Cassatie van Hoge Raad, 2 april 2013

Datum uitspraak: 2 april 2013
Uitgevende instantie::Hoge Raad
SAMENVATTING

Slagende bewijsklacht diefstal. “Toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte”. ’s Hofs oordeel dat de door verdachte weggenomen fiets toebehoorde “aan een ander of anderen dan aan de verdachte” is niet zonder meer begrijpelijk, in aanmerking genomen dat door de raadsman een beroep is gedaan op de uit het dossier blijkende omstandigheid dat “door een bewoonster in de buurt is verklaard ... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

2 april 2013

Strafkamer

nr. S 11/01405

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 21 maart 2011, nummer 22/002878-10, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970.

  1. Geding in cassatie

    Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. A.B. Baumgarten, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

    De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot zodanige op art. 440 Sv gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.

  2. Beoordeling van het middel

    2.1. Het middel klaagt dat de bewezenverklaring door het Hof voor zover behelzende dat de verdachte een fiets heeft weggenomen "toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte" onbegrijpelijk is, althans ontoereikend gemotiveerd is.

    2.2.1. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:

    hij op 08 mei 2010 te 's-Gravenhage met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fiets (merk Bacina), toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte.

    2.2.2. Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

    "1. De verklaring van de verdachte.

    De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep van 7 maart 2011 verklaard - zakelijk weergegeven -:

    Ik heb op 8 mei 2010 te 's-Gravenhage de fiets zien staan.

    Ik dacht dat ik op de fiets kon fietsen, maar toen ik wegreed kwam ik erachter dat de banden lek waren.

  3. Het proces-verbaal van de politie Haaglanden, nr. PL1532/2010095500-2, d.d. 8 mei 2010, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

    Dit proces-verbaal (dossier pag. 18) houdt onder meer in - zakelijk weergegeven -:

    als relaas van de opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2]:

    Op zaterdag 8 mei 2010 omstreeks 17.50 uur bevonden wij, verbalisanten, ons in burger gekleed en als zodanig niet herkenbaar als ambtenaren van politie op de Meppelweg ter hoogte van de Maartensdijklaan te Den Haag. Wij zaten op dat moment in een onopvallend surveillancevoertuig en reden in de richting van de Loevesteinlaan. Wij, verbalisanten, zagen op dat moment dat er een onverzorgd uitziende Turkse man tussen de aan de Meppelweg gelegen flats uit een zijstraat kwam gelopen. Op dat moment wisten wij niet welke straat dit was, dit bleek later de Raaltestraat te zijn. De Turkse man had zwart haar, droeg een snor en een baard, had een bril op en droeg een bruine leren jas. Hij droeg in zijn rechterhand een gele plastic tas. Wij herkenden deze Turkse man als de ons ambtshalve bekende [verdachte], hierna te noemen [verdachte].

    Wij, verbalisanten, zagen dat [verdachte] daarop over het trottoir liep in de richting waarin wij reden, namelijk naar de Loevesteinlaan. Wij zijn [verdachte] over de rijbaan van de Meppelweg gepasseerd, hebben het surveillancevoertuig gekeerd en zijn hem, aan de overzijde van de weg, tegemoet gereden. Wij zagen vanuit ons voertuig dat [verdachte] spichtig (Hof: kennelijk is bedoeld: schichtig) om zich heen keek. Wij zagen dat [verdachte] aan meerdere gestalde fietsen zat, aan de sloten van deze fietsen rommelde. Gekomen op hoek van de Breukelenstraat met de Vlasakkerstraat zag ik verbalisant [verbalisant 2], op dat moment op een afstand van ongeveer 30 meter bij [verdachte] vandaan, dat [verdachte] tussen twee daar geparkeerde auto's gehurkt zat en rommelde aan een fiets. Ik, verbalisant [verbalisant 2], had direct zicht op [verdachte] en zag dat hij aan een ketting slot zat, ik hoorde tevens het geluid van ijzer op ijzer. Kennelijk probeerde [verdachte] op dat moment om een slot van deze fiets open te maken. De fiets betrof een Mountainbike. Ik, verbalisant [verbalisant 2], gaf dit telefonisch door aan verbalisant [verbalisant 1]. Ik, verbalisant [verbalisant 1], stond op dat moment om de hoek van de Escamplaan met de Vlasakkerstraat, net uit zicht van [verdachte]. Ik, verbalisant [verbalisant 2], zag dat het [verdachte] kennelijk niet was gelukt om de fiets los te krijgen. Ik zag dat hij zonder de fiets mee te nemen wegliep, dat hij de straat overstak en wegliep over het trottoir van de Vlasakkerstraat in de richting van het Blaricumseplein. [Verdachte] passeerde hierbij wederom een aantal gestalde fietsen. Ik, verbalisant [verbalisant 2], zag dat [verdachte] vervolgens stopte bij een blauwe mountainbike die tegen een lantarenpaal stond gestald. Ik zag dat [verdachte] deze mountainbike beetpakte en heen en weer bewoog. Ik hoorde hierbij geen breekgeluiden. Ik zag dat [verdachte] daarop met de fiets wegliep, kennelijk stond de fiets niet op slot. Ik zag dat [verdachte] vervolgens op de fiets stapte en wegfietste in de richting van de Escamplaan. Ik ben direct achter [verdachte] aangerend omdat ik zojuist zag dat hij een fiets wegnam, waarvan ik vermoedde dat hij die had gestolen. Ik, verbalisant [verbalisant 1], had mij inmiddels zodanig opgesteld op de hoek van de Escamplaan met de Vlasakkerstraat, dat ik direct zicht had op het eerste gedeelte van de Vlasakkerstraat. Ik zag op dat moment plotseling [verdachte] op een fiets over het trottoir van de Vlasakkerstraat fietsen, aan de overzijde van waar ik op dat moment stond. De fiets betrof een blauwe mountainbike.

    Ik, verbalisant [verbalisant 2], had mij inmiddels bij verbalisant [verbalisant 1] gevoegd. Daarop hebben wij [verdachte] als verdachte van diefstal van de genoemde fiets aangehouden. Nadat de verdachte [verdachte] was verteld dat hij niet tot antwoorden verplicht was, hoorden wij dat de verdachte [verdachte] onder andere zei: "Ok, die fiets is niet van mij". De verdachte overhandigde ons een waterpomptang. Bij de insluitingfouillering bleek dat de verdachte in zijn tas nog een schroevendraaier en een multitool had.

  4. Het proces-verbaal van de politie Haaglanden, nr. PL1532/2010095500-3, d.d. 8 mei 2010, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

    Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven -:

    als relaas van de opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2] (Hof: in aanvulling op het onder 2 genoemde relaas):

    Wij, verbalisanten, zagen, dat [verdachte] veel belangstelling toonde voor geparkeerde personenauto's. Wij, verbalisanten, zagen, dat [verdachte] aan de bijrijderskant liep en steeds in de personenauto's keek en daarbij aan de handgreep van het portier voelde.

  5. Het proces-verbaal kennisgeving van inbeslagneming van de politie Haaglanden, nr. PL1532/2010095500-8, d.d. 9 mei 2010, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven -:

    1. als relaas...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT