Hoger beroep van Gerechtshof 's-Gravenhage, December 19, 2012

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:2012/12/19
Uitgevende instantie::Gerechtshof 's-Gravenhage
SAMENVATTING

Verbreking gezamenlijk gezag: noodzakelijk in het belang van de minderjarige.

 
GRATIS UITTREKSEL

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Sector Civiel recht

Uitspraak : 19 december 2012

Zaaknummer : 200.114.235/01

Rekestnummer rechtbank : FA RK 12-1568

[de moeder],

wonende te [woonplaats],

verzoekster in hoger beroep,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat mr. I.G.M. van Gorkum te ’s-Gravenhage,

tegen

[de vader],

zonder bekende woon- of verblijfplaats binnen of buiten Nederland,

verweerder in hoger beroep,

hierna te noemen: de vader.

In verband met het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:

de raad voor de kinderbescherming te ’s-Gravenhage,

hierna te noemen: de raad.

PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

De moeder is op 1 oktober 2012 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 4 juli 2012 van de kinderrechter in de rechtbank ’s-Gravenhage.

Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen:

van de zijde van de moeder:

- op 9 oktober 2012 een brief van 8 oktober 2012 met bijlagen.

De raad heeft bij brief van 4 oktober 2012 aan het hof laten weten niet ter zitting te zullen verschijnen.

De zaak is op 21 november 2012 mondeling behandeld.

Ter zitting waren aanwezig:

- de moeder, bijgestaan door haar advocaat.

De vader is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

De hierna te noemen minderjarige [de minderjarige I] is in raadkamer gehoord.

PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN

Het hof verwijst naar de bestreden beschikking.

Bij die beschikking is, voor zover in hoger beroep van belang, het verzoek van de moeder, om haar alleen te belasten met het gezag over de hierna te noemen minderjarigen, afgewezen.

Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daartegen in hoger beroep niet is opgekomen.

BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP

  1. In geschil is het ouderlijk gezag ten aanzien van de minderjarigen:

    - [de minderjarige I], geboren op [geboortedatum in] 2000 te [geboorteplaats],

    - [de minderjarige II], geboren op [geboortedatum in] 2004 te [geboorteplaats], en

    - [de minderjarige III], geboren op [geboortedatum in] 2005 te [geboorteplaats],

    verder gezamenlijk te noemen: de minderjarigen.

  2. De moeder verzoekt de bestreden beschikking te vernietigen (het hof leest:) voor wat betreft de afwijzing van haar verzoek om eenhoofdig ouderlijk gezag en, in zoverre opnieuw beschikkende, te bepalen dat de moeder alleen zal worden belast met het gezag over de minderjarigen, kosten rechtens.

  3. De moeder stelt zich op het standpunt dat het toekennen van het...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT