Voorlopige voorziening+bodemzaak van Rechtbank Den Haag, 25 maart 2013

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:25 maart 2013
Uitgevende instantie::Rechtbank Den Haag
SAMENVATTING

Dublin, Vo 343/2003, Polen, interstatelijk vertrouwensbeginsel Hetgeen verzoekers hebben meegemaakt in Polen staat er niet aan in de weg dat verweerder ten aanzien van Polen van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan uitgaan. Verzoekers hebben niet aannemelijk gemaakt dat zij bij terugkeer in Polen geen asielprocedure kunnen doorlopen, in vreemdelingendetentie zullen worden geplaatst en - in... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK DEN HAAG

Team vreemdelingenkamer

Zittingsplaats Zwolle

Registratienummer: Awb 13/4473, 13/4484, 13/4479, 13/4481, 13/4477, 13/4475 (voorlopige voorzieningen)

Awb 13/4472, 13/4482, 13/4478, 13/4480, 13/4476, 13/4474 (beroepen)

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

verzoeker 1,

geboren op [geboortedatum],

V-nummer [nummer],

en,

verzoekster 2,

geboren op [geboortedatum],

V-nummer [nummer],

en,

verzoeker 3,

geboren op [geboortedatum],

V-nummer [nummer],

en,

verzoekster 4,

geboren op [geboortedatum],

V-nummer [nummer],

en,

verzoeker 5,

geboren op [geboortedatum],

V-nummer [nummer],

en,

verzoekster 6,

geboren op [geboortedatum],

V-nummer [nummer],

mede namens haar minderjarige kind, [kind], geboren op [geboortedatum],

allen van Syrische nationaliteit, verzoekers,

gemachtigde mr. I. Petkovski, advocaat te

Deventer;

en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,

(Immigratie- en Naturalisatiedienst),

te Den Haag,

vertegenwoordigd door mr. M. Dalhuizen,

ambtenaar ten departemente, verweerder.

  1. Procesverloop

    Op 6 februari 2013 hebben verzoekers een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Bij besluiten van 14 februari 2013 heeft verweerder de aanvragen afgewezen omdat Polen verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling van de aanvragen.

    Bij brieven van 15 februari 2013 is daartegen beroep ingesteld. Verzoekers mogen de behandeling daarvan niet in Nederland afwachten. Bij verzoeken van 15 februari 2013 is verzocht de voorlopige voorzieningen te treffen dat uitzetting achterwege wordt gelaten tot in beroep is beslist. De verzoeken zijn voorzien van gronden bij brief van 28 februari 2013.

    De verzoeken zijn ter zitting van 18 maart 2013 behandeld. Verzoekers 1, 3, 4 en 5 alsmede Fadi Sharou, kind van verzoekster 6, zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Verzoekster 2 en 6 zijn niet verschenen, maar hebben zich doen vertegenwoordigen door hun gemachtigde. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen.

  2. Overwegingen

    2.1 De voorzieningenrechter stelt vast dat wordt voldaan aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). De voorzieningenrechter zal toetsen of de beroepen een redelijke kans van slagen hebben en of bij afweging van de betrokken belangen uitzetting van verzoekers in afwachting van de beslissing op beroep moet worden verboden.

    2.2 Ingevolge artikel 30, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: Vw 2000) wordt een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, als bedoeld in artikel 28 van deze wet, afgewezen, indien een ander land, partij bij het Vluchtelingenverdrag ingevolge een verdrag of een dit land en Nederland bindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. In dit geval is van toepassing Verordening (EG) 343/2003 van de Raad van 18 februari 2003 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat door een onderdaan van een derde land bij een van de lidstaten wordt ingediend (hierna: Vo 343/2003).

    2.3 Polen heeft op 7 januari 2013 de terugnameverzoeken op grond van artikel 16, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vo 343/2003 aanvaard.

    2.4 Ingevolge artikel 3, tweede lid, Vo 343/2003, voor zover thans van belang, kan, in afwijking van het eerste lid, verweerder een bij hem ingediend asielverzoek van een onderdaan van een derde land behandelen, ook al is hij daartoe op grond van de in deze verordening neergelegde criteria niet verplicht.

    2.5 Verzoekers hebben betoogd dat Polen zich niet houdt aan de Richtlijn 2003/9/EG van de Raad van 27 januari 2003 tot vaststelling van minimumnormen voor de opvang van asielzoekers in de lidstaten (hierna: Opvangrichtlijn) en de...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT