Verzet van Centrale Raad van Beroep, 20 maart 2013

Datum uitspraak:20 maart 2013
Uitgevende instantie::Centrale Raad van Beroep
SAMENVATTING

Ongegrond verklaring van het verzet i.v.m. de termijnoverschrijding voor het indienen van de gronden van het hoger beroep. De Raad oordeelt dat ook in verzet niet aannemelijk is gemaakt dat de gronden van het hoger beroep voor het einde van de termijn ter post zijn bezorgd. Het (bewijs)risico van niet-aangetekende verzending van een poststuk ligt volgens vaste rechtspraak bij de afzender.

 
GRATIS UITTREKSEL

12/5170 ZW-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 8 augustus 2012, 11/8636 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B.] (appellante)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak 20 maart 2013.

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 2 januari 2013 heeft de Raad het namens appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen de uitspraak van de Raad van 2 januari 2013 is namens appellante verzet gedaan.

Het verzet is behandeld ter zitting van 5 maart 2013. Appellante heeft zich laten vertegenwoordigen door haar partner [naam partner]. Het Uwv is niet verschenen.

OVERWEGINGEN

Het namens appellante ingediende hogerberoepschrift bevat niet de gronden van het hoger beroep.

Bij aangetekend verzonden brief van 29 oktober 2012 is appellante - nogmaals - in de gelegenheid gesteld de gronden van het hoger beroep in te dienen. Daarbij is een termijn van vier weken gesteld en is appellante erop gewezen dat overschrijding van die termijn tot gevolg zal hebben dat de zaak niet inhoudelijk wordt behandeld.

Appellante heeft binnen de in de brief van 29 oktober 2012 gestelde termijn, die eindigde op 26 november 2012, geen gronden van het hoger beroep ingediend. Eerst op 4 december 2012, en daarmee na het einde van de termijn, zijn deze bij de Raad ontvangen. Blijkens het poststempel op de enveloppe is de brief op 3 december 2012 ter post bezorgd.

Ter zitting is opnieuw betoogd dat de brief met de gronden van het hoger beroep door de partner van appellante voor het verstrijken van de termijn - persoonlijk - in de brievenbus is...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT