Wraking van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 27 februari 2013

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:27 februari 2013
Uitgevende instantie::Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
SAMENVATTING

Schijn van partijdigheid. Vermoeden van onpartijdigheid. Behandeling in eerdere procedure.

 
GRATIS UITTREKSEL

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

Wrakingskamer

Locatie Arnhem

wrakingsnummer 200.122.405/01

datum uitspraak: 27 februari 2013

Beslissing van de wrakingskamer

op het verzoek om wraking van mr. C.M. Ettema, gedaan door

X (hierna: verzoekster).

  1. De procedure

    1.1 Verzoekster heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 26 januari 2012, nummer AWB 10/3267, in het geding tussen verzoekster en de inspecteur van de Belastingdienst P, betreffende de aan verzoekster opgelegde naheffingsaanslag omzetbelasting over het tijdvak 1 januari 2006 tot en met 31 december 2008. Deze zaak is bij de belastingkamer van het Gerechtshof geregistreerd onder nummer 12/00113.

    1.2 Verzoekster is door de griffier uitgenodigd het onderzoek ter zitting in de voormelde zaak op woensdag 27 februari 2013 om 10.00 uur te Arnhem bij te wonen.

    1.3 Bij faxbericht van 25 februari 2013 heeft verzoekster verzocht om wraking van één van de behandelend raadsheren, te weten mr. C.M. Ettema.

    1.4 Mr. Ettema heeft niet in de wraking berust en heeft aangegeven geen gebruik te zullen maken van de mogelijkheid om schriftelijk te reageren op het wrakingsverzoek en/of te worden gehoord.

    1.5. De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden te Arnhem op 27 februari 2013 om 9.00 uur. Aldaar zijn namens verzoekster verschenen A en de gemachtigde.

  2. De gronden van de beslissing

    2.1 Artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht luidt:

    “Op verzoek van een partij kan elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden”

    2.2 Bij de beoordeling van een beroep op ontbreken van onpartijdigheid van de rechter dient voorop te worden gesteld dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat de rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, of waaronder de vrees daarvoor bij iemand die bij het geschil partij is objectief gerechtvaardigd is.

    2.3 Verzoekster heeft aangevoerd dat de belastingkamer van het Gerechtshof haar in een gelijksoortige procedure over een ander tijdvak, in tegenstelling tot de rechtbank, in het ongelijk heeft gesteld en dat zij uit de - naar haar mening onplezierige - wijze waarop de mondelinge behandeling in die zaak is verlopen het gevoel heeft...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT