Eerste aanleg - enkelvoudig van Centrale Raad van Beroep, 21 februari 2013

Datum uitspraak:21 februari 2013
Uitgevende instantie::Centrale Raad van Beroep
SAMENVATTING

Verweerder heeft zelf niet tijdig gereageerd op het overlijdensbericht van de GBA. Aan het bezwaar tegen het besluit van 20 september 2010 is dus geheel tegemoetgekomen.

 
GRATIS UITTREKSEL

11/5352 WUBO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak in het geding tussen

Partijen:

De erven van [naam betrokkene], laatst gewoond hebbende te [woonplaats] (appellanten)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (verweerder)

Datum uitspraak 21 februari 2013.

PROCESVERLOOP

In verband met een wijziging van taken, zoals neergelegd in de Wet uitvoering wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen (Wet van 15 april 2010, Stb. 2010, 182), is in deze zaak de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank in de plaats getreden van de Raadskamer Wubo van de Pensioen en Uitkeringsraad (PUR). Waar in deze uitspraak wordt gesproken van verweerder wordt daaronder in voorkomend geval (mede) verstaan de voormalige Raadskamer WUBO van de PUR.

Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 24 augustus 2011, kenmerk BZ01247820 (bestreden besluit). Dit betreft de toepassing van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940 1945 (Wubo).

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 januari 2013. Voor appellanten is verschenen [gemachtigde]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door A.T.M. Vroom-van Berckel.

OVERWEGINGEN

  1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

    1.1. Appellanten zijn de erfgenamen van [naam betrokkene] (betrokkene), geboren in 1940 in het toenmalig Nederlands-Indië. Betrokkene is in 1976 erkend als vervolgde in de zin van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940 1945 (Wuv). Een uitkering is hem toen geweigerd.

    1.2. In december 2006 heeft betrokkene een aanvraag ingediend om erkenning als burger-oorlogsslachtoffer in de zin van de Wubo en om toekenningen op grond van de Wubo of de Wuv, al naar gelang het gunstigste is. Bij besluit van 15 augustus 2007 is erkend dat betrokkene is getroffen door oorlogsgeweld in de zin van de Wubo. Hem zijn met ingang van 1 december 2006 een toeslag, een garantie-uitkering, een vergoeding van huishoudelijke hulp en een tegemoetkoming in de kosten van deelname aan het maatschappelijk verkeer toegekend.

    1.3. Betrokkene is [in] 2008 overleden. Verweerder heeft hiervan bericht ontvangen uit de gemeentelijke basisadministratie (GBA).

    1.4. Bij besluit van 20 september 2010 heeft verweerder de weduwe van betrokkene meegedeeld dat de betalingen niet op tijd konden worden stopgezet...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT