Herziening van Hoge Raad, March 26, 2013

Datum uitspraak:2013/03/26
Uitgevende instantie::Hoge Raad
SAMENVATTING

Herziening. 1. Blijkens zijn overwegingen heeft het Hof de vraag onder ogen gezien of het so. de NL taal voldoende machtig was om zonder bijstand van een tolk door de politie te worden gehoord en die vraag bevestigend beantwoord. Hetgeen in de herzieningsaanvraag wordt aangevoerd, is onvoldoende voor de slotsom dat het Hof daaromtrent tot een ander oordeel zou zijn gekomen en tot... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

26 maart 2013

Strafkamer

nr. S 12/01266 H

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 14 oktober 2008, nummer 23/004026-07, ingediend door mr. M. Mulder, advocaat te Amsterdam, namens:

[Aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969.

  1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

    Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Rechtbank te Amsterdam van 30 mei 2007 - de aanvrager ter zake van 1. "poging tot doodslag" en 3. "diefstal door twee of meer verenigde personen" en "diefstal, meermalen gepleegd" veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Het Hof heeft voorts de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] gedeeltelijk toegewezen en ter zake een schadevergoedingsmaatregel opgelegd.

  2. De aanvraag tot herziening

    De aanvraag tot herziening, die betrekking heeft op de veroordeling ter zake van feit 1, is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

  3. Beoordeling van de aanvraag

    3.1. Als grondslag voor een herziening kan, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid aanhef en onder c van art. 457 Sv slechts dienen een door bescheiden gestaafd gegeven dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was en dat het ernstige vermoeden wekt dat - ware dit gegeven bekend geweest - het onderzoek van de zaak zou hebben geleid hetzij tot vrijspraak van de gewezen verdachte, hetzij tot ontslag van alle rechtsvervolging, hetzij tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot toepassing van een minder zware strafbepaling.

    3.2.1. Het Hof heeft ten laste van de aanvrager onder 1 bewezenverklaard dat:

    hij op 18 december 2006 te Amsterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet meermalen de keel van [slachtoffer] heeft dichtgedrukt en dichtgedrukt heeft gehouden en [slachtoffer] bij de keel heeft opgetild.

    3.2.2. Deze bewezenverklaring steunt onder meer op de verklaring die [slachtoffer] (hierna: het slachtoffer) op 19 december 2006 bij de politie heeft afgelegd. Het Hof heeft met betrekking tot het gebruik van die verklaring het volgende overwogen:

    "Tevens heeft de raadsvrouw van de verdachte - zakelijk weergegeven - aangevoerd dat de verklaringen van het slachtoffer getuigen van een...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT