Herziening van Hoge Raad, April 09, 2013

Datum uitspraak:2013/04/09
Uitgevende instantie::Hoge Raad
SAMENVATTING

Herziening. De HR wijst de aanvraag tot herziening af.

 
GRATIS UITTREKSEL

9 april 2013

Strafkamer

nr. S 12/03671 H

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 28 mei 2003, nummer 22/002742-02, ingediend door mr. J.W.H. Peters, advocaat te Amersfoort, namens:

[Aanvrager], geboren te [geboortedatum] op [geboortedatum] 1972.

  1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

    Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Rechtbank Dordrecht van 7 juni 2002 - de aanvrager ter zake van 1 primair, 2 primair en 3 primair "medeplegen van moord, meermalen gepleegd" en 4. "diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen" veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf.

  2. De aanvraag tot herziening

    De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

  3. Beoordeling van de aanvraag

    3.1. Als grondslag voor een herziening kan, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid aanhef en onder c van art. 457 Sv slechts dienen een door bescheiden gestaafd gegeven dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was en dat het ernstige vermoeden wekt dat indien dit gegeven bekend zou zijn geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid hetzij tot een vrijspraak van de gewezen verdachte, hetzij tot een ontslag van alle rechtsvervolging, hetzij de tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot de toepassing van een minder zware strafbepaling.

    3.2. Het Hof heeft de aanvrager in de uitspraak waarvan thans herziening wordt verzocht, veroordeeld voor (onder meer) het medeplegen van moord, meermalen gepleegd. In de kern wordt in de aanvraag aangevoerd dat het onderzoek destijds tot een vrijspraak zou hebben geleid dan wel tot de toepassing van een minder zware strafbepaling, indien het Hof kennis zou hebben gehad van het gegeven dat de aanvrager "geen wetenschap had en ook niet kon hebben van het voornemen om de slachtoffers te doden". Ter onderbouwing van dit gegeven zijn bij de aanvraag gevoegd twee verklaringen van de mededader [betrokkene 1], een verklaring van de mededader [betrokkene 2], twee verklaringen van [betrokkene 3], het slachtoffer dat de overval overleefde, en een verklaring van [betrokkene 4]. Het betreffen hier steeds verklaringen die...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT