd. Niet is gebleken dat bepaalde bezwaren of argumenten niet in de overwegingen zijn betrokken.

8. [appellant sub 2] voert aan dat de raad ten onrechte desgevraagd niet de notulen van de raadsvergadering van 14 februari 2002 en het verslag, de uitnodiging en de agenda van de besloten commissievergadering van 20 augustus 2008 heeft overgelegd. Op zijn verzoek om deze stukken openbaar te maken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: Wob) heeft het college van burgemeester en wethouders te kennen gegeven dat deze stukken niet bestaan. Dat is in strijd met artikel 23, vijfde lid, en artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet en het gemeentelijk reglement inzake commissies.

8.1. De Afdeling ziet in de genoemde procedurele bezwaren geen aanleiding voor een vernietiging, reeds nu de genoemde onregelmatigheden, wat daar ook van zij, niet zien op de bestemmingsplanprocedure. De bedoelde besluiten van het college van burgemeester en wethouders op de verzoeken van [appellant sub 2] op grond van de Wob liggen in deze procedure niet voor en betogen daarover kunnen derhalve niet aan de orde komen.

Vertrouwensbeginsel

9. [appellant sub 2] betoogt dat de raad het plandeel met de bestemming "Verkeer" ter plaatse van de Verlengde Hofdreef en in het verlengde daarvan de randweg heeft vastgesteld in strijd met het vertrouwensbeginsel. Daarbij wijst hij onder meer op de vaststelling van de StructuurvisiePlus 2002 op 14 februari 2002 door de...

Om verder te lezen

PROBEER HET GRATIS UIT